Praten en verder praten

ER WERD GEPRAAT met elkaar. Er werd zelfs afgesproken vaker met elkaar te praten. En zodoende was het voorjaarsoverleg van afgelopen vrijdagavond tussen een delegatie uit het kabinet en vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers een groot succes. Met een tas vol huiswerk, een nieuwe werkgoep was overeengekomen, stapte eenieder tevreden het weekeinde in. De Nederlandse overlegeconomie bleek gered.

Gelukkig lag het verwachtingspatroon van het gesprek niet hoog, het resultaat kon op die manier nooit tegenvallen. Maar langzamerhand gaat dit groots opgezette spektakel, dat nota bene nog met een sessie per jaar wordt uitgebreid, toch bizarre trekken vertonen. Partijen die elkaar te pas en en te onpas tegenkomen, partijen die precies de weg weten naar "hun' mensen in het kabinet en anders door diezelfde mensen de weg wel gewezen wordt, die spreken in een bijna vier uur durend beraad onderling af hun gespreksbasis te continueren. De boze buitenwereld had gebromd, maar binnen onder elkaar was het toch gezellig en behaaglijk.

IS WAT ER afgelopen vrijdagavond in het SER-gebouw werd gepresteerd nu een voorbeeld van de gerevitaliseerde overlegeconomie waarvoor tripartite Nederland zich een half jaar geleden uitsprak? Het enig tastbare dat werkgevers en werknemers dank zij gezamenlijk optrekken wisten te bereiken is dat het kabinet in materiële zin afziet van het afschaffen van de wettelijke adviesplicht. In het unaniem onderschreven SER-advies van november vorig jaar werd uitgesproken dat maatschappelijke stabiliteit, dè vrucht van de overlegeconomie, niet mocht leiden tot immobiliteit. Maar als het kabinet aan dat laatste daadwerkelijk iets wil doen, en in het kader van de "ontstroping' af wil van de verplichting om voor elk wetsvoorstel advies aan de SER te vragen, vindt het de sociale partners (die op dat soort momenten hun benaming alle eer aan doen) op zijn weg.

Vanzelfsprekend werden ook enkele woorden gewijd aan de actuele economische situatie. Dat wil zeggen: er zijn procedure-afspraken gemaakt over de manier hoe verder gehandeld zal worden in een periode dat de werkloosheid fors oploopt. Het dit najaar uit te brengen middellange-termijnadvies van de SER moet hierin een centrale rol spelen. Daarmee is de draaimolen van het centrale-overlegcircuit weer in werking gezet en weten de politieke partijen die bezig zijn met hun verkiezingsprogramma's wat hun te doen staat. Want zomaar de SER negeren kunnen ze natuurlijk niet.

INTUSSEN gaat buiten de vergadergebouwen de markt haar eigen gang en trekt zich weinig aan van de rituelen aan de Haagse Bezuidenhoutseweg. De nationale economie is vanuit het centraal overleg wel enigszins te sturen, maar elk jaar minder en het idee dat met meer overleg de geest van verzelfstandiging weer in de fles terug kan worden gestopt, grenst aan zelfbedrog. Een half jaar geleden had het er even op geleken dat georganiseerd maar voor het overige steeds minder representatief Nederland zich bij een meer bescheiden rol had neergelegd. Maar sinds vrijdagavond het bestaan van de overlegeconomie werd herbevestigd, is het ambitieniveau weer torenhoog. Het is alsof de deelnemers hopen dat het weer wordt zoals het was: dat de vakbeweging weer representatief wordt, dat de werkgeverscentrales weer de toon zetten en dat het oude middenveld zo weer wordt hersteld. Helaas, want de teleurstelling over de feitelijke ontwikkelingen zal daardoor des te groter zijn.