Moord in Ojok; Ivan Stepanovitsj Basjirin was een goed mens

Ivan Stepanovitsj Basjirin is decennia lang een levende legende geweest. Hij heeft alles en iedereen weten te doorstaan. Heelhuids is hij uit de grote vaderlandse oorlog gekomen, onder Stalin en Beria is hij maatschappelijk opgeklommen, na hun beider dood heeft hij het verwarrende interregnum het hoofd geboden. Van Chroesjtsjov en Brezjnev had hij geen last en daarna is zijn positie ook nooit bedreigd door het trio Andropov, Tsjernenko en Gorbatsjov. Maar Basjirin heeft Jeltsin uiteindelijk niet kunnen overleven. Een ordinaire roofoverval drijft hem de dood in. En zo zit Ojok in Zuidoost-Siberië zonder een vader die straft en streelt.

Het is woensdagavond 7 april van dit jaar als het noodlot toeslaat. Ivan Basjirin zit rustig thuis in zijn fraaie woning achter de Leninstraat in Ojok. Hij kan onbezwaard op de 71 voorafgaande jaren terugkijken. Zijn vrouw en dochter kunnen met hem tevreden zijn.

Wat een vol en produktief leven is het geweest. Als jonge soldaat uit een boerengezin in Centraal-Rusland maakt hij zich al verdienstelijk aan het front tegen fascisme en imperialisme, niet alleen in Europa maar ook in Mongolië en China. Medailles en andere eerbewijzen zijn z'n deel. Na de oorlog, in 1946, gaat het sergeantje zijn geluk beproeven in het verre Ojok, een drie eeuwen oud en middelgroot dorp in het hart van Zuidoost-Siberië dat zijn trots vooral moet ontlenen aan het feit dat de adelijke dekabrist kolonel Sergej Troebetskoj er na de mislukte opstand van 1825 jarenlang in ballingschap heeft gewoond. Basjirin weet zich snel aan te passen aan de pioniersmentaliteit van zijn nieuwe thuishaven. Op zichzelf al een prestatie voor een jongen uit een gehucht nabij Penza dat in die dagen, op het stalinisme na, weinig gemeen heeft met de eigenzinnige cowboy-ambiance die hij in Siberië aantreft. Zo hebben de "athesten' in Ojok vlak voor de oorlog in het kader van de anti-religieuze strijd natuurlijk ook moeten proberen het orthodoxe kerkje te vernietigen. Maar ze zijn niet verder gekomen dan het kruis. Het godshuis zelf bleek te stevig. Ze hebben het er toen in Ojok verder maar bij laten zitten. In Penza zou dat ondenkbaar zijn geweest. Daar zou de opiumkit voor het volk tot de laatste steen zijn geliquideerd.

Ivan Basjirin wenst echter meer. Hij wil een echte carrière die hem ver verheft boven zijn povere sociale achtergrond. Het lukt. Zijn benoeming in 1951 tot voorzitter van de Kirov-kolchoze van Ojok wijst al meteen op optimale accomodatie. Amper dertig jaar oud en al macht, dat komt niet alleen doordat het gesternte hem in de oorlog gelukkig gezind is geweest en hem als een van de weinige mannen van zijn generatie levend van het front heeft laten terugkeren.

In de 42 daarop volgende jaren wordt dat alleen maar bevestigd. De politici in Moskou komen en gaan. En met hen de hervormingspogingen en restauratietendensen. De collectieve boerderij zelf wordt eerst een staatsboerderij (sovchoze) en in de laatste jaren van Brezjnev een oetsjchoze, een "leer- en ervarings landbouw/veeteeltbedrijf'. Maar Ivan Stepanovitsj blijft zitten waar hij zit. Voor hem verandert er niets. Als hij, met zijn rode ster in het knoopsgat, langs de huizen gaat, blijven alle deuren opengaan. Hij hoeft maar "op een knop te drukken'. Want hij heeft de contacten, niet alleen in de provinciale hoofdstad Irkoetsk maar ook in Moskou. Daar weten ze eveneens maar al te goed dat hij maar liefst 19.100 hectare grond plus 5.500 onderhorigen onder zijn hoede heeft, kortom, dat hij een serieuze sovjet-leenman is.

Griezelig

Al die decennia is de voorzitter van het "uitvoerend comité' van Ojok, de burgermeester, derhalve slechts een onbetekenend mannetje. Die gaat slechts over de vijftienhonderd resterende inwoners van Ojok. Zijn naam doet er niet toe. Nu eens is het Igor, dan weer heet hij Boris. Ivan Basjirin is alleen al daarom zonder concurrentie de machtigste en rijkste man van het dorp, "de kleine Napoleon' naar wie iedereen zich dient te schikken.

Een gouden hamer & sikkel voor zijn "socialistische arbeid', twee Lenin-ordes en een zetel in het provinciale parlement zijn de tastbare eerbewijzen. Zijn welvarende levenswijze accentueert het in materiële zin. Als een van de dorpelingen, klarinettist in een blaaskapel van het Rode Leger, medio jaren tachtig met de band een concert geeft in de kantine van de oetsjchoze weet zelfs hij niet wat hij ziet. Zo'n rijk gedekte tafel heeft hij nog nimmer gezien. Het is gewoon "griezelig'. Dit is inderdaad de "miljonair onder de boeren'.

Dank zij dit aureool heeft Basjirin zijn arbeidspotentieel altijd op peil kunnen houden. Terwijl elders in het land de dorpen leegstromen en de steden vollopen met halve boeren, die nog niet eens weten hoe een normale WC werkt, blijft Ojok een levende gemeenschap. Tot in het duizend kilometer oostelijker gelegen Tsjita willen de landarbeiders naar Ojok komen om er bij Basjirin te werken. Dat de salarissen op de oetsjchoze lager zijn (de Siberië-toeslag is er geen vijftig procent, zoals in het noorden, doch slechts dertig procent) en de pensioengerechtigde leeftijd niet op je vijftigste maar pas bij zestig jaar ingaat, wordt ruimschoots gecompenseerd door de secundaire voorwaarden die Basjirin met de winst van zijn bedrijf weet te scheppen. Zonder hem zou zelfs de school niet kunnen bestaan, laat staan dat de kinderen er een voedzame lunch zouden krijgen.

Onraad

Natuurlijk, Ivan Stepanovitsj is ondanks deze weelde niet op zijn lauweren gaan rusten. Op het moment dat de socialistische Sovjet-Unie in 1991 in het niets op lijkt te gaan, begint zelfs hij onraad te ruiken. Er moet iets veranderen, realiseert hij zich. Hij zoekt, via Moskou, daarom contact met Hollandse boeren en weet de polder-coöperatie Agrico uit Emmeloord en het agrarisch-technologische bedrijf Tolsma voor een lucratieve transactie te interesseren. Hij is daarvoor twee jaar geleden zelfs op "dienstreis' in Nederland geweest, zeven tijdzones ver weg van Ojok. Hij zou alleen nog via-via drie ton bij elkaar moeten zien te scharrelen om bij deze twee Nederlandse bedrijven pootaardappelen en verwerkingsmaterieel te kopen.

Dat siberiakken de Prior, Hertha en andere Hollandse aardappelen niet echt pruimen en zich ook niet laten verleiden door hun "handels-uiterlijk' (ze zijn veel schoner en hebben geen pitten) kan hem weinig schelen. Met Nederlands pootgoed kan hij de produktiviteit met ruim driehonderd procent verhogen, daar gaat het nu om. Al die veertig jaar heeft de oetsjchoze-directeur namelijk de winst van zijn staatsbedrijf opgepot zonder er iets rendabels mee te doen. Hij heeft er wel wat van genvesteerd, maar meer ook niet. Met het begin van de inflatiegolf wordt hem duidelijk dat dit een vergissing is geweest. Hij had leningen moeten sluiten toen ze nog goedkoop waren. Nu de kredietrente in duizelingwekkende vaart omhoog wordt gestuurd en de overheid terughoudender wordt met haar garanties, is het daarvoor te laat. De jarenlange winst van acht miljoen roebel dreigt zo geruisloos weg te kwijnen.

Na de definitieve onttakeling van het sovjet-imperium eind 1992 begrijpt hij bovendien dat hij zich politiek moet gaan roeren. En wel in de lokale kringen van kozakken en andere patriottische nationalisten. Want de liberale markteconomie, waar ze het in Moskou over hebben, past niet bij de Russische "traditie' van semi-feodaal collectivisme. Het "volk wil leiding'.

Gaspistool

Maar zijn functie geeft hij er al die tijd natuurlijk niet aan. Ivan Basjirin is tenslotte opgevoed in de wetenschap dat een positie in zijn land belangrijker is dan geld. Onder de sovjet-verhoudingen is een dolzjnost (ambt), kortom formele macht, altijd een voorwaarde geweest voor materieeel geluk. Bloot geld heeft nimmer toegang tot macht geboden. Dank zij z'n directeurschap heeft hij aldus status èn vermogen kunnen verwerven. Aan de omgekeerde weg heeft hij nooit hoeven denken. Het zou zijn tijd wel duren.

De vijf mannen die woensdagavond 7 april 1993 op zijn deur bonzen, denken daar anders over. Ze komen voor zijn geld of zijn leven. Ze nemen allebei. Aanvankelijk lijkt hun overval op niets uit te draaien. Ivan Basjirin houdt hen even aan het lijntje en komt met een gaspistool terug. Maar het kwintet is tijdig buiten, recupereert en keert weer. Basjirin wordt met een mes bewerkt, twee van zijn vingers worden verbrijzeld. De directeur raakt er bewusteloos door. Zijn dochter besluit daarop al het geld te geven dat ze in huis hebben: ongeveer 800.000 roebel moet het zijn geweest. Plus de Volga van de zaak.

De racketeers vliegen weg. Maar ze komen uiteindelijk niet ver. In de loop van enkele weken worden ze achtereenvolgens door de politie aangehouden. Het blijkt om twee Azerbajdzjanen en drie autochtonen te gaan. Een van de laatste drie, geboren en getogen in het naburige dorp Jegorovsjtsjina, blijkt de "geestelijke vader' van de overval te zijn geweest. De man die Basjirin met het mes heeft bewerkt. Voor zijn arrestatie heeft hij zich op het graf van zijn moeder door de kop geschoten. De vierde komt uit het eveneens aanpalende gehucht Kitsigirvka. De vijfde is de chauffeur, een Ojokenaar die ooit bij Basjirin op de oetsjchoze heeft gewerkt maar na zijn ontslag volgens dorpelingen in de alcohol verzeild is geraakt.

Ivan Basjirin maakt dat echter niet meer mee. Elf dagen ligt hij in het dorpshospitaal aan de Leninstraat in coma. Bij het begin van de twaalfde dag, op 18 april, overlijdt hij aan zijn verwondingen.

Geruchten

De begrafenis van Ivan Basjirin is in Ojok uiteraard een allesomvattende plechtigheid. Bijna iedereen uit het zevenduizend zielende tellende dorp geeft acte de présence. De zilveren ster op en de kransen om zijn graf maken duidelijk dat de directeur niet alleen door zijn familie en de andere gezinnen op de oetsjchoze wordt betreurd, maar ook door de collega's van de Bajkal-sovchoze, het openbaar ministerie van het district en het "werkerscollectief' van de Russisch-Aziatische Bank in Irkoetsk. In de stad komen kort na zijn dood zelfs achthonderd burgers de straat op om, onder de banier van de kozakken en andere patriotten, tegen deze vuige moord te protesteren. Voor Irkoetsk is dat een enorm aantal, meer in ieder geval dan de democraten in augustus 1991 tegen de putschisten in Moskou op de been hadden weten te krijgen.

Maar daarna gaan er toch geruchten rondzingen. De erfgenamen in de leiding van de oetsjchoze beginnen daarom, tegen iedereen die het maar horen wil, te verklaren dat de moord niets te maken heeft met hun bedrijf. Dat het een louter persoonlijk drama is geweest. Ivan Basjirin is gewoon de dupe geworden van een onversneden roofoverval. De daders hebben een maand eerder immers ook al een ripdeal met een handelaar in bootleg-wodka succesvol weten af te ronden en hebben daardoor hoogstwaarschijnlijk de smaak te pakken gekregen. Dat er Azerbajdzjanen bij betrokken zijn geweest, bewijst dat. Azeri's beheersen de misdaad tenslotte in het hele land. Of niet soms?

Maar de moord op Ivan Basjirin is niet de eerste misdaad-met-een-luchtje in het dorp. Het is de afgelopen 45 jaar vaker voorgekomen. Ojok is helemaal niet zo'n rustig en slapend dorpje als het nu veinst. Vlak na de oorlog, in 1947, is Ojok ook al eens opgeschrikt door een dubbele moord. Toen werden de zusters Zazaroniva, beiden onderwijzeres op de dorpsschool maar wegens hun aristocratische achtergrond beter bekend als de "zusjes Romanov', ook het slachtoffer van een roofmoord. De dieven zouden goud hebben gevonden, werd er toen door de politieke leiding sussend over gezegd. In feite hebben ze niet meer meegenomen dan een pre-revolutionaire Singer-naaimachine en een paar laarzen. De daders zijn desondanks nooit gevonden. In die jaren van Beria is dat opmerkelijk.

Ivan Basjirin is bovendien niet de eerste uit het gezin die voortijdig en gewelddadig aan zijn einde komt. Zijn zoon Volodja is in de zomer van 1976 bij een motorongeluk om het leven gekomen. Tot overmaat van ramp is toen drie dagen later ook nog eens zijn broer Leonid Stepanovitsj gestorven, naar men in Ojok zegt eveneens gewelddadig. Ook Leonid Stepanovitsj, die dank zij de protectie van zijn succesvolle oudere broer in Ojok een mooi bestaan had kunnen opbouwen, heeft op een avond thuis bezoek gekregen van een zogenaamde "kennis'. Toen zijn vrouw de volgende morgen van een uitstapje naar de stad terugkwam, heeft ze hem dood in de huiskamer gevonden. Van de mogelijke moordenaars ontbreekt nu al 17 jaar officieel elk spoor.

Rode cijfers

En hangt er anderszins niet ook een geur van bederf rond de oetsjchoze? De rode cijfers zijn de afgelopen tijd steeds onstuitbaarder genaderd. De kleine hervormingen die Basjirin op de valreep heeft willen doorvoeren, hebben het dreigende verval van Ojok niet kunnen stuiten. Komt dat door de klimatologische veranderingen in het gebied? Sinds Brezjnev in Bratsk en Irkoetsk grote waterkracht-centrales heeft laten bouwen, zijn de winters hier in Siberië veel minder koud geworden maar blijft het soms tot in juni vriezen, terwijl een straffe wind de gewassen op het land ook nog eens permanent onder vuur legt. Vorig jaar heeft het met Pasen bijvoorbeeld zo fors gevroren, dat ze op de oetsjchoze de halve oogst hebben moeten opgeven. Of is het management van de oetsjchoze de oorzaak van de neergang?

Hoe dan ook, de omzet (in 1992: 410 miljoen roebel) is anno 1993 niet meer opgewassen tegen de geldontwaarding omdat Basjirin te conservatief is geweest om zich toegang tot de nieuwe markteconomie te verwerven. Hij heeft niet willen begrijpen dat de volkstuinders en zijn eigen onderdanen, met hun particuliere zaai- en pootgoed op de markt, een steeds geduchtere concurrent worden. Hij is tegen ramsjprijzen aan de staat blijven leveren, heeft bijvoorbeeld zijn ogen gesloten voor het feit dat een kilo rundvlees op die manier slechts zeshonderd roebel opbrengt terwijl de produktiekosten inmiddels tot zevenhonderd roebel zijn gestegen.

Er is daarom al enige tijd onderling herrie over een eventuele privatisering. Tot nu toe heeft de oetsjchoze alleen de slechtste stukken grond tegen 800 roebel per are aan het openbaar vervoerbedrijf van Irkoetsk willen verpachten. Dat de huurders niet echt tevreden zijn over de kwaliteit van hun tramwaj depot (een naam die ook in het Russisch associaties oproept met het toneelstuk tramwaj zjelanje of te wel "tramlijn begeerte' van Tenessee Williams), is uiteraard slechts hun zorg. De amper vijfduizend roebel per sjestsotok (600 vierkante meter, het klassieke oppervlak van een eigen lapje grond) die de oetsjchoze van de volkstuinders incasseert, mag in deze tijd van geldontwaarding tenslotte geen naam hebben.

Het nieuwe pachtsysteem kan volgens sommige vooruitstrevende medewerkers slechts een begin zijn van een geheel nieuwe structuur. De progressievelingen van de oetsjchoze hebben daarom al weer enige tijd geleden aan de bel getrokken. Maar Basjirin is blijven dralen. Weliswaar heeft ook hij brieven aan de autoriteiten geschreven en heeft zelfs het Staatscomité voor bezit in Moskou, dat onder leiding van vice-premier Anatoli Tsjoebais de privatisering moet regelen, post uit Ojok gekregen. Maar tegen de weigering van het Landbouwinstituut in Irkoetsk, dat formeel eigenaar van de oetsjchoze is en dat koste wat koste wil blijven, is Basjirin toch niet opgewassen geweest. Misschien omdat hij hun argumenten en motieven te goed begreep, omdat hij zelf ook rijk is geworden via zijn persoonlijke macht over staatseigendom?

Pure alcohol

Het zijn slechts vragen, die ze op het land in Ojok stellen. Maar de pijn klinkt erin door. Want na de moord op Basjirin is de bescherming van het dorp weggevallen. Het dagelijks leven gaat er uiteraard verder. Het spandoek "perestrojka, een zaak van allen en iedereen' is nimmer weggehaald. In café Niva zitten chauffeur Pasja en zijn gepensioneerde drink-vriend Sergej ook nu nog altijd zaterdagmiddag om twaalf uur bij een fles pure alcohol te tieren op die ""zogenaamde fokkende ondernemers die alleen maar hier iets kopen en daar weer verkopen''. In de boekhandel is nog steeds Saul Bellow en Erich Maria Remarque in het Russisch te koop. En de gewone boeren op de oetsjchoze blijven zaaien en poten.

Maar de spirit is toch aan het wegebben, zowel in het dorp als op het land. Zo is eind mei slechts 68 procent van het graan gezaaid en 59 procent der aardappels gepoot. Dat valt nog mee. Met het veevoer is het echter dramatisch bergafwaarts gegaan. Deze afdeling (een van de zes op de oetsjchoze) heeft slechts 22 procent "prestatie' geleverd. Dat zou op een tragedie kunnen uitdraaien. Nu al, voor de zomer, is zichtbaar dat de 2300 koeien en kalveren niets te vreten hebben en daarom elke dag in het niemandsland rond Ojok uit grazen moeten worden gelaten.

Waarom dan toch zo weinig inzet? Omdat je je voor zo'n zestienduizend roebel per maand (nog geen dertig gulden) niet meer overmatig druk wenst te maken. Je kan je tijd beter op je eigen akkertje besteden. Vandaar dat het overal in de collectieve boerderij zo'n "puinhoop' is geworden. ""Omdat alles gemeenschappelijk bezit is, is het van niemand. Iemand die is aangesteld voor de koeien zal het een zorg zijn dat er her en der afval ligt'', aldus een van Basjirins voormalige ondergeschikten.

Binnen de leiding is de moord op Basjirin daarom uitgemond in een uitbarsting van jarenlange trauma's en dus in een heuse machtstrijd. Die draait vooralsnog om de vraag wie er directeur moet worden. Er zijn binnen de oetsjchoze drie kandidaten: de echtgenote van de huidige onderdirecteur, een zoöloog en de chef van het wagenpark. De eerste, de econome van het bedrijf en dik in de vijftig, heeft zich opgeworpen omdat haar man niet gezond genoeg is om de zaak van Basjirin over te nemen. De zoöloog is bijna even oud, is derhalve eveneens in de geest van Ivan Stepanovitsj opgevoed en wil nu ook wel eens persoonlijk profiteren. De mechanicien daarentegen is nog geen veertig en hoopt de hele handel tijdig over een andere boeg te kunnen gooien.

Ze hebben alle drie hetzelfde programma. Dat wil zeggen: geen opsplitsing van het bedrijf in kleine stukjes grond - die ene privéboer, die Ojok rijk is, houdt het hoofd immers ook niet boven water - maar grootscheepse commercialisering van het management. Onder deze eengezindheid kristalliseert zich echter een diepgaand generatieconflict vol "intriges' uit. Het is op de oetsjchoze jong versus oud geworden. Wie wordt de nieuwe chozjan, dat typische Russische woord dat zowel patroon als gastheer betekent, daar gaat nu nu om.

En dus zou het Landbouwinstituut er op de valreep wel eens met het been vandoor kunnen gaan. Zij daar in Irkoetsk ruiken in ieder geval hun kans om een eigen man te paard te helpen. Daar helpt geen moedertje-lief aan. Vroeger waren de kleine communistische apparatsjiks op ledenjacht omdat ze dan, bij het halen van hun quotum partijboekjes, vrijgestelde "niets-nutten' mochten worden. Nu willen dezelfde types hun bezit veiligstellen, ook al zitten ze zelf ver weg. Als de boeken maar kloppen.

Uiteindelijk zullen de onderdanen van wijlen Basjirin ook dat wel weer pikken. ""Ik verbaas me nog steeds over het geduld van onze mensen. Ze zijn altijd bedrogen, maar blijven tolerant'', heeft econome Galja Michailovna zich onlangs bedacht.

Ivoren toren

Wellicht heeft Galja gelijk. Maar ze zegt het eigenlijk vooral uit intutie. Ze is namelijk van huis uit stads en zit hier in Ojok vooral in het kantoor van de oetsjchoze aan de Communistenstraat. In die ivoren toren hoort ze zelden hoe er een kilometer landinwaarts wordt gesproken. Zo bijvoorbeeld: ""Geef me een geweer en ik schiet ze allemaal dood, die pizdjoeki, die zeikerdjes, die voor deze rotzooi verantwoordelijk zijn. Sorry, jongens, dat ik zo scheld, maar ik vloek nu eenmaal van nature'', zegt een invalide en bejaarde dorpeling. Dat zijn vrouw hem tot de orde heeft geroepen - ze heeft genoeg van zijn geklets, hij moet weer aan het werk - heeft hem niet op andere gedachten gebracht. ""Lazer op'', repliceert hij, terwijl met zijn stok in de grond poert. ""Dit is de eerste en laatste keer in mijn leven dat ik met die prima jongens kan praten. Het is allemaal fokkende onzin.'' Maar Ivan Stepanovitsj dan? Nee, dat is altijd een ""goed mens'' geweest.

Zelfbeklag en nostalgie, ze gaan hier in Ojok samen. Voor de gewone boeren en buitenlui heeft de moord op Basjirin alleen maar aangetoond dat alles en iedereen in Ojok is beroofd van zijn "chozjan', zo'n vader die straft en streelt, en dat er dus een nieuwe moet komen. Zonder "chozjan' gaat het in Rusland nu eenmaal niet. Dan gaat de jeugd alleen maar naar de knoppen. Zoals dat meisje dat op de stoep niets zit te doen en lijzig zegt: ""De directeur? Die is er niet. Waarom? Vermoord. Maar wat doet het er allemaal toe? Er is hier gewoon geen directeur''.

    • Hubert Smeets