Japanse "wereldstad' zonder riool

Japan is het prototype van welvaart en welzijn, zo wordt vaak gedacht. Maar dat beeld klopt niet helemaal: in een stad als Wakayama is het nooit gekomen tot de aanleg van riolering. Menselijke fecaliën worden er in een fabriek verwerkt tot mestkorrels.

WAKAYAMA, 21 JUNI. In Wakayama, een Japanse stad van vierhonderdduizend inwoners, staat een fecaliën-fabriek. Dagelijks gaat er 440 ton in, ruim een kilo per inwoner, en komt er 17 ton mestkorrels weer uit. Wakayama City of the World staat weids op een spandoek aan de gevel van het stadhuis. Maar de ontlasting van haar inwoners wordt primitief opgehaald met tankauto's. De stad heeft geen riolering.

Dat is in het overigens zo op netheid gestelde Japan niet ongewoon, liefst zestig procent van de huizen ontbeert deze infrastructuur. In Wakayama is dat zelfs 85 procent. De dichtst bijzijnde metropool die een moderne riolering heeft, is het vijftig kilometer verderop gelegen Osaka. Het stinkt dan ook in Wakayama.

De fecaliën-fabriek ligt op een kunstmatig schiereiland, vlakbij de stad. Tankauto's rijden aan en af om hun lading te lozen in putten. Twintig jaar geleden dumpte de stad haar ontlasting nog rechtstreeks in de oceaan. En van de aanleg van een riolering is het nooit gekomen, de kanalisering van de rivier, die jaarlijks de benedenstad overstroomde, had prioriteit. Wel kwam de fecaliënfabriek in de plaats van de afvoer in zee. Klaagden de mensen in Wakayama dan niet? “Waarom zouden ze klagen?”, zegt Toshio Matoba, directeur openbare werken op het stadhuis. “Zolang ze hun fecaliën maar kwijtraakten.”

Klachten hadden de inwoners in de afgelopen jaren wel over de hoge tarieven van de transportbedrijven, die de ontlasting vervoeren naar de nu twintig jaar oude fabriek. De 25 particuliere bedrijven hadden in een prijskartel de stad onderling verdeeld. Dit voorjaar kwam het tot een conflict.

De gemeente besloot op aandrang van de inwoners de markt te liberaliseren. Elk bedrijf mocht de fecaliën overal in de stad ophalen, zodat de laagste prijs de doorslag gaf. De bedrijven weigerden, ze wilden hun eigen gebied behouden. Een staking brak uit. Er dreigde een acute overlast. Andere gemeenten schoten te hulp en leenden hun tankauto's uit die hun eigendom waren en die in Wakayama door gemeente-ambtenaren werden bereden. Spoedoverleg volgde. Ten slotte gingen de bedrijven overstag en stemden in met veel lagere tarieven, tarieven die gelden voor de riolering in het nabij gelegen Osaka. “Tot dan toe maakten de transportbedrijven vette winsten”, beaamt Toshio Matoba terugkijkend.

Totdat de ontlasting wordt opgehaald, bewaren de bewoners de boel in tanks onder hun huizen. Een derde van de inwoners heeft hoogst moderne tanks, die door zelfreiniging niet zo vaak hoeven worden geleegd. De rest moet het doen met ouderwetse tanks en krijgt regelmatig bezoek van het transportbedrijf dat het spul naar de fabriek op het schiereiland brengt. “Het is in huis op zichzelf niet ongerieflijk”, zegt directeur Horischi Kojima van de fabriek. “Maar dat is mijn persoonlijke mening.” En de stank? “Een zwak punt”, beaamt de directeur. Er bestaat volgens hem wel een technische oplossing, “maar die is heel duur”. Hij toont met zwier zijn fecaliën-fabriek.

Gasten moeten eerst hun schoenen voor sloffen verruilen voor ze de directiekamer betreden - een hygiënische gewoonte die alleen bij de Japanners thuis bestaat. Volgt een technisch exposé. “Omdat afvalwater en dergelijke niet meteen mèt de fecaliën in een riolering verdwijnen, is in Wakayama de recycling eenvoudiger. Bij riolering heb je te maken met olie en andere lastige bijprodukten, die je moet scheiden”, legt de directeur uit. “Maar omdat onze "input' dikker is dan bijvoorbeeld in Osaka, komt er wel meer high tech bij kijken.” De fabriek is gecomputeriseerd, er werken maar negentien man. Monitoren in de controlekamer tonen het bacteriologische verwerkingsproces van minuut tot minuut. Vanaf het dak is het uitzicht op de oceaan indrukwekkend, beneden in de fabriek de stank niet te harden. “Een tijdelijke storing” verklaart de directeur, “normaal valt het met de stank wel mee”.

Hij wijst op de nabijgelegen zakkenfabriek. Elke dag verlaten ruim 1.100 plastic zakken van elk vijftien kilo mestkorrels zijn fabriek, die naar de boeren in de provincie gaan. Hij laat een handvol grijsbruine, dikke korrels zien. Hoe staat het met met de kwaliteit? “Menselijke mest is stukken beter dan dierlijke mest”, zegt hij zonder een spoor van twijfel.

Terug in de trein, na aankoop van een fles parfum, lezen we in een plaatselijke krant een verslag van het eerste internationale wc-symposium in de stad Kobe. Een emeritus-professor van de beroemde Keio Universiteit in Tokio pleitte er voor een interdisciplinaire toilet-wetenschap. Citaat: “Ik zei laatst tegen een groep juristen: jullie moeten een Wet op de WC gaan maken”. Nog een krantecitaat van de professor: “Elk moment genereren we dingen in ons lichaam. Dan gaan we naar de wc. Maar zodra die voortbrengselen ons lichaam verlaten, wie is er dan de eigenaar van? Niemand bestudeert deze kwestie.”

    • Paul Friese