Tussen vechtende honden

Ondanks de eindeloze reeks onderhandelingen en vredesplannen woedt de oorlog in Bosnië-Herzegowina voort en is steeds meer sprake van totale anarchie. Een groep van 22 EG-waarnemers, die hoofdzakelijk opereren in centraal Bosnië, probeert met gevaar voor eigen leven nog meer gewelddaden te voorkomen. Alfred van Cleef kreeg bij hoge uitzondering toestemming de activiteiten van de waarnemers een week lang van nabij te volgen en onderhandelingen tussen plaatselijke commandanten bij te wonen. "Als jullie ons geen water geven, snijden wij de stroom af.'

DE WAARNEMERS

Chris Smulders: ""Ons moreel verloopt in curves. Een waarnemer die nog maar kort in Bosnië is, heeft hoop. Met veel inspanning weet hij de strijdende partijen zo ver te krijgen een staakt-het-vuren overeen te komen of de installering van een gemeenschappelijk plaatselijk bestuur. Als dan de volgende dag diezelfde mensen een bloedbad aanrichten en hij ziet alle doden en gewonden, valt hij doorgaans in een diep gat. Daarvan herstelt hij pas weer als hij begint te accepteren dat in Bosnië een getekend document van geen enkele waarde is, evenmin als een mensenleven. Wie te hoge verwachtingen blijft koesteren, is rijp voor de psychiater.''

EG-waarnemers zijn afkomstig uit de twaalf EG-landen en uit Zweden, de Tsjechische Republiek, Slowakije, Polen en Canada. Onder de naam European Community Monitor Mission (ECMM) opereren ze in Servië, Kroatië, het deel van Bosnië-Herzegowina dat niet in Servische handen is, Macedonië, Montenegro, Albanië, Hongarije en Bulgarije. Ze lopen - ongewapend - rond in witte broeken en witte granaatscherf-werende vesten. Het zijn vrijwel allemaal hoog opgeleide beroepsmilitairen. Sommigen waren al gepensioneerd en hebben zich als vrijwilliger gemeld. Anderen zijn gestuurd.

Voor velen is dit hun eerste oorlog. De Nederlander Trudo van der Heijden (53) behoort tot het ""niet ouwehoeren maar doen'' type. Hij zit vlak voor zijn pensioen. Tientallen jaren heeft hij leiding gegeven aan Nederlandse soldaten: in vredestijd. ""Na al die jaren wil ik toch één keer in mijn militaire loopbaan ervaren wat het betekent als er kogels en granaten op je af komen, in plaats van dat je zelf schiet'', zegt hij. ""Echt voelen wat oorlog is en proberen met mijn ervaring iets nuttigs te doen.''

Elders nemen waarnemers alleen waar. Zo niet in Bosnië. Daar initiëren ze de uitwisseling van gevangenen of lijken, verlenen humanitaire hulp, proberen plaatselijke overeenkomsten te sluiten en vervoeren medicijnen of vluchtelingen. Alles heeft met alles te maken. Omdat de strijdende partijen elkaars voedselkonvooien kapen of water- en elektriciteitsleidingen afsluiten, spelen primaire levensbehoeften vaak een cruciale rol. ""Je kunt twee vechtende honden beter met hondenbrokken tot bedaren brengen dan met een knuppel'', zegt de Brit C. Beese, plaatsvervangend hoofd van het regionale ECMM-centrum in de centraal-Bosnische stad Zenica.

De waarnemers aldaar hebben een aantal verdiepingen afgehuurd in Hotel Internacional. Ze hebben zelf generatoren en satellietverbindingen genstalleerd, aangezien de stroomvoorziening in Zenica nauwelijks meer functioneert. De liften zijn meestal buiten gebruik, stromend water is er hooguit een paar uur per dag. Alleen op de zeldzame momenten dat water en stroom tegelijkertijd beschikbaar zijn - meestal middenin de nacht - behoort een warme douche tot de mogelijkheden.

De waarnemers komen iedere ochtend om kwart voor acht in een vergaderzaaltje bijeen om hun plannen voor die dag te bespreken. Ze opereren in teams van vier: twee waarnemers, een chauffeur en een tolk. Ze rijden rond in witte soft skin jeeps, voor gevaarlijke missies staan drie gepantserde auto's ter beschikking. Indien nodig vragen ze het Britse leger om bescherming met Warrior-pantservoertuigen. De meeste waarnemers in Zenica zijn al diverse keren beschoten, dit jaar nog zonder ernstige gevolgen. In totaal telt de ECMM in Bosnië 56 medewerkers, van wie er 22 als waarnemer werkzaam zijn. In 1992 kwamen zes van hen om het leven: één waarnemer werd doodgeschoten, de overige vijf waren inzittenden van een neergehaalde helicopter.

DE ONDERHANDELING

Op initiatief van Unprofor en EG-waarnemers komen in Kiseljak al een maand lang iedere week vertegenwoordigers van het Kroatisch-Bosnische leger (HVO) en van het door moslims gedomineerde leger van Bosnië-Herzegowina (BiH) bijeen. Plaats van handeling: een legertent in het Unprofor-hoofdkwartier, vlak naast de villa van generaal Morillon. Het is de bedoeling te onderhandelen over een staakt-het-vuren op plaatselijk niveau en afspraken te maken over het herstel van de water- en stroomvoorziening in het gebied. Tot nu toe zijn de onderhandelingen volledig mislukt.

De Nederlander Trudo van der Heijden woonde de vorige bijeenkomst bij en zal het vervolg niet gauw vergeten. Na afloop van de vergadering reed hij weg, in de richting van Zenica. Vlak buiten Kiseljak haalde een HVO-voertuig de waarnemers in en gebood hen zich uit de voeten te maken. Van der Heijden en zijn collega zochten dekking achter een boerderij en zagen met hun verrekijkers hoe het HVO met granaten, luchtdoelgeschut en mitrailleurs het moslim-dorp Gornionica onder vuur nam.

""Vanuit de heuvels hoorden we het gegil van vrouwen en kinderen. Het is was heel angstaanjagend en we konden niets doen.'' De waarnemers zaten daarna klem omdat de gewone weg als gevolg van het geweld was geblokkeerd. Van der Heijden: ""Nadat ze eerst het dorp aan flarden hadden geschoten, begeleidden diezelfde jongens ons keurig via allerlei sluipwegen weer terug naar Kiseljak. Zo gaat dat hier.''

In de tent confronteert de Canadese voorzitter J. Fontaine HVO-commandant Vinko Lucic met de ""duidelijk van te voren geplande'' verwoesting van het moslim-dorpje. De Kroaat ontkent de aanval niet - dat kan ook moeilijk gezien de aanwezigheid van de EG-waarnemers - maar stelt dat het hier een actie van ""pure zelfverdediging'' betrof. ""Iedereen in de dorpen rondom Kiseljak, zelfs het kleinste kind, wist dat de moslims een aanval op Kroatische dorpen beraamden. We moesten dus wel iets in de preventieve sfeer terugdoen.''

Hij vervolgt zijn betoog met de wreedheden die de moslims begaan zouden hebben in de regio Travnik. Gewonde Kroaten zou daar medische hulp zijn ontzegd, ""puur omdat ze geen moslims zijn''. BiH-vertegenwoordiger Zobic Sabahudin - zoals veel moslims gekleed in een oud Duits legerhemd, met de Duitse vlag nog op zijn mouw - reageert op deze beschuldiging door te stellen dat ook gewonde burgers uit Visnica niet in het ziekenhuis terecht konden, ""uitsluitend omdat ze geen Kroaten zijn''. Zo golven de beschuldigingen op en neer. Als de Kroaten aan het woord zijn, staren de moslims in de verte en als de moslims spreken, kijken de Kroaten ongenteresseerd. Toch is de sfeer niet vijandig te noemen, nu en dan valt er zelfs een grapje.

De Canadees Fontaine krijgt genoeg van de vier langs elkaar heen pratende militairen. Hij wil het onderwerp water- en stroomvoorziening ter tafel brengen. De moslims in de regio zouden de watervoorziening van de Kroaten hebben afgesloten, terwijl de Kroaten de moslims elektriciteit onthouden. De partijen beschuldigen elkaar ervan de zaak te torpederen. ""We hadden afgesproken dat als wij stroom zouden krijgen, jullie weer over water kunnen beschikken'', stelt de moslim Sabahudin. De Kroaat Lucic zegt niet in staat te zijn de elektriciteitsleidingen te herstellen als gevolg van het oorlogsgeweld. Daar is Sabahudin het van harte mee eens. ""Zolang jullie doorgaan dorpen in de fik te steken, zal er geen stroom zijn en ook geen water.'' Fontaine doet nog een laatste poging de partijen tot elkaar te brengen. ""Kunnen we nu niet een heel klein stapje in de goede richting doen? Om in ieder geval van uw goede wil blijk te geven? Een staakt-het-vuren bij voorbeeld of een garantie op vrije doortocht voor burgers?'' Maar het lukt niet. ""We moeten realistisch zijn'', meent de Kroaat Lucic. ""We kunnen elkaars wreedheden, brandstichtingen en moorden gewoon niet vergeten. We zullen nooit vrede sluiten. Alleen als anderen ons daartoe dwingen.'' Sabahudin knikt instemmend.

STAD IN NOOD

Visoko snakt naar adem. Vijfhonderd meter buiten de stad ligt de frontlijn met de Servische troepen. Al een jaar lang nemen die de stad vrijwel dagelijks met granaten en mortieren onder vuur. Geen huis in het centrum dat nog onbeschadigd is. Alle ruiten zijn vervangen door stukken plastic. Ter bescherming van de gevels staan op de trottoirs gemproviseerde muren van opeengestapeld bouwmateriaal. Houten stutten moeten ervoor zorgen dat de gevels tijdens granaatbeschietingen niet instorten.

Vóór de oorlog was Visoko een welvarende stad met leer-, textiel- en staalfabrieken. Als gevolg van de afgesloten wegen, de transportproblemen en de oorlog in het algemeen hebben nog maar vijftienhonderd mensen in de stad werk. Het plaatselijk bestuur ondersteunt vijfduizend gepensioneerden met een uitkering van twee D-mark per maand. Meer dan drieduizend gezinnen beschikken over geen enkele bron van inkomsten meer.

De plaatselijke bevolking is al drie maanden verstoken van de aanvoer van voedsel. De voorraden bloem, olie en graan zijn bijna op. Elektriciteit is er slechts twee uur per dag, de waterleiding functioneert niet meer. De stad telt naar schatting 65.000 inwoners, onder wie 23.000 vluchtelingen. Servische sluipschutters schieten vanuit de beboste berghellingen op passerende voetgangers en fietsers. ""Alleen al dit jaar zijn er op die manier zeventig inwoners doodgeschoten'', zegt burgemeester Kenan-Jusuf Basic in zijn kantoor, waar een Turkse vlag hangt. ""We weten precies waar die snipers zitten maar we kunnen er niets tegen doen.''

De moslim Basic is democratisch gekozen maar dat betekent nog niet dat hij de macht heeft. Ieder dorp, iedere stad in centraal Bosnië is in feite een onafhankelijke republiek. Sommige gemeentes hebben twee burgemeesters, elders is de fabrieksdirecteur of de legercommandant de feitelijke leider. Terwijl de burgemeester aan het woord is, maakt plotseling de in een slecht gesneden Oosteuropees maatpak gehulde Nersed Sahinovic zijn opwachting, die zich voorstelt als parlementslid van Bosnië-Herzegowina en "lid van het oorlogspresidium' in Visoko.

Wie van de beide heren nu eigenlijk aan de touwtjes trekt, blijft onduidelijk. De gemeenteraad van Visoko is ""in verband met de omstandigheden'' in ieder geval ontbonden, zo blijkt. Sahinovic kan al zijn tijd aan Visoko besteden want het parlement bevindt zich in het voor hem onbereikbare Sarajevo. ""Dat geldt voor veel parlementsleden'', zegt hij met stemverheffing, want buiten klinkt het oorverdovende lawaai van 20 mm luchtdoelgeschut. ""Ik kan zelfs niet eens met mijn collega's overleggen want tussen Visoko en Sarajevo is geen communicatie meer mogelijk.''

In Bosnië heerst het gerucht. Burgemeester Basic meent te weten dat het Kroatische HVO-leger de moslim-arbeiders van de kolenmijn en elektriciteitscentrale in Kakanj vijftig Mark de man heeft betaald, als ze het werk zouden neerleggen. ""Die mensen daar verdienen op het ogenblik bijna niets, dus wat hadden ze voor keuze?'', zegt de burgemeester. Of het bericht juist is, blijft de vraag. Zeker is dat het HVO de stroomvoorziening van Visoko blokkeert. ""We houden het nog twintig dagen vol, dan is er helemaal geen stroom meer. Een catastrofe dreigt.''

De burgemeester, de vertegenwoordiger van "het oorlogspresidium' en de twee EG-waarnemers, een Duitser en een Deen, discussiëren langdurig over de voortdurende reeks verdragen. Geloven ze echt nog in een oplossing? ""Als ik heel eerlijk ben: nee'', bekent Sahinovic. ""Servië en Kroatië hebben al lang afgesproken Bosnië op te heffen en onderling te verdelen. Ons moslims rest dus niets anders dan door te vechten. Tot wanneer? Tot het einde.''

Tussen twee gebarricadeerde huizen in, bevindt zich de moskee van Visoko. Vergeleken met zijn stadsbestuurders is imam Mustafa Umerdic een hard-liner. Als een machinegeweer bestookt hij zijn gesprekspartners met beschuldigingen en verwijten. De Europese Gemeenschap, de Verenigde Naties, Amerika, ja de hele wereld, spant samen met de agressors, laat hij weten. ""De wereld stuurde VN-soldaten, voedselkonvooien en waarnemers'', riposteert de Duitse EG-waarnemer E. Lischke. ""Als wij er niet waren, zou een totale genocide dreigen.'' Maar de imam is niet overtuigd. VN-troepen hebben moslims beschoten die Sarajevo wilden bevrijden, stelt hij. ""Hetzelfde gebeurde in Kiseljak. En wat doet Europa om Gorazde te beschermen? Niets. Hoe durft u te beweren dat Europa ons helpt!''

Vandaag zullen de vijf mensen begraven worden die deze week zijn doodgeschoten, vertelt Asim Azdahic, voorzitter van de moslim-gemeenschap in Visoko. ""Er was een vrouw bij die met haar kind in de armen op weg was naar haar huis. Beiden zijn doorzeefd met kogels.'' Vanwege het enorme aantal slachtoffers - tenminste 150.000 in een jaar - zijn in sommige Bosnische steden de begraafplaatsen inmiddels zo vol dat de doden in stadsparken begraven worden. Maar het kerkhof van Visoko is groot en biedt nog plaats. ""We zullen ze 's nachts begraven, want overdag is het daar te onveilig.''

De mensen in Visoko zijn na een jaar oorlog gefrustreerd en neurotisch, vertelt Azdahic. Zelf hield hij zijn zoontje wegens de voortdurende beschietingen maandenlang thuis, maar nu laat hij hem gewoon op straat spelen. ""Iedere nacht verwacht ik dat een van ons naar God zal gaan. Want als er een granaat komt, komt er een granaat.'' In tegenstelling tot wat men zou verwachten is de gelovige moslim Azdahic niet méér gaan bidden dan voorheen. Integendeel. ""Ik heb veel gebeden voor vrede. Maar toen de oorlog eenmaal was uitgebroken ben ik daarmee opgehouden. God kent mijn problemen.''

EEN SPRANKJE HOOP

De eerste duizend meter van de weg vanuit Visoko naar Fojnica staat bekend als snipers alley. ""Een kwestie van zo hard mogelijk doorrijden en aan iets heel anders denken'', zegt de Duitse waarnemer Lischke. Fojnica - 2600 vluchtelingen en 16.000 inwoners, van wie de helft moslim en 43 procent Kroaat - leefde voornamelijk van het toerisme. Het stadje ligt vlakbij het Prokosko-meer, waarvan het heilzame water een paar jaar geleden nog duizenden eczeem- en reumapatiënten trok. Het plaatsje beschikt ook over een skipiste en een uitgebreid net van wandelpaden.

Fojnica biedt de aanblik van een mini-Berlijn oude stijl. De ene toegang tot de stad is in handen van het Kroatische HVO, de andere van het door moslims gedomineerde BiH. Middenin de hoofdstraat loopt de grens. De tweeduizend hotelbedden zijn bezet door vluchtelingen. De winkels zijn gesloten, evenals de scholen, het toeristenbureau en het filiaal van "Sarajevo verzekeringen'. In de uitgestorven straten is de spanning voelbaar. ""De laatste keer dat ik hier was, dreigde de zaak uit de hand te lopen'', zegt Lischke. Kroaten en moslims trokken ieder naar hun kant van de stad en begonnen hun wapens te laden. ""Er is toen wel geschoten maar niet gevochten'', laat een politieman weten. En inmiddels is er volgens hem zelfs een ""alles omvattend'' vredesplan voor Fojnica van kracht geworden.

Burgemeester Nasir Selimovic - gymschoenen, camouflagepak - bevestigt de afspraken die er tussen Kroaten en moslims zijn gemaakt. In Fojnica willen de beide bevolkingsgroepen niets liever dan in vrede met elkaar leven, zegt hij. Het probleem is dat de stad weliswaar onafhankelijk is, maar geen eiland. Gebeurtenissen in de directe omgeving hebben daarom een groot effect op de verhoudingen in de stad.

In drie dorpen vlakbij Fojnica vormen Kroaten de meerderheid en moslims de minderheid, in drie andere dorpen is het net andersom. Onlangs schoten moslims in een van die dorpen twee Kroatische soldaten dood. Op hun beurt trokken Kroatische soldaten een moslim-dorp binnen en vermoordden drie burgers en een soldaat. ""Daarna begon een proces van wederzijdse etnische zuivering; dorp na dorp werd aangevallen'', stelt Selimovic. Toen het gebied onderling verdeeld was - drie dorpen voor het HVO en drie voor de moslims - besloten de strijdende partijen een neutrale zône van een kilometer lengte in te stellen, om de grens tussen hun gebieden te markeren. ""Maar juist in die zône brak een schietpartij uit'', zegt de burgemeester.

Om te voorkomen dat het conflict naar Fojnica zou overslaan, komen Kroaten en moslims sindsdien iedere ochtend om negen uur bijeen. Resultaat van die ontmoetingen is een ""uniek vredesplan''. Besloten is dat met uitzondering van politiemannen niemand meer op straat een wapen zal mogen dragen, dat de twee controleposten aan weerszijden van de hoofdstraat voortaan door Kroaten en moslims gezamenlijk zullen worden bemand en dat alle overige check points zullen verdwijnen. De burgemeester houdt een lang betoog waarin de zinsneden ""hoop niet verliezen'', ""geduld hebben'' en ""blijven praten'' regelmatig terugkeren. Aan het eind van zijn monoloog geeft hij toe dat het de vraag is of beide partijen zich aan de overeenkomst zullen houden ""want het onderlinge wantrouwen is groot''.

Twee dagen later keren we terug in Fojnica. Zo op het oog lijkt de spanning niet wezenlijk te zijn afgenomen. Is de overeenkomst op een mislukking uitgelopen? Een zwaar bewapende politieman zit - geflankeerd door een tiental collega's - op een bankje in de hoofdstraat. ""De controleposten bij de in- en uitgang van de stad zijn nog altijd niet verwijderd'', zegt hij. ""Maar hier in het centrum patrouilleren we nu gezamenlijk.'' Wat betreft het verbod op het dragen van wapens door soldaten is het verdrag op een creatieve wijze genterpreteerd. Fojnica is tegenwoordig politiestad. Alle mannen die voorheen als soldaat met hun geweren door de straten liepen, hebben nu "Politie' op hun mouw staan. ""We hebben gewone politie, militaire politie en speciale politie'', zegt een van hen. Naast zijn Kalasjnikov heeft hij drie handgranaten om zijn middel hangen.

DE TWEE BURGEMEESTERS

Het tegemoetkomend verkeer op de weg van Zenica naar Zepce bestaat voornamelijk uit ambulances die gewonden vervoeren vanuit het nabijgelegen door Serviërs omsingelde Maglaj. Af en toe passeert een door paarden voortgetrokken boerenkar, vol mannen en vrouwen. Hun ogen staan hol. Moslims, Kroaten of Serviërs, het maakt weinig verschil. Iedereen heeft te weinig voedsel, niemand is zijn leven zeker, allen hebben in de oorlog familieleden of vrienden verloren.

Het is markt in Zepce. De aangeboden waar geeft de nood weer: gebarsten theekopjes, kromgebogen lepels, een zelfgemaakte kaars. Een bejaarde vrouw probeert een verzilverd herinneringsbord met het opschrift "Olympische Winterspelen 1984 Sarajevo' aan de man te brengen. Een ander verkoopt aardappelplanten: 26 stuks voor een halve D-mark. De straten puilen uit: vrouwen met tassen en mannen in camouflagepakken. Bijna alle mannen in Bosnië dragen geweren. Indien nodig, is iedereen soldaat. Een man speelt meeslepende, melancholische Balkan-liederen op een trekharmonica. Omstanders plakken biljetten van duizenden Bosnische dinars op zijn voorhoofd. De muzikant lacht uitbundig, vooral door het enthousiasme van zijn publiek. Dat is meer waard dan een handvol door mega-inflatie geteisterde dinars.

Niet bekend

Zepce ligt vlakbij de Servische frontlinie. ""Hoe dichter je bij Servisch gebied komt, hoe groter de kans dat moslims en Kroaten nog samenwerken'', zegt de Deense waarnemer Lars Baggesen. En het klopt want in Zepce zijn nog geen gevechten tussen het door moslims gedomineerde leger van Bosnië-Herzegowina (BiH) en het Kroatisch-Bosnische leger (HVO) gemeld. Eind vorige maand leek het mis te gaan toen in het centrum van de stad een Kroatische HVO-soldaat een moslim-burger doodgeschoot. De politie van Zepce riep de (moslim)politie uit Zenica te hulp. Het HVO dreigde het vuur op de veertig opgetrommelde agenten te openen, maar met vereende krachten werden de gemoederen gesust.

Het HVO-hoofdkwartier in Zepce krijgt een schoonmaakbeurt. Vrouwen vegen met bezems het stof naar buiten, in de richting van de zandzakken die tegen de gevel zijn opgestapeld. Binnen staat het blauw van de rook. In de kamer van de commandant hangt een portret van de Kroatische president Tudjman - in uniform - aan de muur, evenals een stafkaart van de regio. Commandant Ivo Lozancic beschikt over veldbed, televisie, video, radio, fax, veldtelefoon en verlichte wereldbol. In de hoek een soldaat, bewapend met een Kalasjnikov, vier handgranaten, drie magazijnen kogels en een 9 mm Zastava-pistool.

Lozancic wil zijn gasten graag een videoband laten zien, gemaakt door zijn troepen vlak na de Servische moordaanslag op een Unprofor-voedselkonvooi, waarbij twee Denen en één HVO-soldaat om het leven kwamen en twee Denen zwaar gewond raakten. Is waarnemer Baggesen in die opnames genteresseerd, wil de zwaarlijvige commandant weten. Ja, dat is hij. ""Hier in Zepce is alles rustig'', zegt Lozancic, twintig minuten close-ups van uiteengereten lichamen later. ""Alleen gisteren waren er twee Servische artillerie-aanvallen'', vervolgt hij, terwijl hij de Deen een met bloed besmeurde granaatscherf aanreikt. ""Die hebben we op de plaats van de aanslag aangetroffen. U mag hem houden.'' Baggesen neemt het brokstuk met enig afgrijzen in ontvangst en wikkelt er plastic omheen. Hij zal het bewijsmateriaal voor onderzoek naar Denemarken laten overbrengen en bedankt de Kroaat voor zijn medewerking. ""Ziet u'', zegt Lozancic, ""wij zijn wel nieuwsgierig naar uw bevindingen omdat tenslotte ook een van onze jongens bij die aanslag is omgekomen.''

Baggesen prijst de Kroatische commandant met de recente ingebruikneming van een gezamenlijke BiH/HVO controlepost vlak buiten Zepce. Hij zegt zich er alleen over te verbazen dat zich even verderop nog een moslim-controlepost bevindt. Dat blijkt ook Lozancic niet te zinnen. ""Als de moslims hun mannen daar niet snel weghalen, zullen ook wij weer net als vroeger onze eigen controlepost installeren'', zegt hij. ""Maar die moslims zijn halsstarrig. Op dit moment zijn alle onderhandelingen over dit onderwerp afgebroken.''

Lozancic is commandant van de honderdtiende en de honderdelfde HVO-brigade en als zodanig voert hij de Kroatische troepen aan in Zepce, Zavidovici en Maglaj. Laatstgenoemde stad is het permanente doelwit van hevige Servische beschietingen. Geen hulpverlener die er nog komt. Zijn troepen en ook de moslims lijden er zware verliezen, vertelt de commandant. Dagelijks komen er gewonden in Zepce aan. In de kelder van het marktgebouw is een HVO-oorlogsziekenhuis ingericht, maar het ontbreekt de artsen aan de apparatuur om ingewikkelde operaties uit te voeren. Daarom worden de zwaarst gewonden naar het beter uitgeruste ziekenhuis van Zenica overgebracht. Daar worden Kroatische patiënten echter geweigerd, stelt Lozancic. ""Klopt niet'', zegt Baggesen. ""Ik ben er pas nog geweest en het lag er vol met gewonde HVO-soldaten.'' Kan wel zijn, bromt de Kroaat, maar na hun behandeling worden ze in de gevangenis gegooid. Baggesen zal het uitzoeken.

Galib Dervicic, moslim en commandant van de driehonderdnegentiende brigade van het leger van Bosnië-Herzegowina, verzamelt kogels. Gesorteerd op kaliber liggen ze uitgestald in het dressoir van zijn - in vergelijking met zijn Kroatische collega - bescheiden kantoortje. Dervicic heeft een interessante mededeling voor de EG-waarnemers in petto. Zonder dat buitenlandse organisaties daarvan op de hoogte zijn gebracht, is een konvooi Servische vrouwen en kinderen uit het door moslims gedomineerde Zenica op weg naar Teslic, dat in Servische handen is. Ze zullen daar worden uitgewisseld tegen Kroaten die juist uit Teslic wegwillen.

De twee konvooien moeten dwars door de frontlijn heen, waar Serviërs en een gezamenlijke Kroatische-moslim strijdmacht elkaar bestoken. In verband met de "uitwisseling' is een staakt-het-vuren in acht genomen en zijn mijnen verwijderd. ""Die Serviërs moeten ook langs uw controleposten. U werkt hier dus aan mee?'', vraagt de Deen Baggesen. ""Ik kan niet anders'', reageert Dervicic. ""Ik beschouw deze operatie als een openlijk uitgevoerde etnische zuivering. Maar ik wil geen geweld gebruiken omdat anders opnieuw onschuldige burgers het slachtoffer zouden worden.''

De Griekse waarnemer C. Bourdovalis staat perplex. ""Zie hier wat er gebeurt! Wij zijn tegen beter weten in nog bezig op plaatselijk niveau vredesregelingen te treffen en te voorkomen dat mensen uit hun woonplaats worden verdreven. Maar terwijl de drie partijen doorgaan op allerlei fronten oorlog met elkaar te voeren, zijn ze ondertussen bezig in gezamenlijk overleg hun gebieden alvast etnisch te zuiveren.'' Commandant Dervicic weet dat ook maar kan er weinig tegen doen. Hij hoopt er nog altijd op dat de vrede in Zepce stand zal houden. Hij toont zich bang voor de komst van ""elementen van buiten, die Zepce als een frontlijn beschouwen en niet als hun geboortestad waarvan ze houden''.

Dervicic en de andere moslims in Zepce streven nog altijd naar een gemeenschappelijk bestuur, maar de onderhandelingen daarover zijn tot nu toe hopeloos mislukt. Zo komt het dat Zepce twee burgemeesters heeft, een Kroaat en een moslim. Beiden pretenderen de gehele stad te vertegenwoordigen. ""Parallelle autoriteiten leiden slechts tot anarchie'', zegt Dervicic. Er zijn genoeg goedwillende mensen, meent hij. Maar extremisten aan beide kanten juinen de boel op en dat geldt wat hem betreft ook voor extremistische moslims die een islamitische staat in Bosnië willen vestigen. ""Ze zouden de Koran eens goed moeten lezen. Daar staat dat mensen niet gelukkig kunnen zijn als hun omgeving niet gelukkig is. En onze buren zijn nu eenmaal Kroaten en Serviërs, het is niet anders.''

In de moskee is onlangs een extra ruimte in gebruik genomen waarin bezoekers hun wapen kunnen achterlaten. ""Ze moeten hun geweren en handgranaten toch ergens laten?'', zegt imam Esad Dedovic. De grootste bedreiging voor de inwoners van de stad vormt het voedselgebrek. ""U kent de redenen'', stelt hij, doelend op de poging van het Kroatische HVO-leger de moslimbevolking door middel van blokkades van de wegen uit te hongeren. Negenduizend inwoners en vluchtelingen in Zepce zijn geheel afhankelijk van voedselverstrekking door een gezamenlijk comité van Rode Kruis, Caritas en Merhemmed.

De oorlog komt steeds dichterbij, maar samen met zijn katholieke collega probeert de imam alles om Zepce verenigd te houden. Tot enkele maanden geleden was ook de Servisch-orthodoxe priester in het overleg betrokken maar die is nu vertrokken. De orthodoxe kerk is nog intact. ""Die wordt alleen nog gebruikt bij begrafenissen.''

Op de terugweg stoppen we bij een restaurant. ""Niemand is hier genteresseerd in nationaliteit'', laat EG-waarnemer Bourdovalis zich tussen twee happen raznjici ontvallen. ""De wereld ziet de Bosnische strijd als een godsdienstoorlog of een etnisch conflict maar dat is niet zo.'' De tolk knikt instemmend en zegt: ""Het gaat om wraak. Jij vecht tegen mij, dus ik tegen jou. Jij vermoordt mijn zuster, dus ik verkracht jouw moeder. Daarom vechten sommige moslims met Serviërs mee, Serviërs met Kroaten en Kroaten met moslims.'' Buiten op het terras ledigt een groep luidruchtige Kroatische soldaten flessen sljivovic. Binnen staat de Servische radio hard aan: moderne westerse popmuziek. De Servische radio? ""Ja, want die draait de beste muziek.''