Nederland kan band met Antillen niet doorsnijden; Onafhankelijkheid is onze zaak, dat regel je niet per luchtpost'

Aan de vooravond van de tweede conferentie over de staatkundige verhoudingen tussen Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba, dreigt een impasse. Achter de schermen draait Nederland de duimschroeven aan.

WILLEMSTAD, 21 JUNI. “Dit is de eerste keer dat ik de politiek van Nederland als bedreigend en zelfs beledigend heb ervaren.” Don Martina is oud-premier van de Nederlandse Antillen en tegenwoordig oppositieleider in het eilandbestuur van Curaçao. Hij zit aan het eind van de middag met een medewerker in één van de kantoorruimten van het gebouw van de Staten van de Nederlandse Antillen in Willemstad. Vorige week maakte hij deel uit van een delegatie met de Antilliaanse premier Liberia Peters, haar Arubaanse ambtgenoot Oduber en de Curaçaose gedeputeerde Mendes de Gouveia, die op uitnodiging van premier Lubbers in Den Haag kwamen praten over een eventueel uitstel van de tweede zogeheten toekomstconferentie.

Nederland heeft toen volgens Don Martina gedreigd Curaçao uit het Koninkrijksverband te stoten wanneer de bestuurders niet aan de tweede toekomstconferentie willen deelnemen. Martina: “Zoiets doe je niet. Eén ding moeten de Nederlanders goed begrijpen: onafhankelijkheid is onze zaak. Daar moet het volk over beslissen. Het is geen kwestie die je even per luchtpost regelt.” Het overleg vorige week eindigde met de mededeling van Lubbers dat de toekomstconferentie deze week in Willemstad gewoon doorgaat. Het is echter niet meteen een "slotconferentie', zoals Nederland oorspronkelijk wilde. In de opzet van Lubbers die het beraad voorzit moet deze week op hoofdlijnen overeenstemming worden bereikt. Vervolgens is in het najaar gelegenheid voor het houden van een referendum op Curaçao waarbij de bevolking zich kan uitspreken over de resultaten van de conferentie. Uiteindelijk zouden dan tijdens een slotconferentie de details en uitwerking van de afspraken aan de orde kunnen komen.

De eerste toekomstconferentie in maart dit jaar liep vast toen bleek dat Curaçao niet akkoord wilde gaan met de voorwaarde die Nederland stelt aan het verlenen van een status aparte aan dit eiland. Curaçao maakt aanspraak op autonomie sinds het besluit viel dat het autonome Aruba binnen het Koninkrijk mag blijven, maar status aparte voor Curaçao komt neer op het uiteenvallen van de vijf eilanden van de Nederlandse Antillen. Nederland probeert nu tegelijkertijd de nieuwe staatkundige realiteit te regelen en bestuurlijk orde op zaken te stellen in de Carabische Koninkrijksdelen. Het Nederlandse dreigement van onafhankelijkheid per luchtpost aan het adres van de Curaçaose politici valt overigens nauwelijks serieus te nemen. Sinds het begin van de jaren zeventig was het Nederlandse beleid gericht op het afstoten van de voormalige kolonie Curaçao en onderhorigheden. Maar het huidige kabinet besloot juist de onafhankelijkheidsgedachte te verlaten en de betrekkingen met de Antillen en Aruba te intensiveren.

Van alle bestuurlijke misstanden die nu worden geconstateerd en die in het geval van Sint Maarten leidden tot onder curatele stellen van het eiland door minister Hirsch Ballin (Koninkrijkszaken) trok Nederland zich jarenlang weinig aan. Maar Antilliaanse politici hebben die onafhankelijkheid met succes weten tegen te houden. Dat Nederland nu toch weer dreigt de Carabische eilanden “het nest uit te jagen” zoals Lubbers het in maart noemde is eerder een signaal dat Nederland uit alle macht probeert vat te krijgen op de ontwikkelingen op de Antillen en Aruba. Aan de Carabische ontwikkelingen valt intussen amper een begin of een eind te ontdekken. Nederland, dat zegt vooral de belangen van de bevolking van de eilanden voor ogen te hebben, kan nauwelijks eenzijdig de banden - en ontwikkelingshulp - doorsnijden.

Alle partijen, dat wil zeggen vertegenwoordigers van de Nederlandse, Arubaanse en Antilliaanse regeringen en vertegenwoordigers van alle zes de eilandgebieden, houden elkaar in een weinig comfortabele omstrengeling. De Bovenwindse eilanden Saba, St. Eustatius en Sint Maarten gaan akkoord met de Nederlandse voorstellen. Zij oefenen druk uit op de Antilliaanse premier Liberia Peters, wier kabinet mede afhankelijk is van de steun van de Bovenwinden, om zich tegen de wens van haar Curaçaose partijgenoten uit te spreken voor het doorgaan van de toekomstconferentie. Curaçao wil "status aparte' zonder inperking van autonomie. Aruba wil het artikel in het Koninkrijksstatuut dat bepaalt dat het land in 1996 definitief onafhankelijk wordt schrappen. Maar dat kan alleen met de steun van Curaçao dat op zijn beurt de steun van Aruba wil bij het eigen streven naar autonomie.

Curaçao wantrouwt echter Aruba, dat op de eerste toekomstconferentie de houding aannam van "het beste jongetje van de klas'. Afgezien van wat probleempjes met een paar onafgebouwde hotels leken de financiën dik in orde. De memorie van toelichting bij de begroting van het kabinet voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse zaken over het lopende begrotingsjaar gaat nog uit van een positief saldo op de begroting van twintig miljoen gulden. Daarom nam Aruba tot nu toe een wat superieure houding aan in de gesprekken over de staatkundige toekomst. Inmiddels is gebleken dat men zich ten onrechte rijk heeft gerekend. Aruba komt zeker acht miljoen gulden tekort, zo heeft de Centrale Bank van het land becijferd. Waarschijnlijk is het tekort in werkelijkheid nog hoger.

Een speciale zogeheten quick scan-commissie van het Nederlandse ministerie van financiën komt binnenkort de schade opmaken. Daarbij hoort bijvoorbeeld ook de 40 miljoen gulden die Aruba over 1992 en 1993 apart moet zetten om het hoofd te kunnen bieden aan eventuele schadeclaims van de kredietverzekeraar van de mislukte hotelprojecten op het eiland. Aruba moet daar jaarlijks 20 miljoen gulden voor vrijmaken. Dat zou gelijk staan aan een belastingverhoging van 18 procent. Al met al lijkt ook Aruba zich niet te kunnen onttrekken aan de bijkomende bestuurlijke voorwaarden die Nederland stelt. Net als zijn Antilliaanse collega zit ook de Arubaanse premier Oduber daarbij tussen twee vuren: aan de ene kant Nederland, aan de andere kant de oppositie van oud-premier Henny Eman die hem beticht van al te grote inschikkelijkheid. Eman staat aan het hoofd van de grootste fractie in de Arubaanse Staten. De Arubaanse Volkspartij (AVP) heeft 11 van de 21 zetels en aangezien voor een wijziging van het statuut tweederde meerderheid nodig is kan Eman Oduber onder aanzienlijke druk zetten.

In de AVP-kamer in het Arubaanse regeringscentrum in Oranjestad handelt een man een reeks telefonische vraaggesprekken af. “Wij kunnen niet toelaten dat de fundamenten van onze autonomie worden aangetast omdat de huidige bestuurders niet deugen”, zegt een man tussen twee telefoontjes door. De overige leden van zijn fractie stromen binnen. Zo even is unaniem de nieuwe Landsverordening Administratieve Rechtspraak (LAR) aangenomen, één van de behoorlijkheidseisen van Nederland. Fractielid Nito Croes haalt zijn schouders op: “Het is een prachtige wet. Onze problemen zijn echter niet staatsrechtelijk maar sociaal. Wegens de kleine schaal, de onderlinge verwevenheden en tegenstellingen zal die wet nooit functioneren. Wij houden ons zelf en Nederland voor de gek.”

    • Frank Vermeulen