Bach en Beethoven lijden in bewerkingen

Concert: Symfonisch Orkest en Koor van de Vlaamse Opera o.l.v. Stefan Soltesz, m.m.v. Penelope Walmsley-Clark, Patricia Bardon, Christopher Ventris, Guy de Mey, Henk van Heijnsbergen, Werner van Mechelen. Programma: Bach/Schönberg: Präludium und Fuge in Es; Beethoven: Grosse Fuge; Strawinsky: Threni. Gehoord: 20/6 Concertgebouw Amsterdam.

Schönbergs transcriptie van de Präludium und Fuge in Es van J.S. Bach is een virtuoos waagstuk op het gebied van de orkestratie. Op een bijna frivole manier herschiep hij Bachs orgelmuziek in een lofzang op de onbeperkte mogelijkheden van het symfonieorkest. Omwille van de klankkleur maakte Schönberg hierbij gebruik van bijzondere effecten, zoals het combineren van vioolpizzicati en piccolo's in een unisonopassage, of het onderstrepen van een belangrijke melodielijn in de strijkers door het glockenspiel.

Eigenlijk is het vreemd dat juist de rekenmeester van de twintigste eeuwse muziek zich geroepen heeft gevoeld om de strenge logica van Bachs orgelmuziek op een theatraal plan te brengen. Het door het Symfonisch Orkest van Vlaanderen in het Holland Festival markant en contrastrijk uitgevoerde resultaat, maakte duidelijk dat ook in muziek eenvoud de middelen siert. De uitgebalanceerde lijnen van de originele versie vallen bij Schönberg uiteen in effectvolle fragmenten, en daarmee gaat de magistrale zeggingskracht van Bach grotendeels verloren.

Ook de Grosse Fuge van Beethoven is het meest overtuigend in de originele versie voor strijkkwartet. Want ook al blonk het orkest tijdens de enerverende vertolking van dit werk uit in genuanceerd en helder ensemblespel, toch boetten de afzonderlijke stemmen per definitie in aan expressie wanneer ze door grotere groepen in plaats van door vier individuen worden gespeeld.

In Strawinsky's Threni voor vocale solisten, koor en orkest daarentegen is de soberheid zo streng doorgevoerd, dat het gevaar voor eentonigheid om de hoek loert. In deze Klaagzangen van Jeremia uit 1958 maakte Stravinsky voor het eerst volledig gebruik van de twaalftoonstechniek. Het is ongenaakbare muziek, waarin gepoogd wordt met een minimum aan middelen een maximum aan effect te sorteren. Ondanks de voortreffelijke uitvoering bleef de hartverscheurende inhoud van de teksten grotendeels verborgen achter een imponerende maar hermetisch gesloten facade van vormprincipes.