Van der Sterren heeft nu pas zijn draai gevonden

EINDHOVEN, 19 JUNI. Met het geluk van de sterkste stelde Paul van der Sterren in de voorlaatste ronde van het Nederlands schaakkampioenschap de remise veilig die hem verzekerde van zijn tweede landstitel. Er was rekening gehouden met een puntendeling, maar het bleek een halfje dat niet zonder slag of stoot werd binnengehaald.

In de analyse na afloop kwam Van der Sterren met behulp van zijn tegenstander Van der Wiel, die er nu pas doordrongen van raakte hoe groot zijn voordeel werkelijk was geweest, in steeds zorgelijkere eindspelen terecht. Dat was een mooi moment voor een bestuurslid van de Nederlandse Schaakbond om voor een vrolijke noot te zorgen. Hij feliciteerde de nieuwe kampioen en voegde er goudeerlijk aan toe dat hij Van der Sterren zeker niet tot de favorieten had gerekend. Zonder zijn goede humeur te verliezen riposteerde deze kwiek: “Dat valt me tegen van de bond, want dat getuigt niet van veel inzicht.”

Toch kon het bestuurslid weinig kwalijk worden genomen. Van der Sterren mocht dan al eerder in 1985 Nederlands kampioen zijn geweest en onlangs mocht hij zich met indrukwekkend spel in Brussel hebben geplaatst voor het Interzonale toernooi in Biel, als serieuze kanshebber voor de titel werd hij door niemand genoemd. Met aanmerkelijk meer zelfvertrouwen dan de meeste stuurlui hem zullen toedichten reageert de uit Limburg stammende Amsterdammer op de bespiegelingen vooraf. “De mensen die hun favorietenlijstjes opstellen denken dat ze weten wat ze aan me hebben. Maar ik weet ook wat ik aan mezelf heb.”

Zijn inschatting was een andere. Van der Sterren: “Afgezien van Piket die gewoon de beste speler is van dit gezelschap, maar waarvan ik wist dat hij het moeilijk zou krijgen, vind ik niet dat die anderen beter zijn. Van der Wiel is dat langere tijd geweest, maar is dat niet meer. En Nijboer en Van Wely hebben zeker een groot potentieel, maar ze zijn veel kwetsbaarder dan Piket.”

Zijn verwachtingen werden bevestigd door de gang van zaken in het toernooi. Piket was van slag en Van der Wiel zakte na een flitsende start terug. Nijboer en in sterkere mate Van Wely vertoonden weinig stabiliteit. “Zij verwachten zoveel van zichzelf. Als het ook maar even hapert gaat alles tegen hen werken.” Met nog één ronde te gaan delen Nijboer en Van der Wiel de tweede plaats, op twee punten van de kampioen.

Van der Sterren is blij dat hij in eigen land weer eens goed heeft gespeeld en dat hij heeft aangetoond dat een 37-jarige schaker nog niet uitgerangeerd hoeft te zijn. In het blad Schaaknieuws mocht hij over de eerste ronde lezen dat “Van der Sterren en Ree (toch zeker niet de jongsten uit het gezelschap) met hun krachten smeten en het halve punt pas na 82 zetten deelden”. Zijn reactie is kort. “Belachelijk natuurlijk. Dat valt allemaal in de categorie van dingen die ik niet eens in me opneem.”

Na zijn winst in het zonetoernooi komt dit kampioenschap op een belangrijk moment. Na het rijke jaar 1989 toen toernooioverwinningen in München, Dortmund en Oostende hem de grootmeestertitel brachten, volgden jaren met pieken en dalen. In de zomer van verleden jaar werd een absoluut dieptepunt bereikt en zakte zijn Elo naar 2490. Zo'n vijftig punten heeft hij inmiddels teruggewonnen.

Met een tevreden glimlach bekent Van der Sterren dat hij eindelijk het gevoel heeft dat hij zijn draai heeft gevonden. “Ik geloof dat ik toen ik jonger was het slachtoffer ben geweest van de overheersende bohémienstijl onder de Nederlandse schakers. Die mij uiteindelijk toch minder goed lag.” De laatste jaren pakt hij toernooien anders aan. “Zonder enige gêne schrap ik de gezelligheid uit een toernooi en probeer zo goed mogelijk te spelen.” Hij schiet in de lach als hij vervolgt met “buiten toernooien heb ik niet het idee dat ik iets tekort kom”.

Van der Sterren probeert het schaken zoveel mogelijk te benaderen als een normaal beroep. Een beroep waarbij je ook om acht uur 's ochtends op kunt staan en niet noodzakelijkerwijs tot elf uur in je bed hoeft te liggen omdat dat de kans op een briljant openingsidee zou bevorderen. Het is mede om die reden dat hij van tijd tot tijd omschreven wordt als "serieus', "saai', "degelijk', of dat hem vergelijkbare kwaliteiten worden toegedicht die hem evenmin een spelletjesshow bij RTL 4 zullen opleveren.

Wanneer hij het weer eens leest haalt hij zijn schouders op. Hij schaakt met plezier en kijkt met ambitie en nieuwsgierigheid uit naar het interzonale toernooi in Biel. Van der Sterren weet dat hij geen wereldkampioen zal worden, maar schaakt met het besef dat er naast de directeurspost nog voldoende andere interessante banen in het pand voorhanden zijn. “Ik doe tegenwoordig wat ik vind dat ik moet doen. Aan voorbereiding en tijdens de partij. Dan moet het resultaat wel goed zijn. Als dat niet genoeg is kun je er verder niets aan doen. Dat bevalt me wel. Op die manier is het fantastisch om te schaken.”