Poetry aanbidt dichters maar minacht het publiek

ROTTERDAM, 21 JUNI. De C. Buddingh'-prijs voor het beste poëziedebuut van 1992 is toegekend aan de Vlaamse dichter Herman Leenders (1960). Dat heeft juryvoorzitter Rob Schouten zaterdag tijdens de slotavond van Poetry International bekend gemaakt.

Leenders krijgt de prijs voor Ogentroost, verschenen bij de Arbeiderspers. Volgens de jury vertoont deze bundel een grote rijpheid en leidt "de fusie tussen waargenomen werkelijkheid en de mogelijkheid van taal en beelden' hier tot regels die men niet gauw vergeet.

Het programma dat op de slotavond van Poetry International, afgelopen zaterdag in Rotterdam werd geboden was uitstekend. In hoog tempo lazen vele - nee, het leek wel of álle grote dichters ter wereld een paar gedichten voorlazen. De grote Tsjech Miroslav Holub was er, de grote Zweed Lars Gustafsson, de grote Japanner Makoto Ooka. P.C. Hooftprijs-winnaar Remco Campert bewees op onnavolgbare wijze zijn laatste eer aan de "doctorandus te Buitenveldert'. Judith Herzberg liet met enkele klankrijke gedichten uit haar bundel Zoals horen dat ze in aanmerking komt voor de P.C. Hooftprijs. Hugo Claus droeg hoogst persoonlijke gedichten voor uit zijn laatste bundel De Sporen. Nobelprijs-winnaar Joseph Brodsky las met zijn opgewonden, hoge stem het onvergetelijke titelgedicht uit De herfstkreet van de havik. En in AKO-prijswinnaar Marcel Möring had het festival, eindelijk, een uitmuntend en toegewijd presentator gevonden.

Maar waarom blijft er na dit slotprogramma dan toch iets knagen? Het moet te maken hebben met de minachting voor het publiek die tot op het laatste moment werd tentoon gespreid en die kenmerkend lijkt voor Poetry International. Het festival lijkt vooral op dichters gericht, niet op publiek. De subsidiegevers oefenen elk jaar weer druk uit op de organisatie om meer rekening te houden met het publiek. Het lijkt tot nu toe aan dovemansoren gezegd. De lange, ongezellige foyer in het Oostduits aandoende Doelengebouw waar de voorlees-sessies worden gehouden, was de afgelopen week soms weer griezelig leeg. En die ene keer dat het wel vol was, afgelopen zaterdag, werd er toch te veel aan gedaan om het publiek schrik aan te jagen.

Op het programma stond deze keer dat er een groot feest zou zijn in de publieke ruimtes van de Doelen. Om het contact tussen dichters en publiek te stimuleren was de bar in het dichtersverblijf dichtgegaan. Iedereen zou met elkaar een succesvolle afloop kunnen vieren.

Wie had kunnen voorzien dat op een gegeven moment een delegatie van dichters onder leiding van organisator Martin Mooij tijdens de voorstelling uit het dichtersverblijf zou komen om dwars door het publiek heen toch drank te gaan halen? De verbaasde toeschouwers konden nu na afloop van het voorleesprogramma zien hoe een glazig kijkende Mooij triomfantelijk met een volle fles Vat 69 onder zijn arm weer naar de besloten ruimte verdween. Want dáár was - nog altijd - het bal.

De dichters zijn de baas op Poetry. Maar dat wil nog niet zeggen dat men het publiek maar aan zijn lot moet overlaten. Wat dat betreft kan Poetry nog wat leren van het pas begonnen Haagse Crossing Border-poëziefestival dat veel meer op het publiek is gericht. In al zijn schamelheid heeft dat festival - bijvoorbeeld in tegenstelling tot Poetry - wel een bewaakte garderobe, zodat de poëzieliefhebber niet met zijn natte jas op zijn knieën zich maar moet zien te redden.