Van Lede en het WAO-volume

Cijfers kunnen liegen, en voormalig voorzitter Cees van Lede van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen, nu in de top van AKZO, maakte daar dankbaar gebruik van.

Voor de parlementaire enquête sociale zekerheid verzette hij zich tegen het verwijt dat werkgevers gretig gebruikmaakten van het sociale vangnet om werknemers in de WAO te dumpen.

Het aantal WAO'ers was volgens Van Lede in de jaren tachtig veel minder sterk gestegen dan in de jaren zeventig, in de eerste tien jaren van 215.000 naar 658.000, in de tweede tien van 658.000 naar 882.000. Hij suggereerde dat het bedrijfsleven eigenhandig een eind had gemaakt aan de dumppraktijken.

Prachtig, maar helaas onjuist. Om te beginnen werd de WAO in 1976 uitgebreid met de AAW. Langdurig gehandicapten en arbeidsongeschikte zelfstandigen kregen nu ook recht op een uitkering. Met als gevolg dat er in het ene jaar 1976 liefst 125.000 mensen met een uitkering bijkwamen.

Wie de instroom wil weten, kan beter naar het aantal arbeidsongeschikte werknemers kijken. Dat aantal steeg in de jaren zeventig van 215.000 tot 508.000, en in de jaren tachtig van 508.000 tot 633.000. Dat lijkt Van Ledes stelling te bevestigen. Belangrijk is echter te weten hoe groot de instroom was. Welnu, die bedroeg in de jaren zeventig gemiddeld 68.000 per jaar, en in de jaren tachtig, jawel, eveneens 68.000.

De geringere stijging van het volume was dan ook geheel te danken aan de grotere uitstroom, voornamelijk naar de AOW. In de jaren zeventig was de uitstroom 40.000 per jaar, in de jaren tachtig 55.000. Kortom, het ging in de jaren tachtig even slecht met de WAO als in de jaren zeventig. Van Lede manipuleerde met cijfers. In 1991 gingen er zelfs ruim 85.000 werknemers naar de WAO, in 1992 was de instroom ruim 76.000. (KC)