BUITENLANDERS MET EEN GOUDEN BAT

Meer dan ooit beheersen de mannen met een 'gouden bat' de Nederlandse cricketcompetitie. Kenny Jackson en Peter Cantrell slaan honderden runs bij elkaar en het is niet toevallig dat hun clubs, koploper VCC en titelhouder Kampong, hoog op de ranglijst staan. Gisteren speelden ze in Utrecht tegen elkaar.

Peter Cantrell - Australiër, 30 jaar - houdt in de ochtend maar negentien ballen stand. Hij krijgt de bal net boven de knie op zijn been en gaat hij met lbw naar de kant. Hij komt tot een score van twee schamele runs. Toeschouwers die iets te laat komen zien tot hun grote verbazing Cantrell alweer tussen zijn ploeggenoten zitten. De met cricket gestopte ex-international Godfrey Edwards tot de Australiër: “Hoe kan dat nou? Ik kwam speciaal naar jou kijken.”

Kenny Jackson - Zuidafrikaan, 28 jaar - komt tot 31 ballen. Tien runs; zeker niet om over naar huis te schrijven. Hij wordt achter het wicket uitgevangen door veteraan Schoonheim. De vreugde bij Kampong over deze snelle buit is groot. Het gezicht van Jackson staat op onweer. Hij heeft de pest in en blijft nog lang zitten mokken.

Hiermee is er sprake van een opvallend evenwicht tussen Cantrell en Jackson. Voor beiden geldt de lage score dit seizoen als uitzondering. Cantrell heeft een schitterende batgemiddelde van 140,33 runs, Jackson staat op 83,66. “Nu wordt het pas een echte wedstrijd”, zegt een toeschouwer na Jacksons eliminatie. De twee teams moeten het nu uitvechten zonder de gebruikelijke topscores van hun buitenlandse toppers. Kampong komt met hangen en wurgen tot 161 runs, onder andere door 75 van Verzijl. VCC - met Patrick de Leede (29 niet uit) en Tim de Leede (27) als topscorers - wint door het totaal van thuisclub vier overs voor het einde te overtreffen, 165 voor 6. “Je kan het nooit alleen”, reageert Jackson al tijdens de lunch op de vraag of zijn inbreng bij VCC te groot is. “Met Cantrell of Jackson wordt ACC (middenmoter, red.) ook geen kampioen.”

Steven Lubbers, aanvoerder van het Nederlands team en speler van Hermes DVS, vindt VCC een waardige koploper. “Ze hebben een duidelijk strijdplan en spelen heel gedisciplineerd en fanatiek.” VCC heeft dit seizoen de gewoonte om als eerste te gaan batten en dan een flink totaal neer te zetten waarop de tegenpartij zijn tanden stuk bijt. Jackson: “Hier in Nederland worden ze erg zenuwachtig als ze tegen een totaal van rondom de 300 runs moeten aanknokken.” Tegen Kampong moest het anders, omdat de Voorburgers de toss verloren. Lubbers: “Bij VCC draait het echt niet alleen om meneer Jackson. Ook Houben en Tim de Leede kunnen goed batten.”

Toch is Jackson, speler-coach in Voorburg, in zijn eentje verantwoordelijk voor een belangrijk deel van VCC's puntentotaal. Hetzelfde is met Cantrell bij Kampong het geval. Hij scoort al jaren bergen runs in de hoofdklasse. De Australiër, door de internationale regels gerechtigd om voor de Nederlandse ploeg uit te komen, speelde in 1984 voor het eerst bij Kampong. Hij zei al in een interview eerder zich soms te vervelen als hij met het bat in zijn handen op het veld staat. Hij krijgt dan te makkelijke ballen.

Verrassender zijn de prestaties van Jackson. Hij is aan zijn tweede seizoen in de nationale competitie bezig. Hij sloeg in elf wedstrijden 762 runs bij elkaar. In de hele vorige competitie waren dat er 798. Dat verduidelijkt de opmerkelijke progressie van de Zuidafrikaan. Alleen al tegen VOC, op 17 mei, maakte hij 209 runs. Voor hem passeerden in de historie van het Nederlandse cricket slechts vijf spelers de magische 200-grens in één wedstrijd. Aanvoerder Mark Nota denkt dat Jackson extra gemotiveerd is omdat hij afgelopen winter in eigen land een teleurstellend seizoen heeft gespeeld. Of misschien is het wel de premie die Jackson elke keer krijgt als hij de honderd runs haalt. Vorig jaar had hij die afspraak nog niet met zijn club.

Jackson zelf schrijft zijn topprestatie toe aan een grotere concentratie. “Ik praat mezelf elke wedstrijd een probleem aan. Dat ik niet fit ben omdat ik te laat naar bed ben gegaan of omdat ik te hard heb getraind. Of dat ik de bal goed moet raken omdat ik met een ander bat speel. Op die manier weet ik dat ik steeds extra moet oppassen. Dat houdt me scherp.” Jackson gebruikte in het duel dat hij 209 runs maakte een van teamgenoot Colin Ewen geleend bat. Hij bleef er mee spelen, totdat hij er afgelopen zaterdag tijdens de training een barst insloeg. Tegen Kampong speelt hij weer met een ander geleend bat, nu van Nota. Het 'gouden bat' van Kenny Jackson blijkt dus niet eens van hemzelf te zijn.

Jackson en Cantrell zijn totaal verschillende batsman. Cantrell is een beetje saai, degelijk en hij wacht geduldig op zijn kansen. Jackson is een waaghals die regelmatig de bal vol risico het veld probeert uit te slaan. Dat is leuk om te zien. “Hij is heel fanatiek en heel fit. Hij loopt twee marathons per jaar”, zegt captain Nota over Jackson.

Het is de vraag of VCC Jackson kan houden. Hij trok afgelopen week de aandacht van de Engelsen door in een wedstrijd met een Haagse selectie 119 runs te maken tegen de profs van Leicestershire. Zaterdag verloor het Nederlands team dik van die ploeg. Het teleurstellende Oranje maakte toen in het totaal maar 133 runs, met 35 van Cantrell. Jackson speelde al eerder in Engeland - niet op het hoogste niveau - maar knapte daar af “op het cricket en het leven”.

Bij VCC zijn ze natuurlijk blij met Jackson. “Een kwestie van puur geluk”, aldus Nota. De Voorburgse club zocht een buitenlandse coach en kwam toevallig bij Jackson terecht. Lang niet iedereen vindt de aanwezigheid in de competitie van de Zuidafrikaan en zijn buitenlandse collega's leuk. De buitenlanders verhogen het niveau, maar aan de andere kant is hun aandeel groot, te groot eigenlijk. Zij scoren bij bijna elke club veruit de meeste runs. Coach Murray bezorgde gisteren VRA met 117 runs de winst tegen Rood en Wit en Spartaan Nolan Clarke, afkomstig van Barbados, passeerde de grens van 10.000 runs in de Nederlandse hoofdklasse. “In feite”, zegt de realistische captain van Kampong, Floris Jansen, “houden we onszelf als clubs voor de gek. We doen alsof we goed zijn, maar onze sterkte is afhankelijk van maar één of twee spelers.”

Een probleem is dat de bowlers in de Nederlandse competitie het over het algemeen de buitenlanders niet moeilijk kunnen maken. Hun niveau is niet hoog genoeg. De beste Nederlandse bowlers, André van Troost en Roland Lefebvre, spelen in Engeland en van nieuw bloed is nauwelijks sprake. “Een goede bowler moet zwoegen, bal na bal moet hij instormen, overs lang. Misschien is de jeugd te verwend om die uitdaging aan te gaan”, aldus Steven Lubbers, bondscoach van de jeugd. Kampongs Floris Jansen, zelf één weinige Nederlandse topbowlers: “Het vergt veel tijd en inzicht. En dan is het voor een jonge cricketer makkelijker om een goede bal te slaan dan te gooien.”

“De invloed van de Nederlanders wordt minder en minder. Alleen Tim de Leede houdt zich nog een beetje staande”, constateert Ron Elferink. Hij was één van de beste cricketers van Nederland, maar hield het na afgelopen seizoen voor gezien. Nu zit de ex-aanvoerder van Kampong met studieboeken aan de kant van het veld. Hij kijkt bezorgd toe. “De clubs trekken alleen nog batsman als buitenlanders aan. Ik geef ze geen ongelijk. Een bowler kan door de regels op maar een kwart van de wedstrijd invloed uitoefenen. Een batsman mag de volle zestig overs blijven staan. En het mooiste is dan een goede batsman aantrekken die toevallig ook nog een aardig balletje kan gooien. Zoals Kenny Jackson.”