"Nee, nee, de eer is geheel aan mijn kant'

Een typische openingskop op de voorpagina van Excelsior, Mexico's grootste dagblad, zou kunnen luiden: "Wij Blijven Vechten Voor de Democratie: CSG'. De afkorting staat voor Carlos Salinas de Gortari, de president van dit land. Het aan hem toegeschreven citaat is die dag, volgens Excelsior, het belangrijkste nieuws. Elders in de krant volgen dan de secundaire feitjes uit de rest van de wereld. Zoals eenbloedbad in Bosnisch dorp, een staatsgreep in Peru, de vierde vrouwelijke kandidaat voor een Amerikaanse regeringspost die het veld moet ruimen.

Een zonderlinge krant, dat Excelsior? Welnee, het avond-nieuwsprogramma "24 Uur' van de televisie onderschrijft het soort prioriteiten in het nieuws waar Excelsior mee opent. Doorgaans zijn de eerste vijf items op het Mexicaanse journaal gewijd aan de "bewegingen' die dag van president Salinas. Daarna worden de avonturen van mindere goden, ministers en zo, in beeld gebracht. En kort voordat het uurtje "24 Uur' is afgelopen, maar lang na de stierengevechten en het sportnieuws, komen dan, in een flitsende samenvatting van vijf minuten met beelden van buitenlandse zenders, het Bosnische bloedbad, de Peruaanse staatsgreep en de vrouwelijke Amerikaanse minister.

Zijn er dan geen goeie journalisten in Mexico? Natuurlijk wel. Ze maken alleen niet de dienst uit bij Excelsior of presenteren niet, zoals don Jacobo Zabludovsky, het programma "24 Uur'.

Zabludovsky is een begrip hier, al decennia lang. De officiële Mexicaanse pikorde is als volgt: president Salinas, Zabludovsky, dan een hele tijd niks, en dan Christus.

Zabludovsky, onbezoldigd woordvoerder van de regerende Institutionele Revolutionaire Partij (zeggen zijn critici), heeft dank zij zijn nieuwsprogramma en de Mexicaanse pendant van CNN, waarvan hij vice-president is en dat ECO heet, een ongekende invloed binnen en buiten Mexico. Politici, op de president na uiteraard, luisteren als Zabludovsky spreekt. Hij kan maken en breken. Maar is hij ook een journalist? Ach, oordeelt u zèlf over de man die, hand onder de kin, wijsvinger langs de wang, peinzend de onsterfelijke woorden sprak: “Nucleaire wapens? Nucleaire wapens, nou dat is een ernstige zaak”, toen op het hoogtepunt van de Golfoorlog de ECO-correspondente in Tel Aviv "live' in de uitzending meldde dat Israel door Irak werd bestookt met armas nucleares, kernbommen dus.

Ach, Zabludovsky en '24 Uur'. Een vijftien minuten durend interview met de (toenmalige) president van Guatemala, Jorge Serrano. De eerste vijf minuten gingen aldus. Zabludovsky: “Van harte welkom, meneer de president, het is een eer u hier te mogen ontvangen.” Serrano: “Nee, nee, don Jacobo, de eer is geheel aan mijn kant.” Zabludovsky: “Voor de kijkers van "24 Uur' is het altijd interessant uw standpunten te horen, meneer de president.” Serrano: “Het is immer een genoegen en een voorrecht het land van onze Mexicaanse broeders, met wie wij een grens delen en zoveel gemeen hebben, en die zo'n belangrijke positie in de geschiedenis van Latijns Amerika innemen, te mogen bezoeken.” De laatste vijf minuten waren niet veel anders. In de tussenliggende tijd kon Serrano zijn vriend Zabludovsky uitleggen dat hij, na een vredesvoorstel bij de VN in New York te hebben gepresenteerd, niet in een plaatselijke striptease-tent was geweest, zoals boze mediatongen al naar buiten hadden gebracht, maar een kop uiensoep was gaan gegeten.

Zijn er dan geen goede, pardon, anders ingestelde, journalisten in Mexico? Natuurlijk wel. Manuel Buendá was zo'n journalist. Maar hij is dood. Vermoord door het conglomeraat drugshandel-politie-overheid, omdat hij te dicht bij de waarheid kwam. Goede journalisten ook bij het uitnemende, zij het uiterst saaie, weekblad Proceso. Die zien hun oplage in de stad Puebla in een paar uur tijd uitverkocht als ze een exposé brengen over de gouverneur van Puebla, die, zeg maar, nog het een en ander heeft uit te leggen over de dood van Buendá en andere aan het conglomeraat verwante zaken. Uitverkochte oplage wil dan zeggen: opgekochte oplage, dank zij de alerte reactie van de medewerkers van de gouverneur.

Arme Mexicaanse journalisten. Slecht betaald, afhankelijk van fooien van de overheid. Want zo werkt het systeem dat embute wordt genoemd. Je schrijft juist wel of juist niet, juist kritisch of juist niet, en dan vind je als journalist een door het ministerie gevulde envelop in je bureaula. Kunnen de huur en het schoolgeld weer worden betaald. Mexicaanse journalisten: niet gepubliceerd, of wel gepubliceerd en daarna vermoord. Of van hogerhand betiteld als "drugs-pers'. Het enige aardige baantje in de Mexicaanse journalistiek was destijds lid te zijn van het perscorps van het presidentiële paleis. Mee met CSG op een staatsbezoek. En de regering zorgde wel voor een extra vliegtuig waarmee de in het buitenland gedane aankopen van de dames en heren verslaggevers terug naar Mexico werden gevlogen.

Kan ook niet meer. Afgeschaft door de president. Want, het is zoals CSG het in Excelsior heeft gezegd: "Wij Blijven Vechten Voor de Democratie'. Maar misschien niet altijd even hard.