Onstuimige kwajongen als heer van stand; Profiel van I.W. OPSTELTEN

Binnenkort krijgt de nieuwe burgemeester, mr. I.W. Opstelten, het èchte Utrecht-gevoel. Eind deze maand verhuist hij vanuit Den Haag naar de statige Utrechtse Emmalaan. Dat komt goed uit, want op 1 juli moet de gemeenteraad beslissen over de sneltram en die vergadering zou wel eens tot diep in de nacht kunnen duren.

Een onbekende is mr. Ivo Willem Opstelten (49) na acht maanden burgemeesterschap voor de Utrechtse bevolking niet meer. Een factor van betekenis is daarbij zijn postuur, dat in de buurt komt van dat van de beroemde Utrechter Anton Geesink. En net als Geesink is Opstelten zeer benaderbaar. Dat ervoer Bolle Adje van de Abstederdijk een week geleden bij de opening van de manifestatie Kleurrijk Utrecht. Terwijl de allochtone standhouders hun kramen inrichtten, stapte de met gouden armbanden en tatoeages versierde bewoner van de volkse Sterrenbuurt op de nieuwe burgemeester af om zich voor te stellen. “Noem me maar Bolle Adje.” Een minzaam gesprek volgde, maar voor de Sterrenwijker was het succes boven verwachting toen Opstelten even later nog een keer naar zijn bankje kwam voor een kort gesprek. “Het is een schatje”, aldus Bolle Adje.

Zijn toegankelijkheid is een van de sterke kanten van Opstelten, vindt ook de Utrechtse wethouder van financiën en loco-burgemeester, J. van Lidth de Jeude. “Mij valt op dat als mensen hem aanspreken over een probleem hij er meteen inhoudelijk op reageert. Tegelijkertijd laat hij zijn ambtenaren en wethouders wel in hun waarde. Dat is heel opvallend. Het gaat niet van: ik ben de burgemeester en ik regel dat wel even. Degene die verantwoordelijk is, moet de zaak oplossen, maar hij houdt het wel in de gaten.”

Bij de oppositie lijkt Opstelten al bijna geen kwaad meer te kunnen aanrichten. De fractieleidster van Groen Links, A. Rijckenberg, stapte vorig jaar, voorafgaand aan de benoeming van Opstelten, nog verontwaardigd uit de vertrouwenscommissie toen bleek dat zeven van de acht kandidaten die hadden gesolliciteerd lid van de VVD waren. “Wij zijn heel enthousiast over hem”, zegt ze nu. “Hij is krachtdadig en hij zegt dingen waarvan ik denk: daar kun je hem op aanspreken.” Rijckenberg ziet daarbij een groot verschil met de vorige burgemeester, drs. M. Vos-van Gortel, die naar de Raad van State is vertrokken. “Als je het met Vos niet eens was, kreeg je dat niet te horen, maar dan gebeurde er gewoon niets.”

Ook de raadsvergaderingen lijken slagvaardiger te verlopen. “De eerste begrotingsbehandeling was een verademing. Er werden snel toezeggingen gedaan. De laatste tijd is het zelfs zo dat als wij niets doen de raadsvergaderingen binnen een half uur zijn afgelopen.” Rijckenberg houdt wel een slag om de arm, aangezien de afgelopen periode weinig zware onderwerpen in de raad aan de orde kwamen. Het debat over de sneltram, in de laatste vergadering voor de zomervakantie, wordt voor haar de ”testcase'.

Het debat over de omstreden sneltram is overigens typisch iets voor de bestuurder Opstelten, want in saaiheid glanzen is hem te min. Al in zijn studententijd stond voor hem vast dat hij burgemeester wilde worden en al snel werd duidelijk dat hij het ver zou brengen. In 1972 werd de toen 28-jarige Opstelten in het Drentse Dalen de jongste burgemeester van Nederland. In Utrecht heeft hij nu het hoogste bereikt dat voor een VVD-burgemeester vooralsnog haalbaar is. Commissaris van de koningin of minister wil hij niet worden, want dat staat te ver van de mensen af. Utrecht is zijn eindstation, verklaarde Opstelten bij zijn benoeming.

De liberale gedachte kreeg Opstelten in Rotterdam van huis uit mee. Zijn vader was bankier bij de AMRO en lid van de VVD, zijn moeder komt uit een Rotterdamse koopmansfamilie. De familie is van remonstrantsen huize, de liberaalste richting binnen het protestantisme, die ook wel eens de kerk voor bankiers en havenbaronnen wordt genoemd. Enige verzetsgeest is Opstelten overigens niet vreemd, want in zijn middelbare schooltijd werd hij door zijn ouders wegens recalcitrant gedrag ondergebracht bij een bevriende hervormde dominee in Emmen.

Tegendraads was hij ook in 1966. In dat jaar, toen provo's en bouwvakkers in Amsterdam in opstand kwamen en Democraten een nieuwe partij lanceerden om het oude bestel op te blazen, werd Opstelten juist lid van de VVD. Hij bleek op het goede paard te hebben gewed. Nadat hij in 1969 zijn rechtenstudie in Leiden had voltooid en tweeëneenhalf jaar als juridisch medewerker op de gemeentesecretarie in Vlaardingen had gewerkt, werd hij in 1972 benoemd in het Drentse Dalen.

Daar zijn ze nu nog verrukt over het optreden van de jonge burgemeester. De VVD'er G. Smits was indertijd wethouder en de mentor van Opstelten. “Dat was een topper. Die man was gezwind, hoor, tsjongejonge. Als je met hem naar het provinciehuis ging, moest je bijna uit de rijdende auto springen om hem bij te houden. In de besprekingen met de provincie stond hij zijn mannetje. Dan was hij bloedserieus en werden er geen grappen gemaakt. Hij kan uiterst behoedzaam en tactisch optreden. Het was typisch hoe zo'n jong iemand zo'n goede kijk op de zaak had. Hij wist best waar hij achteraan moest en waar niet.”

Het energieke optreden van de jonge burgemeester had ook een schaduwkant. “Hij was bar onrustig en veeleisend”, zegt gemeentesecretaris F. Boonstra. “Hij bruiste van activiteiten die ambtelijk niet altijd te behappen waren.”

Van het begin af was duidelijk dat Opstelten hogerop wilde, maar daar heeft de gemeente geen nadeel van ondervonden. Het 5.500 inwoners tellende Dalen was indertijd een artikel-12-gemeente en Smits lijkt nog steeds verbaasd over het feit dat het dorp nu beschikt over een volwaardig gemeenschapshuis en een sporthal. “We kregen alle subsidies die er maar te halen waren. Daar was Opstelten onvoorstelbaar goed in.”

Na vijf jaar werd Opstelten benoemd in Doorn. In dit welvarende christelijk en VVD-gezinde dorp op de Utrechtse Heuvelrug was eigenlijk weinig te beleven, omdat er nauwelijks meer gebouwd mocht worden. Toch heeft Opstelten ook daar indruk gemaakt. “Hij was 's morgens het eerste op het gemeentehuis en 's avonds deed-ie het licht uit. Ik denk dat de ambtenaren drie jaar na zijn vertrek nog overspannen waren.” zegt Christa Reil, destijds raadslid voor het CDA. Reil herinnert zich één confrontatie met Opstelten. Het college van B en W had een beslissing van de raad inzake een bouwvergunning ter vernietiging bij het provinciebestuur voorgedragen, maar verloor de zaak. “Tijdens de volgende raadsvergadering begon Opstelten er zelf over en feliciteerde de raad van harte met de uitspraak. We zijn daarna met z'n allen gaan borrelen.”

Na drie jaar besturen in Doorn maakte Opstelten zich verdienstelijk voor zijn partij. Op verzoek van partijleider en vice-premier Wiegel verhuisde hij in 1980 naar het einde van Nederland, naar Delfzijl dat met zijn kwijnend havenschap een schuld van tweehonderd miljoen gulden torste. Hij zou toen bedongen hebben dat hij na ”Delfzijl' een tijd in de Haagse bureaucratie mocht vertoeven.

Opstelten slaagde er in de schuld van Delfzijl te saneren, zodat de gemeente uit het artikel-12-dal kon klimmen. “Daarin is hij de grote stimulator geweest”, zegt drs. Ch. Leeuwe, destijds PvdA-wethouder voor economische zaken en nu burgemeester in het Zuidhollandse Oud-Beijerland. Samen met zijn burgemeester trok Leeuwe stad en land af om bedrijven te werven voor de Eemhaven. Er kwamen geen nieuwe vestigingen, maar “het heeft toch iets opgeleverd, in die zin dat er goede contacten tussen de overheid en het bedrijfsleven ontstonden”.

In 1987 kon Opstelten in Den Haag aan de slag. Als directeur-generaal openbare orde en veiligheid op het ministerie van binnenlandse zaken werd hij belast met de reorganisatie van het politiebestel, een onderwerp dat burgemeesters na aan het hart ligt. Als voorzitter van het georganiseerd overleg met de vakbonden kwam hij in 1988 voor hete vuren te staan, toen de politie massaal in opstand kwam tegen dreigende overplaatsingen als gevolg van de personele kortingen. Opstelten gaf geen krimp, totdat de politiek zich er mee begon te bemoeien. “Toen verloor hij de greep op de zaak en moest hij eieren voor zijn geld kiezen”, zegt F. van der Heiden, hoofdbestuurslid van de Nederlandse Politiebond. Zo'n capitulatie gebeurt zonder enig spoor van irritatie. “Opstelten is iemand met een houding van: waar maak je je eigenlijk druk om. Hij kan heel formeel zijn en dan opeens kwajongensachtig zeggen: ach, 't komt wel goed, maak je niet druk. Hij komt bij mij een beetje over als Ollie B. Bommel, een heer van stand. Ik verheugde me altijd op de vergaderingen met hem.”

Ook binnen zijn partij maakte Opstelten zich verdienstelijk. In 1987 werd hij vice-voorzitter van de VVD en in 1990 zat hij het woelige partijcongres in Zwolle voor, dat ging over het onverwachte, gedwongen vertrek van partijleider Voorhoeve. Het was mede aan de stuurmanskunst van Opstelten te danken dat de toenmalige partijvoorzitter dr. L. Ginjaar ten overstaan van een woedende achterban overeind wist te blijven.

In de artikel-12-gemeente Utrecht heeft Opstelten inmiddels al enkele confrontaties doorstaan. Een klachtengolf in zijn eigen nieuwe politieregio werd vaardig naar een klachtencommissie gedirigeerd. Hij trok aandacht met een grote actie voor meer stadsvernieuwingsgeld waarbij de gemeenteambtenaren zelfs werden opgeroepen om te ”staken' uit protest tegen de onwillige regering. Het was een levensgroot verschil met de stille diplomatie van zijn voorganger Vos.

En een plan van Gedeputeerde Staten om de samenwerking van de stad Utrecht met de omringende gemeenten, het Regionaal Beraad Utrecht (RBU), te torpederen werd door Opstelten nog dezelfde dag van tafel geveegd. De voorzitter van de CDA-fractie in de Utrechtse raad, drs. E. Haitsma, is wel gecharmeerd van die aanpak. “Het is heel moeilijk om op een strategische en tactische manier met de provincie om te gaan, als zij zich zo buiten de realiteit heeft geplaatst. Het heeft geen zin om daar soft op te reageren, dus dan kun je alleen maar hard knallen, en dat doet Opstelten dan ook.”

De Nieuwegeinse burgemeester drs. J. Laan, die vice-voorzitter van het RBU is, ziet in Opstelten eerder een bruggenbouwer. “Hij brengt er een verfrissend elan in. Hij is niet belast met de zwaarwichtige bestuurscultuur die in deze regio en provincie bestaat. We hebben hier een grote bestuurlijke dichtheid, waarbij men zwaar tilt aan procedures en voortdurend bezig is op de eigen winkel te letten. Opstelten geeft de mensen uitgebreid de tijd om hun standpunten uiteen te zetten en weet dan bruggen te slaan. Hij raakt daarbij nauwelijks gerriteerd en dat bewonder ik in hem. Mij zou dat niet lukken.”

Toch kan al te voortvarend optreden zich tegen hem keren, waarschuwt Laan. “Ik heb twee weken geleden in de regio voor het eerst geluiden gehoord dat mensen hem ervaren als een stoomwals. Ondanks zijn goedlachsheid gaat hij toch zijn eigen gang. Het wordt gezegd met een zekere bewondering, maar zoiets kàn zich tegen hem keren. Opstelten heeft echter voldoende kwaliteit om dat bijtijds te onderkennen en bij te spijkeren.”

    • Bert Determeijer