VN-ingrijpen wordt louter zaak van grote landen

Nederland had al eerder ontdekt dat de samenleving niet maakbaar bleek, wat het afscheid betekende van een jarenlang gekoesterd droombeeld. Weldra zouden ook internationale dromen en verwachtingen minder houdbaar blijken. Zo dachten velen dat na de beëindiging van de Koude Oorlog, de slechting van het IJzeren Gordijn en het uiteenvallen van het Warschaupact, de wereld-rechtsorde maakbaar zou worden. De Verenigde Naties zouden zich nu kunnen gaan ontplooien. De verlammende invloed van het Oost-West conflict op de Veiligheidsraad, waardoor krachtige en duidelijke beslissingen en maatregelen onmogelijk werden, behoorde immers tot het verleden. Ook het Nederlandse regeringsbeleid ademde die geest.

De Veiligheidsraad werd inderdaad zeer actief. Resoluties en andere uitspraken van de Raad storten zich over de wereldgemeenschap uit en een aantal VN-operaties, groter in omvang dan ooit, ging van start in Cambodja, voormalig-Joegoslavië en Somalië. De effecten zijn echter allerminst overeenkomstig de hooggespannen verwachtingen.

De grootscheepse VN-operatie in Cambodja had een slecht start. Het eerste doel, het ontwapenen en demobiliseren van de strijdkrachten van de verschillende facties, werd maar ten dele uitgevoerd. De Rode Khmer onttrok zich daar geheel aan. Hoewel de verkiezingen goed lijken te zijn verlopen en het volk zich heeft kunnen uitspreken, is het twijfelachtig of de verschillende partijen hier rekening mee willen houden. Er is grote kans dat na het terugtrekken van de VN-troepen de burgeroorlog opnieuw uitbreekt.

De VN-operaties in het voormalige Joegoslavië zijn een mislukking en hebben het gezag van de VN volledig ondergraven, hetgeen een blijvende negatieve invloed heeft op eventuele komende operaties. In Somalië zijn de vooruitzichten nauwelijks beter.

Eens te meer blijkt dat conflicten die het karakter van een burgeroorlog hebben, niet kunnen worden opgelost door ingrijpen van buitenaf, tenzij dit tot doel heeft een kort moment van wapenstilstand en bezinning te creëren.

De bevolkingen zullen toch hun eigen oplossingen moeten zien te vinden, hoe hard dit ook klinkt; vooral ook omdat rationele overwegingen hierbij veelal een ondergeschikte rol hebben. Koloniale bevoogding van de VN lost veelal niets op of werkt negatief.

Het mag banaal lijken, de financiering van al die VN-activiteiten zal ook steeds vaker de wal zijn die het schip doet keren. De kosten voor het VN-budget bedragen voor het jaar 1992/'93 zo'n vijf à zes miljard gulden, tweeënhalf maal zo veel als het voorgaande jaar. Het komende jaar zal wederom een aanzienlijk stijging te zien geven. Er is daarbij een vaste verdeelsleutel voor de verdeling van de kosten over de leden-landen, ongeacht of men daadwerkelijk aan de operaties deelneemt. Nederland draagt bijvoorbeeld 1,5 procent bij, maar de Verenigde Staten dertig procent. Landen die troepen leveren krijgen daarvoor van de VN een vergoeding. Voor die Westerse landen die hoge kwaliteit aan troepen leveren, zoals Engeland, Frankrijk, Canada en ook Nederland is de vergoeding echter slechts zo'n derde van de werkelijke kosten. Acute problemen voor lopende operaties zijn ontstaan doordat een aantal landen - om uiteenlopende redenen - achter is met betaling van hun contributie.

De toekomst van de Verenigde Naties als instrument voor de handhaving van de internationale rechtsorde stemt tot pessimisme. Niet dat dit op afzienbare termijn door de leden-landen zal worden erkend, laat staan door de bureaucratische organisatie en haar dienaren zelf. Dit soort instituties straalt immer het imago van succes, in ieder geval van hoop en verwachting uit. De belangrijkste zorg blijkt dikwijls de continuteit van de organisatie, ongeacht de effectiviteit. Dit strekt zich soms ook uit tot de nationale ambtelijke en semi-ambtelijke organen die hun bestaansrecht ontlenen aan de VN.

De VN zullen dus nog lang blijven bestaan maar we doen er verstandig aan voor het handhaven of afdwingen van de wereldrechtsorde er niet veel van te verwachten. Dit is geen prettige gedachte, want tegelijk moet geconstateerd worden dat de wereld nog vol ligt met stof voor conflicten tussen staten of bevolkingsgroepen.

Wereldwijde internationale concepties die oplossingen moeten bieden voor problemen waar de VN faalden, zijn er niet. Hoe moet dit dan verder met het handhaven van de internationale rechtsorde? Of we dit nu leuk vinden of niet, het zal steeds meer een zaak worden van het initiatief van enkele grote landen die, in wisselende coalities, politiek, militair en economisch ingrijpen daar waar die rechtsorde ernstig in gevaar komt. Een belangrijke overweging voor dat ingrijpen zal zijn het in gevaar komen van eigen nationale belangen of het in gevaar komen van de stabiliteit in een gehele regio.

Het lijkt een stap terug in de geschiedenis maar als verschijnsel is het nooit weggeweest, ook in het recente verleden niet. Het is daarbij te hopen dat dit niet leidt tot ongevoeligheid en onverschilligheid voor ellende in de wereld.

    • J. Schaberg