Van een monopolie komt narigheid

Wie vroeger naar Moskou ging, hoorde van Intourist in welk hotel hij moest logeren. Dat is intussen veranderd. Wie in Nederland een bedrijf heeft, hoort van de Federatie van Bedrijfsverenigingen onder welke bedrijfsvereniging hij valt. Dat is nog niet veranderd, maar als minister De Vries later herinnerd wil worden als de bewindsman die een frisse wind liet waaien door de organisatie van de sociale zekerheid, maakt hij nu gebruik van de kritische stemming ten opzichte van de bedrijfsverenigingen. Dan heeft de parlementaire enquête toch nog nut gehad.

Een groot deel van die parlementaire enquête was verspilde tijd en moeite. Hoe kan iemand nog opgewonden raken over de vraag of tien jaar geleden Kamerlid X net iets eerder toegaf dan sociale partner Y dat de WAO diende voor het helpen van werkloze werknemers? De vissen in een overleg-economie zwemmen gemeenschappelijk in troebel water: of men nu koffie drinkt in het SER-gebouw, in de wandelgang van de Tweede Kamer, op het kantoor van het VNO, of in het ministerie van sociale zaken, wat maakt het uit?

Maar het is niet te laat om één cruciale conclusie te trekken uit de enquête, namelijk dat er iets grondig mis is met de bedrijfsverenigingen. Natuurlijk is mopperen op de bedrijfsverenigingen de mode van de dag; het gaat erom dat gevoelens van ontevredenheid nu uitmonden in een wezenlijk betere organisatie. En dat betekent in wezen maar één verandering: keuzevrijheid voor bedrijven.

Wij wonen in Gouda, maar hoeven ons niet verplicht te verzekeren bij de Goudse Verzekeringen. Hans Wiegel werkt in Leeuwarden, maar is niet gedwongen klant te zijn bij de Friesland Bank. Nee, gelukkig is er concurrentie, en dus moeten de Goudse Verzekeringen en de Friesland Bank iedere dag hard nadenken of zij het hun klanten wel naar de zin maken. Dan hebben de bedrijfsverenigingen het tot nog toe een stuk makkelijker gehad, en de resultaten zijn ernaar. En hoe mooi sociologen ook praten over een cultuuromslag, bestuurskundigen nieuwe organen tegen het licht houden en politicologen geleerd uitwijden over "public-private partnerships', als econoom zeg ik het Adam Smith na: waar een monopolie is, komt narigheid. Er is echt geen McKinsey of Twijnstra Gudde voor nodig om te bedenken dat als elk bedrijf verplicht wordt ingedeeld bij één enkele bedrijfsvereniging en de kosten hoofdelijk omgeslagen, er automatisch andere resultaten komen dan wanneer ieder bedrijf mag kiezen uit alle bedrijfsverenigingen in Nederland en bovendien verzekeraars, uitzendbureaus of andere partijen met expertise in het zorgvuldig omgaan met grote aantallen klanten het recht hebben hun eigen, nieuwe bedrijfsvereniging op te richten.

In een vertrouwelijk rapport van AEGON, Amersfoortse, AMEV, Delta Lloyd, Nationale Nederlanden en Stad Rotterdam maakten die particuliere verzekeraars een paar jaar geleden een schatting van mogelijke besparingen op de WAO door een betere organisatie. Nauwkeurige analyse van 925 "case studies' suggereert een mogelijke besparing van 10,5 procent (meer dan 2 miljard) op de kosten van arbeidsongeschiktheid wanneer er keuzevrijheid en concurrentie komt tussen de aanbieders van WAO-begeleiding. Hoe? Niet door ook maar één uitkering te bevriezen of te verlagen, maar door de zaak beter te organiseren. Ten eerste door zieke werknemers sneller te helpen, zowel medisch als administratief. Ten tweede door te werken met onafhankelijke medische specialisten uit de ziekenhuizen, in plaats van met artsen die zijn ingekapseld in een wangedrocht als het GAK. Ten derde door nutteloze taboes op te ruimen die nu nog drukken op de "kleine commissies' bij de bedrijfsverenigingen, bij voorbeeld het taboe op stageplaatsen in het bedrijfsleven voor werklozen of WAO'ers. Onlangs verbood de bedrijfsvereniging voor de Vrije Beroepen nog zo'n onbetaalde stage bij een advocatenkantoor, alleen maar omdat de vakbeweging ideologische bezwaren heeft tegen zogenaamde "goedkope werknemers'. Zo blokkeert de vakbeweging in de "kleine commissies' de kansen van werklozen en WAO'ers om nuttige ervaring op te doen en zich opnieuw te kwalificeren voor betaald werk. Zodra bedrijven maar de vrijheid hebben om hun mensen ook elders te verzekeren, zijn zulke idiote taboes snel verdwenen, en dat verhoogt de kansen op nieuw werk.

Ook de ziektewet wordt veel goedkoper als bedrijven kunnen kiezen waar zij zich verzekeren. Een enkele bedrijfsvereniging (de Detam) heeft al een redelijk stel regels voor bedrijven die liever zelf het eerste jaar van de ziektewet voor hun rekening nemen. Elders mag dat niet eens. Zodra grote bedrijven mogen overstappen van hun huidige bedrijfsvereniging naar de Detam, moeten alle andere bedrijfsverenigingen wel volgen en is er binnen de kortste keren overal meer efficiëntie bij het begeleiden van zieke werknemers. Wanneer alleen al in de medische sector het ziekteverzuim met een paar punten daalt, betekent dat opnieuw een besparing van honderden miljoenen. Daarvoor hoeft niets anders te veranderen dan het wetsartikel dat nu nog elk bedrijf dwingt zich aan te sluiten bij de BVG waar het bestuur zo jammerlijk heeft gefaald. Komt er concurrentie tussen bedrijfsverenigingen, dan verdwijnt vanzelf de cultuur die nu nog heerst in de zorgsector: “Voel je je wel goed? Zou je niet eens twee weken vrijnemen?” Om dat te veranderen hoeven ministers geen toespraken te houden over de moraal of te filosoferen over normen en waarden. Als bedrijfsverenigingen maar moeten knokken om hun aangesloten bedrijven te behouden, daalt het ziekteverzuim vanzelf naar lage percentages die nu gelden bij Shell, Philips en de andere eigen-risicodragers.

Het is naëf om te verwachten dat de bedrijfsverenigingen zelf voorstander zijn van meer concurrentie, of dat de sociale partners nu opeens instemmen met het economische principe dat beklemde meiers, verplichte winkelnering en andere vormen van kunstmatige monopolies altijd ten koste gaan van de klanten. Het advies van belanghebbenden is voorspelbaar: liever de status quo handhaven. Maar we weten nu hoeveel dat kost.

In Nederland hebben wij vrijheid van keuze bij scholen, anders dan in de Verenigde Staten waar kinderen worden toegewezen aan een school. Dat is één belangrijke reden waarom ons lager onderwijs veel beter is dan in de VS. Waarom zou wat geldt voor de vrije keuze van een school of een huisarts - voorbeelden overigens uit de "non profit' sector - niet ook gelden voor de bedrijfsverenigingen? Laat minister De Vries maar goed nadenken over het antwoord op die vraag, en niet in de war raken van de voorspelbare oratio pro domo van de belanghebbenden die hun comfortabel bestaan bedreigd zien. Van vrijheid is nog nooit een land slechter geworden.