Japan heeft geen leiders, de macht moet worden gedeeld

TOKIO, 21 JUNI. Op de groepsfoto van de komende wereldtop van de G-7, begin juli in Tokio, zal misschien voor de laatste maal een Japanse premier staan zoals het Westen die kent. Een beetje eenzaam, een beetje klein, een beetje oud, zoals de meesten in de lange reeks Japanse eerste ministers. De demissionaire staat van premier Kiichi Miyazawa - geflankeerd door de Amerikaanse president Bill Clinton en de Franse president François Mitterrand - zal dan beter dan ooit weergeven wat een premier in Japan de facto voorstelt: een nominaal leider.

Macht in Japan is diffuus. Er bestaat geen ondubbelzinnig politiek leiderschap in de figuur van de minister-president, ook al is deze al bijna veertig jaar lang tevens voorzitter van de regerende Liberaal-Democratische Partij. Zelfs Yasuhiro Nakasone, een van de sterkste persoonlijkheden die het naoorlogse Japan als premier heeft gekend, bracht daarin geen verandering. Macht wordt gedeeld in Japan, zowel in de politiek als in de ondernemingen, met de bureaucraten in de rol van ordenende intermediair.

Dat deze diffuse machtsfiguratie de ontwikkeling tot economische supermacht heeft bevorderd en de hervorming van het archasche politieke systeem heeft verhinderd, lijkt paradoxaal, maar dat is het niet. De reden is de historische erfenis: de gemeenschappelijke vijand was het communisme, daarover bestond brede consensus. De in 1955 opgerichte LDP, een fusie van twee grote politieke partijen, fungeerde daarbij als verzekeringspolis.

Terwijl ondernemend Japan in hoog tempo een fenomenale positie verwierf op de wereldmarkten, bepaalde gedurende de hele Koude Oorlog de Pax Americana de Japanse buitenlandse politiek, en die werd in Washington gemaakt. Ondernemend Japan ging internationaal zijn weg, politiek Japan parochiaal - oppositie incluis.

Achtendertig jaar binnenlands monopolie van de LDP had als onvermijdelijk nevenprodukt de corruptie en, even onvermijdelijk, de roep om politieke hervormingen. Elke keer dat na de oorlog een schandaal uitbrak, beloofden de politici beterschap, maatregelen, een nieuw kiesstelsel, schoon schip. Maar het gebeurde niet. Geldtransfusie hield het politieke stelsel in leven. De daarmee verwante kliekvorming en onderlinge machtsstrijd waren voor de politici hun enige bestaansreden.

De bureaucraten regeren al veertig jaar gewetensvol het land. “Als al onze politici naar de eeuwige velden op Hawaii werden verbannen, zou het land bestuurbaar blijven”, vertelde eens een topman van de Keidanren, de machtige ondernemerslobby in Japan.

Pag 4: Concensus is weg, reden voor bestaan LDP ook

De Japanse politiek was dorpspolitiek pur sang: provinciaal, benepen, in zichzelf gekeerd. Een anomalie, zeiden velen in het Westen, maar ze hadden het mis.

Pas afgelopen week is in Japan het Post-Koude-Oorlog-Tijdperk aangebroken. De consensus is weg. De bestaansreden voor de LDP verdwenen. De verzekeringspolis waardeloos, de ondernemers verdeeld. Zodoende kon voor het eerst in de geschiedenis van de partij de interne machtsstrijd culmineren in een splijting. Aanleiding was het zoveelste schandaal en de daarop volgende plannen voor politieke hervormingen, die net als altijd schipbreuk leden.

Maar wat de daartoe strekkende wetsvoorstellen niet vermochten, heeft de splijting van de LDP in beweging gezet. “Ik ben ervan overtuigd geraakt dat hervormingen vanuit de partij tot mislukking zijn gedoemd”, zei een hervormingsgezinde LDP'er dit weekeinde. In feite is de breuk zelf de meest effectieve politieke hervorming van Japan.

In juli worden nieuwe algemene verkiezingen gehouden voor het Lagerhuis, de meest beslissende in het naoorlogse Japan, die tot een ongekende herschikking kunnen leiden in het Japanse politieke krachtenveld. De kans dat de LDP haar meerderheid in het Lagerhuis kwijtraakt is groter dan ooit. De kans op een tweepartijen-systeem met echte regeringswisselingen ook. De splijters hebben het royale voordeel van een offensieve strategie, de zittenblijvers niets anders dan de verdediging van een gehavend huis. De herschikking van de politieke krachten is al begonnen.

Komt er een jaren durende chaos met wankele coalities of komt er een solide tweepartijen-systeem? In het eerste geval zal het Japanse politieke systeem pas echt een anomalie worden. In het laatste geval, waarop het Westen mag hopen, zal de Japanse politiek haar masker kwijtraken. De tot nu toe diffuse politieke macht zal een gezicht krijgen, verpersoonlijkt worden door politieke leiders. Hun leiderschap zal niet langer nominaal zijn. De economische supermacht van Japan zal zich gaan weerspiegelen in zijn buitenlandse politiek. Op een volgende groepsfoto van de G-7 zal een Japanse premier staan, die macht uitoefent. Ook buitenlandse politieke macht. Hij zal tussen de wereldleiders niet langer eenzaam zijn, niet meer zo 'klein', jonger ook.