Morele verontwaardiging obstakel voor effectief anti-drugsbeleid

Er zijn gedragingen die wij zo intens verafschuwen, dat wij ze niet alleen afkeuren maar ook bestrijden. Handel en gebruik van drugs zijn gedragingen die wij op die manier verafschuwen. In dit geval is de algemeen gevoelde afschuw zelfs zo intens, dat een oorlog tegen dit complex van gedragingen is afgekondigd. De betekenis daarvan is niet alleen, dat alle bruikbare middelen voor deze strijd moeten worden ingezet. Zij is ook, dat ons aller steun en loyaliteit daarvoor wordt geëist. Wie een andere aanpak bepleit dan de frontale aanval wordt met argwaan bekeken, wie een ander beleid voert wordt gezien als een handlanger van dat kwaad. Zo ongeveer staat ons land te boek bij landen als de Verenigde Staten en Frankrijk.

Er steekt in deze opeenvolging van gedachten: intense afschuw van iets, krachtige bestrijding van het kwaad, sluiten van de gelederen, iets dat onmiskenbaar emotioneel en moreel bevredigt. Zo moet het toch? Toch kleven er zowel aan het zo gekozen beleid - de "oorlog tegen drugs' - als aan de geestesgesteldheid waaruit het voortkwam ernstige bezwaren. Het beleid heeft onbedoelde negatieve gevolgen, de geestesgesteldheid maakt dat die onvoldoende in aanmerking worden genomen.

De ongewenste gevolgen van het heersende repressieve beleid zijn vaak genoemd. Dat zij weinig aandacht krijgen ligt niet aan hun onbekendheid. Ik memoreer nu alleen de voornaamste. Ik wil vooral aandacht vestigen op de obstakels die rijzen voor een nuchtere beoordeling van dat beleid, wanneer het denken daarover wordt beheerst door morele verontwaardiging.

Het voornaamste bezwaar tegen het internationaal heersende drugsbeleid is, dat hierdoor een monopolie wordt geschapen voor de illegale handel in drugs dat zo winstgevend is, dat hieruit met gemak een guerrillastrijd tegen nationale overheden kan worden gefinancierd en tegelijkertijd een aantal sectoren van de samenleving economisch kan worden gepenetreerd.

Een tweede bezwaar is, dat de gebruikers van drugs door dit beleid in een illegaal circuit worden gedreven van waaruit zij anderen veel schade en last berokkenen en waarin zij moeilijk bereikbaar zijn voor pogingen hen een andere levensstijl te laten omarmen. Velen van hen worden op die manier bovendien (hulp)dealers van drugs die zeer effectief meewerken aan de verbreiding van het bestreden verschijnsel.

Een derde bezwaar is, dat dit beleid een zo groot beslag legt op de capaciteit van justitie en politie (inclusief het cellenbestand), dat andere taken van belang hierdoor in het gedrang komen.

Ik laat het bij deze drie. Zij zijn ernstig genoeg om te doen verwachten, dat de makers van het beleid serieus zullen onderzoeken of de inzet van de middelen door de resultaten van het beleid wordt gerechtvaardigd.

Voor dit soort onderzoek naar de effecten van het gevoerde beleid is temeer reden omdat uit ander onderzoek naar de geestelijke gezondheidsaspecten van drugsgebruik is gebleken, dat verslaving (de intensiteit ervan, het vermogen het binnen zekere perken te houden, de wens "af te kicken') niet alleen door farmaceutische maar ook door psychologische en sociaal-culturele factoren wordt bepaald.

De mogelijkheid bestaat daarom, dat het gevoerde repressieve beleid (ook) in dit opzicht zijn doel, de onderdrukking van drugsgebruik en handel, dwarsboomt in plaats van het te verwerkelijken.

Helaas, van dergelijk effectenonderzoek is geen sprake. De wenselijkheid ervan wordt eenvoudig niet ingezien. Vanuit de gedachte, dat het gaat om een kwaad dat koste wat het koste moet worden bestreden, valt die ook niet in te zien. Dat het beoogde resultaat niet wordt bereikt en voorlopig ook niet lijkt te zullen worden bereikt, is uit die optiek alleen een reden om de inspanningen te verdubbelen.

Daar komt nog bij, dat men zich kan koesteren in de illusie op de ingeslagen weg voortdurend successen te boeken: er worden immers telkens vangsten gedaan, delen van ketens opgerold, handelsroutes afgesloten - de vangsten nemen zelfs in omvang toe. Dat dit kan betekenen dat ook de handel in drugs toeneemt bij een gelijkblijvend (of misschien zelfs dalend succespercentage), die mogelijkheid is te strijdig met de overtuiging waaruit men functioneert om er bij stil te staan. Men ontleent hieraan eerder een motief om de eigen inspanningen te verdubbelen.

Men kan immers - en dat is een erbij komende manier waarop de verwachting wordt gevoed dat men de oorlog kan winnen - telkens nieuwe maatregelen bedenken om de strijd nog effectiever te voeren: door de inzet van meer menskracht, van meer geavanceerde technische middelen, door de stroomlijning van de strafrechtelijke procesorde, het creëren van nieuwe vormen van strafbaarheid enz.

Dat al deze inspanningen, gegeven de buitensporige winsten die hiermee dankzij het monopolie van de illegale handel zijn te maken eerder een intensivering dan een vermindering van de activiteiten van de illegale handelaren tot gevolg zal hebben - of ten hoogste een tijdelijke vermindering, maar dan gepaard gaande met een prijsverhoging van de drugs die weer aanmoedigt tot nieuwe activiteiten -, dat zijn overwegingen die afstuiten op de morele afschuw waarmee over deze zaken wordt gedacht.

Dit is niet de plaats om de ontstaansgeschiedenis op te halen van het nu internationaal heersende anti-drugsbeleid of de rol te schetsen die de ontwikkeling van de medische wetenschap of het ontstaan van het moderne artsenberoep daarin hebben gespeeld. Toch kan een beetje blikverruiming en wat historisch perspectief in de beschouwing van het drugsprobleem geen kwaad. Ik roep hiertoe alleen in de herinnering, dat nog in de 19de eeuw verschillende opiumprodukten vrij bij de drogist verkrijgbaar waren en deel uitmaakten van de huisapotheek zonder dat dit ernstige problemen opleverde. Bayer (van de aspirine) adverteerde openlijk in Amerikaanse dagbladen met herone als een antihoestmiddel! Ik wijs daarnaast op het feit, dat de produktie en handel van opium, marihuana, hashisch en cocane sedert de "war on drugs' niet zijn gedaald maar gestegen.

Er is nog een ander opzicht waarin een helderder inzicht in de drugsproblematiek en haar criminele aspecten dringend gewenst is. Het feit dat een bepaald soort individuele gedragingen moreel verwerpelijk is betekent niet, dat ook de frequentie van die gedragingen als een morele kwestie moet worden gezien. Het leeuwedeel van alle criminaliteit wordt gepleegd door jongeren van 15 tot en met 25 jaar, demografische ontwikkelingen zijn daardoor in hoge mate bepalend voor de stijging en daling van de criminaliteitscijfers.

Iets overeenkomstigs geldt voor de motivatie van slachtoffers om aangifte te doen. Als verzekeringsmaatschappijen aangiften bij de politie eisen voor de vergoeding van gestolen goederen, stijgt de registratie van diefstal. Het zijn maar een paar voorbeelden.

Dit zijn niet alleen redenen om morele afschuw en bestrijding van het verafschuwde niet te snel aan elkaar te koppelen, het zijn ook klemmende redenen om de effecten van de oorlog tegen drugs aan serieus onderzoek te onderwerpen. De tijd is daarvoor ook rijp. Het zijn niet meer alleen degenen die direct met de gevolgen van dit beleid worden geconfronteerd - van maatschappelijke werkers tot politiefunctionarissen - die vraagtekens zetten bij de effectiviteit daarvan. Een groeiend aantal federale rechters in de Verenigde Staten protesteert ertegen en weigert zelfs drugszaken te behandelen.

De nieuwe attorney-general in dat land, Janet Reno, heeft onlangs openlijk haar twijfels uitgesproken over het in haar land heersende beleid. Dat The Economist van 15 mei zijn redactionele hoofdartikel aan dit onderwerp wijdt onder de kop "Bring drugs within the law', dat onze minister-president met kracht en klem het Nederlandse beleid verdedigt tegenover de Franse premier, het zijn tekenen dat het onderwerp ook in officiële kringen bespreekbaar begint te worden.

Een van de winstpunten van deze situatie is dat niet meer, zoals ook ons eigen departement van justitie placht te doen, onmiddellijk polariserend legalisering als het enige alternatief voor het huidige beleid wordt genoemd. Men opent de ogen nu ook voor andere vormen van regulering en bestrijding van de verslaving waarin de strafrechtelijke repressie naar de achtergrond verhuist, zodat ook de schadelijke gevolgen daarvan minder gewicht krijgen. Vormen als die waarin gebruik en handel van tabak en alcohol zijn geregeld komen daarbij aan de orde. Het gaat er inderdaad om "to bring drugs within the law'.

    • J.F. Glastra van Loon