Politicoloog: In 't Veld komt in Italie goed tot zijn recht

AMSTERDAM, 19 JUNI. “Ik voorspel nu al waar hij naar toe gaat. Naar Italie. Naar de European University in Florence. Daar heeft hij goeie contacten.”

Dr. M. Fennema, docent politieke wetenschappen, zit achter zijn bureau in zijn nauwe kamer van de Universiteit van Amsterdam. “Dit zijn natuurlijk hoogtijdagen voor mijn vak”, zegt hij glunderend. Voor hem op tafel liggen de stapels kranten waarin het vertrek staat vermeld van PvdA-staatssecretaris Roel In 't Veld - door Fennema consequent "Roelio' genoemd met een knipoog naar de naam van de Italiaanse ex-premier Giulio Andreotti. “In het Italiaanse klimaat komt zo iemand natuurlijk veel beter tot zijn recht”, zegt Fennema droog.

De "democratisering van de corruptie', zo noemt Fennema de tendens die hij sinds een aantal jaren in Nederland waarneemt. Zoals in Italie al meer dan veertig jaar de prive-belangen van politici en het publieke belang van een goed en efficient bestuur volledig door elkaar lopen, komt ook in Nederland de scheiding tussen prive- en openbare belangen steeds meer te vervallen. Het "geval Roelio' is daar een prachtig voorbeeld van. “Het is de redenering zoals onze universiteitsvoorzitter Gevers die hanteert. Gevers zegt: "Het interesseert me niet hoeveel geld mensen met bijbanen verdienen. Het interesseert me zelfs niet of ze het doen in de tijd van de universiteit. Kwaliteit moet nu eenmaal worden betaald.' ”

De neo-liberale tendens van de "nieuwe zakelijkheid' en "besturen op afstand' heeft de markt op een voetstuk geplaatst. Op de markt zouden mensen harder werken en de beste mensen zouden zo automatisch naar boven komen. Dat marktgerichte beleid wordt ook door de Nederlandse universiteiten gepropageerd. “Je krijgt dus mensen die door de overheid worden betaald, maar zich gedragen als prive-ondernemers. Waar hoogleraren vroeger werden betaald om buiten de markt te kunnen blijven, wordt het salaris nu een soort start-subsidie om op de markt te opereren zonder de werkelijke risico's van het ondernemerschap te lopen.”

Volgens Fennema leidt dit tot een levensgevaarlijke ontwikkeling. “De markt produceert alles, behalve normen en waarden of criteria op grond waarvan mensen beoordeeld kunnen worden.” Het is dan ook een misverstand te denken dat de markt automatisch de besten naar voren brengt, aldus Fennema. “Ik kan niet zeggen dat hij ooit iets gepubliceerd heeft dat het overwegen langer dan vijf minuten waard was. Zijn kwaliteiten zijn voornamelijk communicatief”, zegt Fennema.

"Netwerken' heet dat in het moderne jargon. Carriere maken door het uitdelen van visitekaartjes. Volgens Fennema is In 't Veld daar een typisch voorbeeld van. “Hij kon zijn carriere opbouwen omdat er, juist ook bij de PvdA, die enorme verwarring bestaat tussen prive en openbaar. De marktmythe leidt ertoe dat mensen in toenemende mate op hun inkomen worden beoordeeld: als iemand veel verdient dan zal hij wel goed zijn, luidt de redenering. En dat is soms toch een misverstand.”

Fennema ziet grote gevaren opdoemen, niet alleen voor de kwaliteit van de wetenschap, maar ook voor de politiek. Er is het gevaar van een "ver-italianisering' van de politiek, zegt hij. Normen en waarden slijten en worden voortdurend aangepast aan bestaande praktijken. Daarnaast ziet Fennema nog een veel groter risico. Het gevaar bestaat, net als nu in Italie, dat uiteindelijk ook de markt instort. “In de nieuwe zakelijkheid wordt vaak vergeten dat ook de markt op normen is gebaseerd. Die worden weliswaar buiten de markt geproduceerd maar ze dienen als basis voor de manier waarop wordt gehandeld. Stel, mijn handelspartner komt zijn afspraak niet na. Dan kan ik nu naar de rechter stappen om hem te dwingen. Maar als die rechter met geld kan worden omgekocht wordt het steeds moeilijker om zaken te doen. Je kan er niet meer van uitgaan dat afspraken worden nagekomen. Dat geeft reacties zoals nu in Italie te zien zijn: een economische ineenstorting en een politieke beweging waarin etnisch-racistische groepen zoals de Lega Lombarda het steeds meer voor het zeggen krijgen.”

Volgens Fennema heeft de PvdA altijd de functie gehad van de verdediger van niet-markt gebonden normen en waarden. Zaken als gelijkheid, maar ook eerlijkheid werden door de socialisten bewaakt. “De PvdA was de partij van de armen, maar ook van de eerlijken. Bestuurders als Drees en Kok, daar kon je je geld aan toevertouwen, wist men. Die staken geen gemeenschapsgeld in eigen zak of sluisden het door naar hun vriendjes. Nu is deze houding in de PvdA een stroming geworden. Een stroming, met Kok als boegbeeld, die echter steeds meer in het defensief wordt gedrongen.”

Corruptie, vriendjespolitiek, het vervagen van normen. Volgens Fennema heeft het uiteindelijk alles te maken met de professionalisering van de politiek. “Vroeger ging je de politiek in als je fortuin had. Dat was gauw geregeld. Als reactie daarop onstonden de vrijgestelden in de sociaaldemocratische partijen, waardoor ook de arbeiders en de minder gefortuneerden in de politiek vertegenwoordigd konden zijn. Wat je de afgelopen tien, vijftien jaar hebt gezien is dat die oude arbeiderspartij desintegreert. Er komen minder leden. De moraal verschuift. Net als de prostitutie moet ook de politiek opeens "een gewoon beroep als elk ander' worden. In dat proces zie je dat niet meer de achterban, maar de elite in de andere partijen het referentiekader wordt van veel socialistische leiders.”

Het is nog niet zover, denkt Fennema, dat de PvdA haar door corruptieschandalen onthoofde Italiaanse zusters achterna gaat. Toch zal de PvdA, volgens Fennema, nieuwe en duidelijke regels moeten opstellen. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen partij- prive- en publieke belangen. Gedragscodes moeten op schrift gesteld. “Waar het uiteindelijk toch om gaat is het terughalen van de oude moraal van eerlijkheid, correct gedrag en de scheiding van belangen.”