Amerika in de ban van Spielbergs dino-film

WASHINGTON, 21 JUNI. De Amerikanen zijn in de ban van een science fiction film over de met genetische manipulatie teweeggebrachte herrijzenis van dinosaurussen, “Jurassic Park”. Universal heeft binnen elf dagen het recordbedrag van 120 miljoen dollar verdiend aan deze hoogtechnologische film van Stephen Spielberg, die in 2437 theaters in het land worden vertoond. De met animatievideo en machinale monsters samengestelde film kostte 60 miljoen dollar.

Op Connecticut Avenue, een grote zesbaansallee dwars door Washington, stond gistermiddag het verkeer muurvast in het hete weer. Bijna alle automobilisten zochten een parkeerplaatsje bij het filmtheater, waar “Jurassic Park” draait. Een 200 meter lange rij mensen wachtte op de stoep voor de theateringang. In een willekeurige wagon van de Washingtonse metro praatte op de ene bank twee vrouwen over de film, terwijl iemand achter hen de gelijknamige science fiction roman van Michael Crichton aan het lezen was.

Dinosaurussen zijn al een jarenlange rage in Amerika. Ze voldoen aan de algemene belangstelling voor ecologie, nu de natuur in de directe omgeving steeds moet wijken. Bovendien zijn de saurussen een uitgestorven soort en de speculatie dat de mens hun voorbeeld zal volgen neemt vooral aan het einde van dit millenium koortsachtige proporties aan.

Vierjarigen kunnen moeiteloos een Triceratops van een Stegosaurus of Tyrannosaurus onderscheiden, zoals ze vroeger automerken op de weg herkenden. Op radio- en televisierubrieken geven kinderpsychologen advies over de geschiktheid van de film voor kleine kinderen. De communis opinio van de deskundigen is dat de film te gewelddadig is. Hij is gekeurd voor boven de dertien. Zelfs Spielberg vindt zijn eigen film te eng voor zijn kinderen van acht jaar en jonger. Maar er zijn nog minidino's, plaatjes en boekjes die aan kinderen kunnen worden gegeven. Mc Donalds heeft nog saurusvormige hamburgers. Veel kinderen, dol geworden door de publiciteit, slagen er na lang zeuren toch in om hun ouders mee te krijgen. Er stonden heel wat kleuters aan de hand van volwassenen in de rij op Connecticut Avenue. De hoeveelheid gruwelijkheid wijkt niet af van wat er overdag op televisiefilms is te zien. De schokeffecten zijn vergelijkbaar met die in Spielbergs “Jaws”, waarbij plotseling een haai met geopende bek het filmpubliek dreigt op te eten.

“Jurassic Park” is eigenlijk de “Star Trek” van na de Koude Oorlog. De wereld van het populaire “Star Trek” en de “The Empire Strikes Back” werd beheerst door twee hoogtechnologische supermachten die elkaar over het hele heelal bestreden. In die film is aanvankelijk de menselijke natuur niet in bedwang te krijgen maar uiteindelijk overwint de goede partij. “Jurassic Park” verkeert in het biotechnologische tijdperk, waarbij een onschuldig lijkend experiment uit de hand loopt. Het Empire slaat hier niet terug maar is eerder in een door te grote speelsheid veroorzaakte staat van End-Of-Empire.

De film handelt over een miljardair die levensechte dinosaurussen in zijn pretpark wil hebben. Daartoe klonen zijn wetenschappers een in amber gefossiliseerde maaginhoud van een mug, die zich vlak voor zijn dood aan het bloed van een saurus te goed had gedaan. De DNA wordt doorgegeven aan een cel die wordt gemplanteerd in een kunstei. De bedoeling is dat de nieuwe wezens (alle vrouwtjes) zich niet kunnen voortplanten maar door een technische fout kan dat toch.

Het klonen van DNA van een fossiel gebeurt nu al aan verscheidene Amerikaanse universiteiten om de kenmerken van insecten in amber van tientallen miljoenen jaren geleden te onderscheiden. Het weer tot leven wekken van fossiele dieren kan nu niet maar is volgens wetenschappers niet onmogelijk. Het probleem is dat het DNA na miljoenen jaren achteruitgaat en dat slechts één procent van de oorspronkelijke blauwdruk behouden blijft. Het materiaal moet dus worden aangevuld met dat van huidige levende wezens.

In veel opzichten klopt de film niet met de werkelijkheid. De meeste dinosaurussen leefden niet in het Jura maar in het Krijt-tijdperk. Ze stierven in golven uit. Dinosaurusbloed bevat geen DNA. Dat was geen probleem voor de filmmaker, die slechts een paar realistische elementen nodig heeft. Ook de manipulatoren van de animatiebeelden hebben geen paleontische klonen nodig om de toeschouwers blij te maken met hun hypermoderne, digitale dino's.

    • Maarten Huygen