Minister van justitie Hirsch Ballin keert zich tegen de uitholling van de moraliteit; Het gaat om een mes in de rug van de rechtsstaat, niets minder dan dat

De afgelopen maanden verloor het imago van minister Hirsch Ballin van justitie (""Zeg maar Ernst'') zijn glans. De als briljant te boek staande Tilburgse hoogleraar bestuursrecht voorzag vanaf 1989 het justitiebeleid van een ethisch fundament. Zijn ideeën over bijvoorbeeld de "zieke' samenleving en de noodzaak tot algeheel normherstel vulden het ideologisch vacuüm van het huidige kabinet. De ster van het "wonderkind op Justitie' steeg binnen het CDA snel tot grote hoogte. Enige tijd geleden beschouwden sommige delen van de partij hem zelfs, naast kroonprins Elco Brinkman, als serieuze kandidaat voor de opvolging van premier Lubbers als partijleider.

Brinkman werd echter op het schild geheven als de nieuwe leider, Hirsch Ballin kreeg te kampen met tegenstand in eigen kring. In CDA-gelederen groeide de ontevredenheid over de daden van de minister van justitie - of juist over het uitblijven van daadkracht. Zo verzetten de CDA-senatoren zich tegen de naar hun smaak al te liberale regeling van de euthanasiepraktijk. De opzegging enige maanden geleden van de Haarlemse bisschop Bomers van zijn partijlidmaatschap wees op de groeiende twijfels in de conservatieve roomse achterban over de koers van de katholieke Hirsch Ballin.

Hirsch Ballin als dartele libertijn in plaats van bezorgde conservatief? De minister van justitie, gezeten aan de grote ronde tafel in zijn werkkamer, haalt zijn schouders op. ""Ik verbaas me soms over het gemak waarmee etiketten worden gewisseld. Soms heet ik een moralist van het zuiverste water, dan weer een libertijn. Ach, laat ik het er maar op houden dat er over de beschermwaardigheid van het leven geen enkel meningsverschil bestaat met mijn critici.'' Dat hem over het euthanasie-vraagstuk in de Eerste Kamer een harde politieke confrontatie te wachten staat, een confrontatie die zijn gezag verder zou schaden, gelooft de minister overigens niet. Met zijn vorige week gedane toezegging om extra bescherming te bieden aan "wilsonbekwamen' verwacht hij de belangrijkste zorgen van de Senaat te hebben weggenomen.

Het andere front waarop de minister van justitie hard moest vechten tegen het opkomend beeld van lankmoedigheid, lag in de Tweede Kamer. Bijna drie weken geleden dreigde de CDA-Tweede-Kamerfractie in dat huis aanvankelijk via de media de minister weg te sturen wegens het uitblijven van afdoende maatregelen om het cellentekort terug te brengen. Tijdens het spoeddebat naar aanleiding van de vrijlating van een 19-jarige Amsterdammer die had bekend een leeftijdgenoot te hebben doodgestoken, werd het christen-democratische binnenbrandje ternauwernood gesmoord in milde moties en stellige beloftes.

Enkele weken na het cellendebat laat Hirsch Ballin zijn teleurstelling blijken over de loop van het politieke debat over de criminaliteit. Daarin ligt naar zijn oordeel te eenzijdig de nadruk op zaken als het gebrek aan cellen. Daardoor worden in zijn ogen de bredere achtergronden van het criminaliteitsvraagstuk miskend.

Hirsch Ballin: ""Het moet niet zo zijn dat we terecht komen in het patroon dat politieke partijen als het ware met elkaar gaan concurreren in wie de meest gewaagde claims lanceert voor meer politie-ambtenaren of zo. Ons antwoord moet verder reiken dan de gemaakte fout met de heenzending.''

Ook het CDA, de partij van de minister, ontkomt volgens Hirsch Ballin niet aan de versmalling in het politieke debat, al ontkent hij teleurgesteld te zijn door de bijdrage van die partij aan het debat over de cellen, twee weken geleden. ""Mevrouw Soutendijk heeft gereageerd zoals ik zelf gereageerd zou hebben. Ik heb geen enkele behoefte om afstand te nemen van haar woorden.''

Toch was de indruk die de CDA-fractie tijdens het cellendebat wekte: bevlogenheid allemaal erg mooi, maar we willen kampeerbedjes in de cellen! Dat moet voor u teleurstellend zijn geweest.

""Ja, dat is zo. Het was beter geweest als het soort problemen waarmee we zitten ook onderkend was als een heel ergerlijk verschijnsel aan de oppervlakte. Elk gezwel heeft niet alleen de onwelriekende vloeistoffen aan de oppervlakte, maar heeft daar ook iets onder zitten waar we ons ook mee bezig moeten houden.''

Kwam de commotie uit eigen kring over die vrijlating als een verrassing?

""Het lag natuurlijk voor de hand dat dat bericht deining zou veroorzaken. Mijn eerste gevoelsmatige reactie was er ook een van heftige verontwaardiging.''

U heeft toch niet gevloekt, hè?

""Nee, dat niet. Maar ik was wel in een gemoedstoestand waarin sommige mensen gaan vloeken.''

Wat is dat "gezwel' waar u over spreekt?

""Het gaat om een riskante tendens van verharding in onze Westeuropese samenleving. Die wordt onderschat. Er wordt te veel gezocht naar liefst goedkope aanvullende oplossingen. Natuurlijk moet de cel-capaciteit er komen, maar we moeten niet denken dat we rustig kunnen gaan slapen als we vijftig miljoen hebben uitgetrokken voor het extra personeel dat nodig is om meermanscellen te bewaken.

""Ik wil niet dramatiseren, ook niet de indruk wekken van een soort moedeloosheid. Maar ik ben ervan overtuigd dat er meer veranderingen nodig zijn dan alleen maar meer cellen bouwen als antwoord op de ongunstige criminele statistiek. Strafrecht is voor mij meer dan pakkans en afrekenen van een geldboete; het is een verwijt dat door organen van de rechtsorde wordt gemaakt jegens mensen die andere mensen onrecht aandoen.''

Toch blijft het beeld hangen van een minister die lange verhalen houdt over normen en waarden, maar weinig cellen bouwt.

""Dat laatste klopt alleen al feitelijk niet. Sinds 1989 zijn er honderden cellen bijgekomen. Degenen die dat beeld hebben, hebben een te eenzijdig gevoel over wat er mis is. Die extra cellen moeten er zeker komen, maar er moet ook aandacht zijn voor bijvoorbeeld het klimaat van gewelddadigheid dat om zich heen grijpt bij de jeugd. Vijfennegentig procent van de jeugd is braaf en rechtschapen..., zegt mijn collega d'Ancona en daar heeft ze gelijk in. Maar we moeten niet onbezorgd zijn over de vijf procent die wel tot geweld geneigd is. Het gaat daarbij om de jong volwassenen die niets anders hebben gevonden om zich mee te identificeren dan zichzelf te presenteren als de sterkste, de behendigste en degene die het materieel wel zullen maken.''

Is dàt het onderliggende probleem: een losgeslagen jeugd die bij de teugel moet worden genomen?

""Hè, nee.'' (schuift gerriteerd weg van de tafel). ""Misschien kan ik jullie maar beter nog wat te drinken aanbieden.''

Maar dit soort cultuurpessimisme is toch van alle tijden?

""Formuleringen als "losgeslagen jeugd' die "bij de teugel' moet worden genomen, die associeer ik met heel andere problemen. Dan denk ik aan de reacties op de dorpsjeugd in de jaren zestig die de brommers ontdekte en daarmee ging ronken en de mensen uit de slaap hield.

""Wat ik bedoel heeft niets te maken met afwijkend gedrag, met huidige vormen van lawaaierig feesten of het opvoeren van brommers. Daarover heb ik geen enkele zorg. Als mensen willen rappen enzo, prima. Afgezien van bijvoorbeeld Sergio Mendes op zijn CD Brasileiro doen de meeste rap-nummers mij overigens niet veel. Maar het gaat mij om een mentale verharding. Het gaat niet meer om het ronken op brommers, maar om het plegen van overvallen. Dat is echt iets anders.

""Ik denk dat ondanks alles wat er al over misdaad is gezegd het verschijnsel eerder wordt onderschat dan overschat. Het beeld van de criminaliteit is zwarter dan ik tot nu toe altijd heb aangegeven. Het gaat mij er om dat in onze grote steden zich hele wijken afzonderen, deels in verband met drugscriminaliteit. Het gaat mij om een niet bereikbaar deel van de stedelijke bevolking die straatroven pleegt, overlast veroorzaakt, waar fraude voorkomt, waar de bevolkingsadministratie slechts een beperkt verband houdt met de feitelijke bewoning. Ik heb het ook over die mensen in het bedrijfsleven wie het niet zoveel kan schelen hoe ze aan geld of arbeidskrachten komen. Ik heb het ook over de legio voorbeelden van het ostentatief erop nahouden van een levensstijl van groot geld. Zo worden bijvoorbeeld in de vrouwenhandel andere mensen gewetenloos behandeld als koopwaar. Het dramatisch tekort aan cellen mag niet dienen als bliksemafleider voor het fundamentelere probleem daaronder. Als dan ons antwoord niet verder reikt dan meer mogelijkheden tot insluiting, nogmaals, dan doen we nog te weinig.''

Wat doet u dan nog meer?

""We moeten ons realiseren dat waakzaamheid nodig is op het punt van de standaarden die we zetten. De moraliteit wordt ondermijnd als we de huidige situatie hadden laten voortbestaan waarin de werkgever die illegalen in zijn kas of atelier heeft aangesteld, er met een geldboete van afkomt terwijl die illegalen worden verwijderd. Justitie gaat nu pro-actief te werk. Door de reorganisatie van politie zijn er nauwere lijnen tussen politie, OM en de burgemeester gekomen. Dat is heel nuttig, want die kan dan contacten afweren met malafide ondernemers.

""Die standaarden moeten echter niet de geest uitstralen dat het oplossen van problemen van drugsverslaafden en geweldplegers het specialisme is van "die lui van Justitie'. Wij krijgen de doorschuif-effecten gepresenteerd van een zich specialiserende samenleving. Een deel van onze economie draait op illegalen. Die worden uitgebuit. Als je daarover de betrokken ondernemers een verwijt maakt, komen zij terug met tegenverwijten aan de overheid. Wanneer wij ons dan wenden tot de arbeidsbureaus, krijgen wij nul op het rekest. We versterken dat systeem dan ook nog eens door het verschil van bruto- en netto-lonen en de grote omvang van de collectieve lastendruk. Maar bovendien doordat het onaantrekkelijk is om over te schakelen van een uitkering naar onzeker tijdelijk werk, zeker als dat laag betaald is.''

Spreekt u wel eens in het kabinet over een integrale aanpak van dit soort samenhangende problemen?

""Zelden, zeer zelden.''

En dat betreurt u.

""Ja, natuurlijk. Ik weet niet of dat anders kan, gezien het type besluitvorming dat we nu hebben met minimaal veertien bewindslieden rond de tafel en een vergader-agenda die niets anders toelaat dan een concentratie op het oplossen van de overgebleven geschilpunten.''

In een opvallend pessimistisch getoonzette rede, getiteld "Fin de siècle - Crisisjaren in Europa', hekelde Hirsch Ballin onlangs het ontbreken van gemeenschappelijke idealen in de westerse democratieën. Hij vergeleek de huidige crisis met die uit de jaren dertig, toen er tenminste nog sprake was van grote idealen. De botsende ideologieën van toen zijn volgens Hirsch Ballin vervangen door desinteresse en cynisme van nu. De sluipende uitholling van de moraliteit, zoals het stilzwijgend accepteren door ambtenaren van een volle benzinetank na een vergadering bij een bouwondernemer, wordt gewoon geaccepteerd, aldus de minister.

Ook de eigen christen-democratie liet Hirsch Ballin niet onbesproken. Die moet het tegenwoordig meer hebben van ""competente leiders'' dan van ""inspiratie door de christelijk-sociale politieke filosofie'', zei hij in Jeruzalem.

Hirsch Ballin nu: ""Ja, er zat in de rede ook zelfkritiek op onze politieke beweging. Zelfkritiek van iemand die met beide benen in die beweging staat. Tegenover het goede in de partij staat een vrij brede neiging - en ik wil mijzelf er niet van vrijpleiten - om op het moment dat zich een probleem manifesteert, onmiddellijk een oplossing te geven. Eigenlijk gaf ik er zonet een voorbeeld van toen ik het type reacties beschreef op criminaliteit. Het moet niet zo zijn dat we terecht komen in het patroon dat politieke partijen met elkaar gaan concurreren wie de meest gewaagde claims lanceert voor meer politie-ambtenaren of zo. Daar doen wij ook aan mee. Ons antwoord moet verder reiken. Dat doe je door criminaliteit te zien als onrecht, als een aantasting van de mensen in hun waardigheid waarop straf moet volgen.

Brinkman, de toekomstige lijsttrekker van het CDA, geldt als een competente leider, niet als een inspirerend ideoloog.

""Dat soort veronderstellingen hoor ik wel vaker. Alsof er een verschil van opvattingen is tussen Elco en mij. Dat verschil is er niet. Ik ken Brinkman al veel langer dan we hier samen in het directe politieke métier zitten. Uit eigen wetenschap kan ik zeggen: daar zit niet een verschillende oriëntatie of levensvisie achter. Natuurlijk zijn we geen klonen van elkaar, maar dat hadden jullie al gemerkt.''

Wat zit er toch achter die wederzijdse complimenten die Brinkman en u elkaar onlangs maakten? Brinkman is volgens u de belichaming van competent leiderschap en hij noemde u na het cellendebat "een uitstekend vakminister'?

""Ik geloof niet dat iemand er iets tegen zal hebben om competent leider of een uitstekend vakminister genoemd te worden.''

Dat ligt eraan wat de ambities zijn. Als Brinkman meer wil zijn dan een competent leider maar ook iemand met wat ideologische diepgang, zal hij daar geen genoegen mee nemen.

""Ik vind het verrassend ver gezocht. Ik was nooit op het idee gekomen. Nee, competent leiderschap is prima. Ik heb er niks tegen dat mensen op christen-democratische partijen stemmen omdat die een competent leiderschap in het veld brengen.''

Maar bent u dan alleen een vakminister?

""Nee. Nee. Dat geloof ik niet. Hoezo?''

Nou, dat is het compliment dat Brinkman u heeft gemaakt: een uitstekend vakminister.

""Nou ja, ik probeer uiteraard mijn vak goed te doen, maar ik geloof niet dat iemand ooit het idee heeft gekregen dat ik de behoefte had om deze functie alleen als een soort superambtenaar te vervullen. Dat was, denk ik, niet de staat van dienst toen ik aan dit werk begon.''

Eigenlijk is het niet zo'n groot compliment dus.

""Moeten we nu ook al complimenten gaan wegrelativeren? Die graad van zelfverloochening kan ik nog niet opbrengen.''

Wat bent u nog meer? Een potentieel lid van de Tweede Kamer? Zou u die functie ambiëren?

""Ja hoor. Natuurlijk niet ongeacht omstandigheden en programma.''

Een kabinetsformatie is een stoelendans die zo kan uitvallen dat op dit departement geen CDA'er meer komt.

""Dat hoort bij het politiek bedrijf. Het hoort er ook bij dat je er niet bij voorbaat van mag uitgaan dat jouw partij deel uitmaakt van een volgend kabinet. Niettemin ga ik er vooralsnog van uit dat het tamelijk waarschijnlijk is dat onze partij wel deel uitmaakt van een volgend kabinet en dat het vrij waarschijnlijk is dat onze partij het belangrijk zal vinden om de post van Justitie te bezetten.''

Wat is er zo verslavend aan de politiek?

""Ik ben er niet aan verslaafd.''

Wat is er dan zo leuk aan?

""Is dat een persoonlijke vraag? Wat doet je plezier hebben in dit werk?''

Ja.

""En dat vraagt u aan mij? Niet een inschatting van hoe dat voor politici in het algemeen ligt?''

Nee, het is een vraag aan u omdat u in uw vorige baan als hoogleraar zei niet de politiek in te willen. Nu wilt u er niet meer uit.

""De politiek heeft steeds een zekere aantrekkingskracht op mij gehad. Maar op het moment dat men mij als hoogleraar vroeg of ik politieke ambities had, wilde ik daarvoor het werk dat ik onder handen had niet inwisselen. Waarom is het dan... leuk om dit werk te doen... (grinnikt). Door de combinatie van motivatie en resultaten, al heb ik soms best een moment waarop ik niet meer weet waarom ik het werk doe.''

Wat was zo'n moment?

""Die vraag kwam bij mij op tijdens de moeilijke voorbereiding van de tweede toekomstconferentie over de Antillen. Er is stagnatie en gebrek aan gezamenlijke politieke oriëntatie. Dat schrijf ik niet toe aan de Antilliaanse samenleving. Maar onlangs in Willemstad kwam, na een paar gesprekken met politiek verantwoordelijken, niet méér aan bod dan de vraag of we die conferentie niet konden uitstellen. Diezelfde middag heb ik met fijne mensen, die werken aan het terugdringen van die ellende die zich in een paar delen van Curaçao voordoet, een bezoek gebracht aan arme wijken. Toen wist ik weer waarom ik het deed. Waarom ik me een hoop onheusheid laat welgevallen en tijd steek in gesprekken die alleen maar stagnatie beogen.

""Tegen sommige gesprekspartners heb ik gezegd: hebben we het nou echt over de dingen waar het om gaat als we almaar discussies voeren over de modelletjes die als een bedreiging voor de autonomie voor de Antillen worden gezien? De grootste bedreiging voor de autonomie is het overgeleverd zijn van de samenleving aan corrumperende krachten. Wat wij aan waarborgen hebben voorgesteld op de toekomstconferentie is juist een ondersteuning van de autonomie. Want je hebt meer echte autonomie als er een regel is dat er binnen twee jaar een rekening moet zijn opgemaakt door de Algemene Rekenkamer, dat bestuurders worden getoetst door een parlement, dan wanneer er vanuit een houding van desinteresse wordt gezegd: dat zoeken ze zelf maar uit.''

Dringen deze betogen door tot uw gesprekspartners?

""Nauwelijks. Maar als men onafhankelijk wil worden, zal Nederland geen strobreed in de weg leggen. Als men echter zegt: wij willen blijven behoren tot het Koninkrijk der Nederlanden, dan betekent dat ook dat zoiets werkelijk betekenis moet hebben. En dat is meer dan het hijsen van een vlag of het uitgeven van een paspoort en meer dan het opschrijven van wat mooie formules in een staatsregeling over verkiezingen. Daarom heb ik in sommige gesprekken met mensen van de overkant gezegd: laten we toch eens ophouden met onze tijd verspillen aan discussies, voortgezette, uitgestelde discussies, uitgestelde toekomstconferentie, tussenstappen, nadere rapportages, analyses van alternatieve modellen, vijf schema's voor de ordening van de bevoegdheden van de officieren van justitie en de rekenkamers en dergelijke. Het moet gaan over versterking van de democratische en sociale rechtsstaat.''

Waar slijt u harder? Op de Antillen of in Den Haag?

(Schiet in de lach) ""Ik heb niet het gevoel dat ik slijt. Nee, ik hoor geen krakende knieën en ook geen zwakke knietjes, die moet je daar niet hebben en hier ook niet. Nee, ik slijt niet aan dit vak. Eigenlijk vind ik de grootste uitdaging van dit vak om in concreet beleid iets te stellen tegenover de opvatting die je aan de borreltafel zo vaak tegenkomt: als je de politiek in gaat, neem je geheel of ten dele afscheid van je principes. Van je integriteit.''

Maar is het mogelijk om tegelijkertijd ideoloog te zijn en politicus die water in de wijn moet doen?

""Dat hoeft geen noodzakelijke tegenstelling te zijn. Je hebt landen waar mensen die van zichzelf zeggen als ze iets doen wat niet helemaal deugt: "soy politico' (ik ben nu eenmaal een politicus, red.) Dit is geen papiamentu, zeg ik er even bij. Het is Spaans. Maar het gaat niet over Spanje. (grinnikend)... O wee, straks wordt dit nog een complicatie in EG-verband. Maar serieus, zo is de normatieve standaard-denkwijze binnen de Nederlandse politiek dus gelukkig niet.''

Toch moet u zich aanpassen, bijvoorbeeld aan het feit dat de morele verontwaardiging zich kennelijk richt op de heenzending van een crimineel en niet op het accepteren van de volgetankte auto.

""We lopen inderdaad het risico dat de morele verontwaardiging over geweld dat je ziet het wint van de verontwaardiging over de niet aan het licht gebrachte immoraliteit van het stilzwijgend accepteren van de volle tank. Terwijl dat laatste evenzeer funest kan zijn voor de betrouwbaarheid van de samenleving, voor de eerlijkheid in het verdelen van kansen. Het is het verschil tussen Bert Brechts haai en mensen in de duisternis: "Und der Haifisch der hat Zähne, und die trägt er im Gesicht. Und Mac Heath, der hat ein Messer, doch das Messer sieht man nicht.' Het gaat om een mes in de rug van de rechtsstaat, niets minder dan dat.''

    • Frank Vermeulen
    • Kees Versteegh