CDA EN HINDOES

Bij het CDA is geen plaats voor hindoes, wel voor islamieten, aldus de kop van een artikel in NRC Handelsblad van 12 juni. Daaronder volgen de beknopte argumentatie van drs. Klop, plaatsvervangend directeur van het wetenschappelijk bureau van die partij, in een verslag van een te Amsterdam gehouden studiedag.

Hindoes mogen niet meedoen want zij zouden geen voorstanders zijn van de scheiding van kerk en staat (eerste criterium) en ook niet van bijzonder onderwijs (tweede criterium).

Het is mij een raadsel hoe men een uiterst politieke godsdienst als de islam ten aanzien van het eerste criterium zo lankmoedig kan behandelen. Nooit heeft deze godsdienst de scheiding van kerk en staat expliciet voorgestaan of doorgevoerd, behalve dan in Turkije, maar dat was dan ook onder de notoire athest Ataturk. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het voor een niet-islamiet praktisch onmogelijk is het staatsburgerschap te verwerven van een islamitisch land (met hierop Indonesië als uitzondering).

Het feit dat de hindoes (tolerant en bescheiden in godsdienstige zaken) niet veel heil zien in bijzonder onderwijs is toch eerder een krachtige bijdrage te noemen tot het denken in de richting van een scheiding tussen kerk en staat en daardoor juist een reden om hen op te nemen in de CDA-gelederen.