Tudjman wil de macht van de "Herzegovijnse lobby' breken

ZAGREB, 19 JUNI. Kroatië houdt dit weekeinde weer even de adem in bij het referendum in de door Servische eenheden bezette delen van Kroatië. Want hoewel het aan alle kanten wordt afgedaan als "irrelevant' en "onwettig', is het misschien toch een aanleiding om de Servisch-Kroatische oorlog te hervatten.

Het zogeheten plan-Vance dat hier van kracht is, en de aanwezigheid van troepen van de Verenigde Naties hebben het conflict begin 1992 bevroren, zonder dat evenwel de beoogde oplossing door onderhandelingen in zicht lijkt. Het kruitvat is er dus, en de lont ook. Naar aanleiding van het door de zogenoemde "Servische republiek Krajina' binnen Kroatië georganiseerde referendum over aansluiting met de "Republika Srpska' in Bosnië, zijn zowel aan Servische als aan Kroatische kant dienstplichtigen gemobiliseerd en eenheden aan de fronten in staat van paraatheid gebracht.

De Serviërs zeggen dat de Kroaten de "provocatie' van het referendum te baat willen nemen om een algemeen offensief te beginnen tegen de Servische gebieden, ter herovering. Maar voor zover de leiding in Zagreb al met die gedachte heeft gespeeld, lijkt dat idee thans opgegeven. De Duitse minister van buitenlandse zaken, Klaus Kinkel, heeft deze week de Kroatische president Franjo Tudjman duidelijk te verstaan gegeven dat zo'n offensief vrijwel zeker tot internationale sancties tegen de republiek Kroatië zal leiden. De relatieve sympathie voor Kroatië in de wereld heeft de afgelopen maanden toch al ernstig te leiden gehad onder de gruwelen die Kroaten tegen moslims in Bosnië hebben bedreven en onder de door Zagreb ontkende maar duidelijke steun van de republiek Kroatië aan de militaire inspanningen van de HVO, het leger van de Kroaten in Bosnië-Herzegovina.

Niet vergeten, vooral door de VN-vredesmacht UNPROFOR, is verder het Kroatische offensief in januari van dit jaar bij Zadar, toen Kroatische troepen in de weg staande VN-soldaten eenvoudig wegschoten. Sinds dat offensief, dat de Kroaten geen noemenswaardige terreinwinst heeft opgeleverd, wordt aan de diverse fronten weer regelmatig geschoten, meestal met zware artillerie. In de afgelopen dagen leek dat geschiet nieuwe hoogtepunten te bereiken. Volgens de Kroaten worden daarbij van Servische zijde raketten van het type Orkan ingezet.

Binnen de Kroatische leiding bestaat een stroming die aan het bestaan van de Servische zones in Kroatië met de wapenen een eind wil maken, en nu een offensief bepleit - althans op plaatsen waar de Serviërs niet over een duidelijke militaire superioriteit beschikken, zoals in West-Slavonië. De voorstanders van de offensieve lijn zijn vooral te vinden bij de zogeheten "Herzegovijnse lobby', waarvan de Kroatische minister van defensie, Gojko Susak, deel uitmaakt. De Herzegovijnen zijn niet talrijk, maar machtig. De Kroatische emigratie uit Canada en Australië, die in het recente verleden de nationalistische partij HDZ heeft gefinancierd, steunt hen substantieel.

En verder staan de Herzegovijnse Kroaten bekend om hun militantisme. In de Tweede Wereldoorlog was Herzegovina - op de grens van Bosnië-Herzegovina en het Dalmatische deel van Kroatië - hét land van de fascistische Ustasi-killers. Het huidige Kroatië heeft tijdens de oorlog van 1991 aan alle fronten gebruik gemaakt van hooggemotiveerde strijders uit Herzegovina. In Bosnië-Herzegovina hebben de Herzegovijnen, overal het algemeen afkomstig uit ethnisch homogene gebieden, binnen het Kroatische kamp de macht overgenomen van Kroaten uit Centraal-Bosnië, waar een eeuwenoude traditie van samenleving met moslims en Serviërs bestond. Het is de Herzegovijnse lobby die in eerste lijn verantwoordelijk is voor het streven de moslims uit Mostar te verdrijven, en de thans in Centraal-Bosnië losgebarsten strijd.

In de Kroatische hoofdstad Zagreb lijken president Franjo Tudjman en andere relatief gematigden van plan om de macht van de Herzegovijnen een halt toe te roepen. Tudjman zond Susak deze week demonstratief heen, toen in Genève zijn gesprek met de Servische president Slobodan Milosevic en de Bosnische Alija Izetbegovic begon. Josip Manolic, die eerder voor Tudjman de nieuwe Kroatische geheime dienst organiseerde, bevestigde deze week dat Tudjman c.s. het voornaamste heil zoeken in onderhandelingen met de Serviërs. Die zijn in volle gang, aldus Manolic tegenover het weekblad Globus, zowel met de leiding van de republiek Servië, als met Servische leiders in Knin en Pakrac, twee Servische steden binnen Kroatië.

Of dat dezelfde Servische leiders binnen Kroatië zijn, die voor dit weekeinde het referendum over vereniging met de Servische gebieden in Bosnië hebben georganiseerd, blijft echter onduidelijk. Milosevic heeft al enkele malen duidelijk gemaakt dat wat hem betreft de oplossing van het Servische probleem in Kroatië moet worden gezocht in een soort "status aparte' voor de Serviërs binnen Kroatisch staatsverband. Dat vindt Tudjman duidelijk een goed idee.

De internationale bemiddelaars in het Joegoslavië-conflict, Lord David Owen en Thorvald Stoltenberg, streven naar een gelijke mate van autonomie voor de Serviërs in Kroatië, en de Albanezen in de Servische provincie Kosovo, een gedachte die bij Tudjman noch Milosevic op enig enthousiasme kan rekenen. Kroatië blijkt inmiddels gevoelig voor internationale kritiek op de slechte mensenrechten-situatie van de Serviërs in Kroatië. Manolic gaf toe, dat er heel wat huizen van Serviërs met dynamiet zijn opgeblazen, en dat het hen, ook in Zagreb en andere steden, aan politiebescherming heeft ontbroken.

De voornaamste Servische leiders in de bezette gebieden zal dit alles kennelijk een zorg zijn. Zij wensen met Kroatië niets meer van doen te hebben en staan op hun eigen staat. Nadat de jongste onderhandelingsronde tussen Zagreb en de Kroatische Serviërs deze week in Genève is mislukt, blijft iedereen met een probleem zitten - ook als er dit weekeinde geen oorlog komt.

Eind deze maand moet worden besloten over verlenging van het mandaat van de VN-troepen in Kroatië. Tudjman, geconfronteerd met een dalende economie en dito populaireit, eist dat de VN de weerspannige Serviërs ontwapent. Iets moet hij er op verzinnen: de Kroatische publieke opinie is oorlogsmoe, maar zou aan de andere kant voor het afstaan van de Servische gebieden geen enkel begrip opbrengen.