Zjelev is ideale zondebok zoals veel presidenten in O-Europa

Verzoening is uit - confrontatie is in, in Oost-Europa, en weinigen merken dat op dit moment duidelijker dan de Bulgaarse president Zjeljoe Zjelev. Half Bulgarije eist zijn aftreden - en niet alleen luidkeels, maar ook met methoden die er niet om liegen.

Zjeljoe Zjelev, filosoof, driekwart-dissident ten tijde van het socialisme en een van de oprichters van de anti-communistische oppositiecoalitie Unie van Democratische Krachten (SDS), werd in 1991 tot president van Bulgarije gekozen. Hij verliet daarop de SDS en deed wat de meesten van zijn Oosteuropese collega's deden: hij profileerde zich als een boven de partijen staande ambtsdrager wiens belangrijkste taak ligt in het bewaren van de interne stabiliteit door te ijveren voor verzoening en onderlinge samenwerking.

En net als al die collega's - de Hongaar Göncz, de Tsjech Havel, in mindere mate ook de Pool Walesa en de Roemeen Iliescu - heeft Zjeljoe Zjelev zich daarmee het ongenoegen van de samenleving op de hals gehaald. Die zit namelijk allerminst te wachten op verzoening, die is eerder uit op het tegendeel: die zoekt naar zondebokken, waarop ze de frustraties kan afreageren die voortvloeien uit de economische, politieke en sociale transformatie en de daaruit voortvloeiende bestaansonzekerheid. De communisten van vroeger zijn zulke zondebokken - de presidenten echter evenzeer. Ze lenen zich misschien nog beter voor die rol, omdat voor de veroordeling van communisten juridische bewijzen nodig zijn en voor de veroordeling van staatshoofd-verzoeners luid geschreeuw volstaat.

Voorop bij het uiten van al die gram lopen de politieke partijen, de allerlaatsten in het Oosten die verzoening wensen: zij zijn partijen zonder geschiedenis, zonder gezicht en zonder profiel, en om zich zo'n profiel te verschaffen doen ze weinig liever dan elkaar verdacht en zwart maken, schelden, dreigen en dwarsliggen. De Oosteuropese parlementen lijken op een speelzaal vol woedende kinderen die elkaar zo hard mogelijk bevechten. De neutrale bovenmeester, de president, is daarbij een voor de hand liggend doelwit, want zijn neutraliteit houdt altijd in dat hij “eigenlijk” op de hand van de tegenpartij is.

Zjeljoe Zjelev maakte zich vooral omstreden door de val, vorig jaar, van de door de SDS geleide minderheidsregering van premier Philip Dimitrov. Dimitrov struikelde over een normale, democratische motie van wantrouwen. Dat de regering haar falen te wijten had aan zichzelf en haar politiek nogal intolerante beleid drong tot de SDS niet door: zij weet het falen vooral aan de onwil van Zjelev om Dimitrov de hand boven het hoofd te houden. De motie van wantrouwen was ook niet normaal en democratisch maar “illegaal”.

De verbittering van de uit de macht verdreven SDS zeurde door tot het begin deze maand tot een climax kwam toen SDS-parlementariër Edvin Soegarev, een dichter, besloot het vertrek van Zjelev met een hongerstaking af te dwingen. Hij componeerde een 43 pagina's lange open brief aan Zjelev, waarin hij de president verweet de vervolging van communistische functionarissen te dwarsbomen (de meeste processen tegen kopstukken uit het verleden eindigen in vrijspraak wegens gebrek aan bewijs), mee te werken aan de restauratie van het communisme en hervormingen te dwarsbomen.

De SDS wierp zich met overgave op deze herosche actie van de dichter. Het bestuur stelde vast dat “wij allen Edvin Soegarevs opvatting delen dat de triomf van de leugen in het politieke leven de toekomst van onze kinderen in gevaar brengt”. De SDS hoopte op “een niet-tragische afloop” van Soegarevs hongerstaking, maar gaf Zjelev bij voorbaat de schuld van een eventuele wèl-tragische afloop: “Soegarevs leven ligt in de handen van de president.” De hongerstaking bracht niet alleen de SDS maar gans Bulgarije in het geweer. Honderdduizenden tekenden petities waarin ze zich met Soegarev solidair verklaarden en een aantal burgers ging eveneens in hongerstaking tot de president zou opkrassen. Anderzijds ergerden sommigen zich zo aan het dwangmiddel van Soegarev dat zij in hongerstaking gingen om de dichter juist te dwingen de zijne te staken.

Zjelev liet zich niet intimideren. Een week geleden zei hij in een toespraak tot het volk dat de SDS-leiders de macht “schaamteloos” uit handen hebben gegeven en zich nu in de ogen van de kiezers trachten te rechtvaardigen door de president verdacht te maken met “valse verhalen over sinistere daden van verraad, samenzweringen, coups en compromitterende scenario's”. “Ze hebben een zondebok nodig. Ze hebben de hoop van twee miljoen kiezers beschaamd. Hun hulpeloosheid en hun slechte geweten vormen het fundament van hun huidige hysterie.” Hun doel, zo zei Zjelev, is een “politieke en constitutionele crisis, chaos en anarchie, de vernietiging van de parlementaire democratie en de uitroeping van de dictatuur.” De hongerstaking van Soegarev vond de president “politieke chantage” waarvoor hij niet zou wijken.

Het was forse taal, die de SDS nog kwader maakte dan ze al was en die Zjelevs plaatsvervangster, de dichteres Blaga Dimitrova, in het geweer bracht. In een televisieboodschap zette zij een dag later op haar beurt al haar retorische talenten in ter verdediging van Soegarev. “Boven de toespraken van de kleine politici die wedijveren in het vertellen van leugens, boven de laster en aanklachten van de media, boven het hese koor van ministers met hun valse beloften, boven de piepende partijleiders in de kikkervijvers van onze moerassen en boven de demagogische leugens die in de radio- en tv-microfoons worden gespuid horen we opeens een kristalheldere stem, horen we van het loffelijke, zelfopofferende gebaar van Edvin Soegarev. In zijn daad hoor ik de stemmen van de Bulgaarse dichters uit het verleden. (...) Ik kan niet langer stil blijven en mijn pijn onderdrukken. Ik heb alles gedaan om wederzijds begrip te bevorderen. Ik heb nog steeds de hoop dat Edvin Soegarevs morele gebaar een moreel antwoord losmaakt. Zo niet, dan zijn wij allen verantwoordelijk voor het verlies van mensenlevens en de gezondheid van talrijke loyale mensen en voor het tragisch lot van het vaderland.”

Voorlopig heeft dat tragische lot van het vaderland Zjelev nog niet kunnen vermurwen. Zelfs de oprichting van een "tentenstad' in het centrum van Sofia, waar honderden boze opposanten willen bivakkeren tot hij aftreedt - analoog aan 1991, toen ze zijn voorganger Mladenov met een soortgelijk protest tot aftreden dwongen - heeft hem niet op andere gedachten gebracht.

Of de SDS verstandig doet met haar campagne tegen de verzoener Zjelev, is de vraag. Volgens de peilingen kon ze wel eens bezig zijn electoraal haar eigen ruiten in te gooien: als er nu verkiezingen zouden worden gehouden komt de SDS maar tot 21 procent van de stemmen. De ex-communisten staan vijf procent hoger.

    • Peter Michielsen