De Adriaan Paulen Memorial roept herinneringen op ...

De Adriaan Paulen Memorial roept herinneringen op aan een internationaal befaamd bestuurder.

Als atleet maakte Adje Paulen, hier te zien op een 800 meter in 1924, relatief weinig klaar. Hij liep de olympische finale van Antwerpen in 1920. Vier jaar later miste hij in Parijs de eindstrijd door een naar eigen zeggen “plotselinge zandophoping bij de finish”.

Adriaan Paulen werd tijdens de oorlog voorzitter van de Nederlandse atletiekunie. Hij was eerder een verzetsheld dan een meeloper met de vijand. De ingenieur Paulen weigerde de Duitsers informatie te veschaffen over stakende mijnwerkers. Hij werd in de dodencel geplaatst, maar overleefde de oorlog.

In 1948 werd hij lid van de internationale atletiekfederatie (IAAF), in 1976 voorzitter. Paulen was een fervent tegenstander van het gedogen van doping. Bij het olympische polsstokhoogspringen in Moskou zag hij er persoonlijk op toe dat er geen onregelmatigheden plaats vonden. Achter zijn rug om werden de (wind)tunnels in het stadion voor de Sovjet-atleten wagenwijd opengezet.

Op dringend advies van de collega-bestuursleden ging de bejaarde voorzitter in 1981 met pensioen. Paulen werd geroemd om zijn bestuurlijke kwaliteiten, maar zou de commerciële ontwikkeling binnen de sport niet goed kunnen leiden.

Vier jaar later overleed Adriaan Paulen in een ander harnas. De liefhebber van snelle sportwagens was met zijn rode Alfa op weg naar een congres in Nice toen hij tijdens een tussenstop door een rukwind werd verrast. Hierbij brak hij zijn heup. De noodzakelijke operatie werd hem fataal. Voor zijn dood was hij al bang in de hemel de kritische journalist weer te ontmoeten, die hij in 1921 nog in elkaar had geslagen. (Foto Spaarnestad)