PROTECTIONISME OF LIBERALISME, DAT IS DE KWESTIE

Nu de impasse van "Maastricht" voorbij is, staat de EG voor de moeilijkste strategische keuze uit haar bestaan: hoe kan Europa de welvaart van haar burgers veilig stellen, zonder de sociale zekerheidsstelsels af te breken? Dat is het dilemma van de EG-top, die maandag in Kopenhagen wordt gehouden.

Brussel, 19 juni. Maandag opent Jacques Delors in Kopenhagen het debat over de concurrentie-slag met Japan en de VS. De regeringsleiders zijn door de president van de Commissie volstrekt in het onzekere gelaten over zijn voorstellen. Durft hij te concluderen dat, vergeleken met Japan en de VS, de sociale stelsels in Europa te duur zijn en de arbeidsmarkt te star? Dat is voor de socialist Delors waarschijnlijk nog steeds een brug te ver. Desalniettemin, zo zegt een Britse topdiplomaat, is Delors "een intellectueel eerlijk man" en zal hij deze oorzaak van de economische misere in de EG ongetwijfeld aanduiden.

De OESO en de Commissie hebben de laatste weken beiden rapporten gepubliceerd, waarin Europa keihard met haar structurele feilen wordt geconfronteerd. Sinds 1974 kwamen er in de VS 30 miljoen nieuwe banen bij, in Japan 20 miljoen en in de EG 8,5 miljoen. In de VS, Japan en de EVA-landen heeft ruim 70 procent van de bevolking een betaalde baan; in de EG minder dan 60 procent. De produktiekosten stegen in Europa sneller dan in de VS en Japan. De loonkosten in Europa zijn eveneens hoger.

Delors zal de Europese regeringsleiders inpeperen dat Europa z'n concurrentiekracht snel aan het verliezen is. En dat terwijl de VS en Europa samen in een recessie zitten; alleen Azie en Japan gaat het goed. Voor het eerst sinds 1975 zal de economie in de EG met een half procent krimpen in plaats van met meestal zo'n twee procent te groeien. De werkloosheid zal nu boven de twaalf procent uitkomen, waarmee het record van 1985 wordt gebroken. Pas in de tweede helft van 1994 kan er weer op een bescheiden herstel worden gerekend, meent de Commissie.

Het politieke klimaat voor een fundamenteel debat is dus gunstig - als er nu niet geluisterd wordt, wanneer dan wel, zo zegt een EG-diplomaat. Delors is bovendien ene politicus die zijn moment weet te kiezen. De impasse rond "Maastricht" - door de recessie al in gewicht afgenomen - is voorbij, met de geleidelijke invoering kan dit najaar worden begonnen. De uitbreiding van het ledental ligt op schema. De politieke koers voor de verhoudingen met Oost- en Midden-Europa wordt maandag vermoedelijk probleemloos vastgesteld. Nu kunnen de regeringsleiders dus hun economische strategie tegen het licht houden. "Concrete besluiten zullen er niet vallen, want dan zijn ze het meteen weer oneens", zegt een Britse diplomaat, maar een jolly good debate komt er wel, en dat werd ook hoog tijd, meent hij.

Wellicht vindt er tijdens de top van Kopenhagen een omslag plaats in het Europese denken voer werkloosheid. Zal Delors nu voor flexibeler arbeidsmarktverhoudingen durven kiezen, en dus voor lagere lonen en minder bescherming voor de werknemers, zoals de werkgevers graag zien. Of zal hij als vanouds de nadruk leggen op Europa als bolwerk van hoog- opgeleide (en idem betaalde) werknemers in geavanceerde industrieen? Wat zal de bijdrage van de nieuwe rechtse Franse regering-Balladur zijn, die steeds meer in de richting van een economisch beschermd Europa lijkt te denken.

De argumenten zijn bekend. Zo goedkoop als in Azie zal Europa nooit kunnen produceren. En: de banenexpansie in de VS kwam vooral uit de laag-betaalde dienstensector voort, die op de wereldmarkt toch niet mee- concurreren. Auto's, staal, chemie, elektronica, wetenschap en dat alles graag in een vrije wereldeconomie. Daar zou Europa haar toekomst moeten zoeken, zo heeft Delors tot nu toe altijd volgehouden.

Maar die redenering is in het licht van de drastisch groeiende werkloosheid politiek steeds minder houdbaar. Alle regeringsleiders voelen dat er sociale onrust dreigt, en dat Kopenhagen althans het begin van een antwoord zal moeten bieden. Tegelijk is de weerstand tegen typische Delors-ideeen als een "sociaal Europa", subsidies voor "kernindustrieen" en andere vormen van Europees overheidsingrijpen niet noemenswaardig afgenomen.

Maar hoe moet de concurrentiekracht van Europa dan wel worden vergroot? Met het traditionele aanroepen van het altijd nabije en steeds veraf gebleven GATT-akkoord, kunnen de demonen niet meer worden bezworen. In het debat komen de sociale stelsels (en dus de loonkosten) in Europa steeds verder naar voren. "De sociaal-economische machine in Europa is vastgelopen en wel zodanig dat het tot gelatenheid en zelfs wanhoop heeft geleid", constateerde een sombere Delors eind mei in het Europese parlement. Hij zei toen dat de economische crisis in de EG nog wel drie of vier jaar zou kunnen duren. De Amerikaanse ex-minister van buitenlandse zaken George Schultz zei deze week na een bezoek aan de EG tegen Herald Tribune: "I find that the Europeans feel blue". Delors pleegt te spreken van morosite ("gemelijkheid").

Het debat over Europa's economische toekomst staat bovendien onder druk van Oost-Europa. Ten oosten van de EG wonen 120 miljoen mensen met een levensstandaard die maar 35 procent van het Europese gemiddelde is. In Kopenhagen wordt in ieder geval de deur naar vrije handel voor Polen, Hongarije, Roemenie, Bulgarije, Tsjechie en Slowakije verder opengezet. toetreding tot de EG zal opnieuw worden toegezegd. De verruiming van de handel in vooral industriele produkten met deze landen wordt door alle partijen als een flinke stap vooruit beschouwd.

De traditionele (Noordelijke) vrijhandelslanden in de EG zien er bovendien een flinke overwinning op de zuidelijke EG-lidstaten in. Maar tegelijk blijven de deuren nog zo goed als gesloten voor uitgerekend de ster concurrerende Oost-Europese produkten staal, voedsel, textiel en chemicalien. Het zijn precies die sectoren waarin de EG zelf met een flinke overcapaciteit kampt. Ook hier wordt de EG heen en weer geslingerd tussen protectionisme en liberalisme.

Politie is de verhouding met Oost-Europa evenmin uitgekristalliseerd. Met een beetje pech zetten de regeringsleiders maandag in Kopenhagen een geheel nieuwe internationale organisatie in de verf, het zogeheten "Pact voor de stabiliteit en veiligheid in Europa". Het is een Frans voorstel, dat een wachtkamer wil inrichten voor alle aspirant-EG leden in Oost- Europa met zwakke economien en smeulende minderheidsproblemen.

De regering-Balladur stelt een semi-permanente conferentie voor waarop de EG (met de VS en Canada) 21 Oost-Europese landen uitnodigt om samen orde op zaken te stellen. Er zouden onderling akkoorden van "goed nabuurschap" moeten worden gesloten, waarin grenscorrecties kunnen worden afgesproken en de burgerrechten van minderheden worden gegarandeerd. Alleen landen die slagen voor de EG-examen "stabiliteit en veiligheid" zouden in Brussel worden toegelaten, zo luidt het plan. Parijs ziet er een eerste taak voor Commissaris Van den Broek in, zodra het Verdrag van Maastricht is ingevoerd.

Dit "Pact" uit het plan-Balladur lijkt verdacht veel op de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE). Ook die had aanvankelijk maar 35 leden (nu 53) en werd na de val van de Muur in 1989 geacht de entree van Oost-Europese landen in Europa te begeleiden. De uit z'n krachten gegroeide CVSE heeft z'n belofte immers niet waargemaakt, zo willen Franse diplomaten wel toegeven. Balladur heeft met Kohl en Major overlegd, waardoor het plan op een welwillend onthaal schijnt te kunnen rekenen - maar echt vastgesteld zal het nog niet worden. "Het is in de EG ongebruikelijk", zegt een Deense diplomaat "dat plannen meteen al na de eerste presentatie worden aanvaard". Dat geldt dan ongetwijfeld ook voor het "zestien punten-plan" van Delors waarover in Brussel nog slechts wordt gefluisterd. Maar interessant wordt het wel.

    • Folkert Jensma