Voorzitter Europese Commissie zet sombere toon voor top in Kopenhagen; Delors bepleit matiging van lonen

KOPENHAGEN, 21 JUNI. “We moeten onze kinderen vertellen dat ze het niet veel beter gaan krijgen dan wij.” Met deze niets verhullende boodschap zette voorzitter Jacques Delors van de Europese Commissie gisteren de toon voor de EG-top van regeringsleiders in Kopenhagen, die vanochtend is begonnen. Met Joegoslavië vormt de snelgroeiende werkloosheid in de gemeenschap het belangrijkste thema op de bijeenkomst in de Deense hoofdstad.

Alle regeringsleiders uit de twaalf lidstaten zijn het eens met de analyse van Delors dat de Europese werkloosheid vooral een structureel probleem is. Herstel van de economische groei - de EG maakt dit jaar juist een economische krimp mee - zal in de komende jaren niet meer voldoende zijn om de werkloosheid tot aanvaardbare proporties terug te brengen.

Daarom zijn ingrijpende maatregelen nodig, in de eerste plaats verregaande loonmatiging om op die manier arbeid goedkoper te maken, aldus Delors. Maar een aanval op de sociale zekerheid in Europa wijst hij van de hand. Inzet is juist aantasting van de sociale stelsels te voorkomen.

De voorzitter van de Europese Commissie zei dit gisteren op de traditionele bijeenkomst van socialistische leiders, de Socialistische Internationale. De analytische bijdrage van Delors stond vanochtend ook als hoofdmoot op de agenda van de vergadering van de regeringsleiders.

Delors ziet vooral mogelijkheden om de werkgelegenheid in de dienstverlening uit te breiden, zoals in de Verenigde Staten. Werknemers zouden daarom moeten afzien van directe welvaartsverbetering (in de vorm van loonsverhoging) ten behoeve van het creëren van banen in de dienstensectoren. Uitbreiding van de dienstverlening komt de kwaliteit van de samenleving ten goede, aldus Delors. “Hoeveel conciërges hebben wij eigenlijk in Europa?”, vroeg hij zich af.

Maar de structurele aanpak van de werkloosheid zal een zaak van de lange adem zijn. “We zullen hier op deze top het probleem van de werkloosheid niet oplossen”, waarschuwde de Deense premier Poul Rasmussen gisteravond bij voorbaat op een persconferentie. En ook Delors zelf beklemtoonde gisteren dat het van groot belang is dat de gemeenschap de komende tijd concrete maatregelen gaat uitwerken. Daarbij zal ook een beroep worden gedaan op de medewerking van de sociale partners.

Eind dit jaar zullen naar schatting al zo'n 20 miljoen mensen in de EG zonder werk zitten, ongeveer 12 procent. En dat aantal zal nog groeien. Gisteren, op een bijeenkomst van socalistische partijleiders, legde Delors al uit dat vooral het "structurele' element zorgen baart. De zogeheten "harde kern' van de werkloosheid - die ongevoelig is voor conjuncturele oplevingen - bedroeg in de jaren zeventig gemiddeld nog slechts 2,5 procent, maar is zeer snel toegenomen. Van 5 procent gemiddeld in de jaren tachtig tot rond de 7,5 procent op dit moment.

Tegelijkertijd blijkt dat de arbeidsparticatie in de Europese gemeenschap op een veel lager peil ligt dan in de belangrijkste concurrerende landen, de Verenigde Staten en Japan. In Europa heeft gemiddeld 60 procent van de mensen in de werkzame leeftijd een betaalde baan. In de VS is dat 75 procent en in Japan 70 procent. Om de sociale zekerheid te ontlasten en om het sociale systeem betaalbaar te houden is het van cruciaal belang dat ook in de EG de arbeidsparticipatie omhoog gaat, aldus Delors.

Om dat laatste te bereiken is het volgens sommigen onontkoombaar te snoeien in de sociale zekerheid. Kortingen op uitkeringen maken het mogelijk premieverlagingen door te voeren, waardoor de arbeidskosten naar beneden zullen gaan. Daardoor zijn bedrijven eerder geneigd mensen een baan aan te bieden, zo is de redenering. Maar in ieder geval gisteren, op de socialistische bijeenkomst, wilde de socialist Delors die stap niet zetten, zoals diplomaten in Brussel vorige week ook al hadden voorspeld. “Pleiten voor het aanpakken van het sociale stelsel zou indruisen tegen zijn hele wezen”, adus een diplomaat.

Volgens Delors bedreigt de sterk toenemende concurrentie uit landen met lage lonen in onder ander Azië en Latijns Amerika de positie van Europa, en daarmee van de sociale zekerheid in de EG. In sommige gebieden van China groeit de economie met 20 procent per jaar. Japan is nog steeds een protectionistisch land. Door dat alles dringt zich de vraag op of de EG soms niet te genereus is met het openstellen van haar grenzen, aldus Delors.

Die opmerking sluit nauw aan op uitlatingen van de Franse president Mitterrand, eind vorige week op de Deense televisie. De socialistische president zei toen dat de EG hogere handelsmuren moet optrekken om zich te beschermen tegen de invoer uit lage-lonenlanden waar de werknemers onvoldoende rechten hebben. Mitterrand erkende dat dit een vorm van protectionisme is.

De verwachting is dat een mogelijke roep van Frankrijk en andere zuidelijke lidstaten om een protectionistischer opstelling van de EG op grote weerstand zal stuiten van de noordelijke landen. Onder andere Groot-Brittannië en Nederland, en ook met Deense voorzitterschap willen niets weten van het opwerpen van handelsbelemmeringen om de problemen in eigen huis toe te dekken. Zij hechten juist veel belang aan een succesvolle afronding van de GATT-onderhandelingen over liberalisering van de wereldhandel.

Delors zei gisteren ook dat de lidstaten zich niet moeten blindstaren op het “financieringstekort”, maar dat de discussie in de gemeenschap ook gevoerd moet worden in termen van “banentekort”. Het gemiddelde financieringstekort in de EG is de afgelopen 2 jaar weliswaar met 2,8 procent toegenomen - in plaats van afgenomen zoals de bedoeling was met het oog op de totstandkoming van de Economische en monetaire unie (EMU) - maar die verslechtering komt vooral door de verminderde fiscale inkomsten (als gevolg van de recessie) en door de hoge rente (die de schulden van de overheid duurder maakt), relativeerde Delors.

Extra stijging van de uitgaven is slechts voor 0,1 procent verantwoordelijk voor de oplopende financieringstekorten. Daarom moeten de lidstaten niet alles op alles gaan zetten om de tekorten te verminderen, anders “gaan we achter ons zelf aanlopen”, aldus de commissievoorzitter.