TEMPOBEURS

Als slechts eenderde van de studenten bij het wetenschappelijk onderwijs binnen de nominale studieduur de propedeuse haalt, is het zaak te kijken naar de kwaliteit van het diploma Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs. Bij het toekennen van tempobeurzen aan studenten wordt de uitkering per student gekoppeld aan zijn studieprestaties. Deze zijn, zeker tot het propedeutisch examen, in belangrijke mate een afspiegeling van de kwaliteit van de vóóropleiding van de betrokken student.

Voor een VWO-instelling is met het eindexamen de relatie met zijn (oud-)leerling/onderwijsconsument dan ook nog niet afgelopen: de tijd tot aan het propedeutisch examen zou gezien kunnen worden als de "garantieperiode voor het onderwijsprodukt'. Ook al door deze betrokkenheid bij de studiefinanciering is het wenselijk dat de instellingen voor VWO de gelegenheid krijgen hun kwaliteit te verbeteren aan de hand van gegevens over de studieresultaten van hun oud-leerlingen.

Als een VWO-instelling rekening kan houden met de studieresultaten van haar oud-leerlingen krijgt zij een scherper beeld van de onderlinge waarde van propedeuse WO en haar eigen resultaten bij het Centraal Schriftelijk Examen/Schoolonderzoek VWO. Als VWO-instellingen zich bovendien met de cijfermatige kant van deze drie toetsen jegens de ouders mogen profileren krijgen die ouders bruikbare consumentenvoorlichting bij het maken van een keuze voor een VWO-instelling.

Overigens zal deze profilering alleen betrouwbaar zijn als de cijfers principeel openbaar zijn.

De nadruk op "onderwijskwaliteit' zal bij de toenemende autonomie van de onderwijsinstellingen voor middelbaar onderwijs de betrokken bestuurders, schoolleidingen en docenten dwingen om bij keuzemogelijkheden aan dit aspect voorrang te geven.

Bij schaarste aan middelen is dit een belangrijk instrument voor kwaliteitsbewaking. Het verschijnsel van een tempobeurs per individu kan langs deze weg kwalitatief gesteund worden door de VWO-instellingen die "garanties' kunnen bieden. Mutatis mutandis geldt deze redenering ook voor de relatie HBO - middelbaar onderwijs.