WILLIAM GOLDING 1911 - 1993; Lord of the Flies

William Golding, die zich een paar dagen geleden nog uitstekend voelde, is zaterdag op 81-jarige leeftijd gestorven in zijn huis in Cornwall. Nu moeten critici en necrologen over de hele wereld inderhaast bedenken wat zij ook weer vonden van zijn oeuvre. Het is moeilijker om dat te bepalen dan bij vele andere romanschrijvers. Niet alleen verschillen zijn boeken van elkaar in vorm en stemming, zij roepen ook vaak andere reacties op wanneer zij na jaren herlezen of doorgekeken worden dan toen zij pas verschenen.

Makkelijk aanvaardbaar zijn zij nooit geweest, zelfs niet het beroemde eerste boek Lord of the Flies van 1954: dat was door vijftien uitgevers afgewezen voordat het eindelijk verscheen en een tijd lang de bekendste zware roman van Engeland werd, met zijn verhaal over jongens die verwilderen als zij gestrand zijn op een onbewoond eiland. Het sprak tot de verbeelding van zijn tijdgenoten, is vaak gezegd, omdat die juist weer begonnen te twijfelen aan de goede wil van de mensheid na een tijd van opluchting over het eind van de Tweede Wereldoorlog.

Waarschijnlijk was het gegeven van een jongenswereld van nog meer betekenis voor de populariteit van het boek. De tekortkomingen van de menselijke natuur heeft Golding vervolgens van verschillende kanten laten zien zonder ooit weer zoveel lezers om zich heen te krijgen.

The Inheritors, Pincher Martin, Free Fall, The Spire: telkens won hij oude en nieuwe bewonderaars voor zich, en vonden anderen dat zijn bedoeling te zwaar en te nadrukkelijk uit zijn verhaal sprak. The Spire bijvoorbeeld (1964) vertelt van de deken van een kathedraal die zich vereenzelvigt met de ambitie om een torenspits op het gebouw te laten zetten, die tenslotte te zwaar blijkt zodat de constructie instort: te diepgaand voor sommige lezers, te eenvoudig van betekenis voor anderen.

In ieder geval was Golding altijd in staat om problemen aan de orde te stellen in zijn romans die zijn lezers belangrijk zouden vinden, zelfs als zij er niet in meeleven. Dat maakte hem een goede kandidaat voor de Nobelprijs, die hij in 1983 kreeg, zonder het gemopper te doen verstommen van lezers die tegelijk respect voor hem hadden en hem moeilijk konden velen.

Wel was toen al verschenen Rites of Passage, het eerste deel van een trilogie, zeven jaar later gevolgd door Close Quarters en voltooid in Fire Down Below in 1989. Dat verhaal van een scheepsreis naar Australië van een achttiende-eeuwse telg van een goede familie is meer betrokken bij de personen en minder bij de problemen dan Goldings vroegere werk. Ook laat het de lezer sterker in de ervaring van de zeereis delen dan ooit vroeger in het leven op een verlaten eiland of in de oertijd van The Inheritors of in de Anglicaanse kerk van The Spire.

Daar zijn nu sommige aanhangers van zijn vorige werk weer ontevreden over geworden, alsof de trilogie te oppervlakkig is, hoewel ook lang niet opwekkend van visie op het lot van de mensheid. Misschien hebben zij gelijk, en is Golding het meest waar en het langst herleesbaar in zijn stugste teksten. Dat zal in de komende jaren moeten blijken. Voorlopig blijft zijn werk beschikbaar, daar hoeft niet aan getwijfeld te worden. Ter gelegenheid van zijn dood is nog eens gebleken dat niet alleen zijn vrienden op hem gesteld waren, maar dat hij vlot en innemend was als hij lezingen gaf. Dan klonk hij niet stug, dan was hij een onderhoudende en toegankelijk man.

    • J.J. Peereboom