"Met prachtige hallen win je nog geen medailles'

MAGDEBURG, 19 JUNI. Het Oostduitse sportsysteem bestaat niet meer. Maar door een wonderlijke speling van het lot zijn de fundamenten in het Bundesland Sachsen-Anhalt goeddeels behouden. Vrijplaats in een door kaalslag getroffen gebied.

Drie uur maandagmiddag in een nieuwbouwwijk van Magdeburg, Olvenstedt, zo'n voorstad waar alle straten doodlopen en geen café te vinden is. Het zwembad op de heuvel geeft een panoramisch uitzicht over akkers, bossen, chemische fabrieken. Alles wat dit land te bieden heeft.

Daarstraks zag hij er nog uit als een dorre boekhouder, in dat vervallen kantoortje van de sportclub Magdeburg: Karl-Heinz Tischer. Vroeger cheftrainer van de zwemafdeling. Tegenwoordig trainingsleider op vrijwillige basis. Maar hier, in polo-shirt, sandalen aan, omringd door kinderen, leeft hij helemaal op. Hij danst als een ballerina over de bassinrand. Hij trompettert als een sergeant-majoor zijn bevelen. Hier heerst Tischer - “met zweep en suikerbrood” - als een goedmoedige despoot.

Bij het schoolzwemmen van de naburige scholen heeft hij er moeiteloos de potentiële talenten uitgepikt. Wat wil je? Het oog van de meester. Tweeëndertig jaar ervaring als trainer. En de ouders waren maar wat blij als hij ze vroeg of hun kinderen elke middag kwamen trainen. Hingen ze tenminste niet op straat rond. De kinderen zelf? “Elk kind vindt het leuk om te presteren. Elk kind wil laten zien wat het kan.”

Tischer geeft anderhalf jaar lang een basisopleiding aan de kinderen, die in leeftijd variëren tussen 9 en 11. Hij stoomt ze klaar voor het sportgymnasium. Dezelfde aanpak die vroeger in de DDR werd gepraktizeerd. Alleen minder grootschalig, minder gedegen, minder consequent. Want vroeger telde Magdeburg zeven van zulke steunpunten, en niet twee zoals nu. Vroeger werden de kinderen op alle scholen geselecteerd, niet alleen op dat handjevol dat zich in de buurt van een zwembad bevindt. Vroeger duurde die vooropleiding ook bijna twee keer zolang als nu.

“Vind je het gek dat het niveau veel lager ligt dan indertijd?” Retorische vraag van Tischer. “Er gaan tegenwoordig kinderen naar het sportgymnasium, die vroeger nooit toegelaten zouden zijn. Onze basis voor topsport wordt steeds dunner.”

Maar in Sachsen-Anhalt is er tenminste nog een basis. De keten van talentscouting, jeugdontwikkeling, topsporttraining is intact gebleven. In de persoon van Bernd-Uwe Hildebrandt - leider van het Olympia steunpunt Halle/Magdeburg, bedrijfsleider van de SC Magdeburg, manager van de handbalclub die in de Bundesliga speelt - bestaat er zelfs nog een centrale coördinatie. “Dat is toch belangrijk”, zegt Hildebrandt, “dat de continuteit van jeugd tot top is gewaarborgd. Dat is waar alle grote sportlanden naar streven. Alleen niet de Bondsrepubliek.”

Hildebrandt huist in een houten barak tussen het Ernst Grube-stadion en het sportgymnasium. Buiten: klaprozen die fel afsteken tegen verveloze wanden. Binnen: de portretten van olympische medaillewinnaars in Barcelona, die afkomstig zijn uit Sachsen-Anhalt. Tien van de 92 Duitse medailles zijn gewonnen door dit Bundesland.

Waarom is in Sachsen-Anhalt bewaard, wat elders is verdwenen? “Omdat de topsport hier nooit zo'n Fremdkörper was”, zegt Hildebrandt. “Andere topsportcentra weerden het gewone volk van hun terreinen. Hier konden de mensen altijd binnen lopen. Haat tegen topsporters heeft in Sachsen-Anhalt nooit bestaan.”

Leidende regionale sportfiguren kwamen al vóór de Duitse eenwording tot afspraken over een voortgezette topsportaanpak. Dat speelde ook mee. Daarbij hadden ze de onverdeelde steun gekregen van de landsregering. Werner Schreiber, minister van Arbeid en Sociale Zaken, is ook voorzitter van de SC Magdeburg.

Hildebrandt durft zelfs te beweren dat Magdeburg er qua sportaccommodaties beter voorstaat dat in de DDR-tijd. Politie- en legerclubs werden altijd bevoordeeld. SC Magdeburg, toch één van de meest succesvolle sportverenigingen in Oostduitsland, was systematisch onderbedeeld. Niet dat het veel uitmaak te voor de prestaties. Want “topsporters worden gemaakt in hutten, niet in paleizen”, zegt Hildebrandt, een uitspraak van de schrijver Georg Büchner parafraserend. Hij is laatst in Hannover geweest met zijn geweldige accommodaties. Het enige wat ze daar misten, was goede sporters. “Met prachtige hallen, daar win je geen medailles mee.”

Maar de leider van het Olympia-steunpunt wil niet verbergen, dat de condities voor topsport ook in Sachsen-Anhalt na de Wende zijn verslechterd. Van de 80 trainers die de SC Magdeburg in dienst had, zijn er nog 26 voor. Wetenschappelijke ondersteuning, weggevallen na de sluiting van de Deutsche Hochschule für Körperkultur in Leizpig, komt pas nu weer via contacten met de medische faculteit voorzichtig op gang.

Bernd Henneberg, zwemtrainer van de meervoudige olympische medaillewinnares Dagmar Hase, denkt nog regelmatig met weemoed terug aan vroeger. Als cheftrainer kon hij zich volledig op de organisatie en op de training van enkele topzwemmers richten. Tegenwoordig is hij in de weer van 's ochtends zes tot 's avonds acht. En nog altijd heeft hij het idee dat hij “niets goed genoeg” doet. “Dat is bijzonder onbevredigend.”

Toch is zelfs een uitgebeend, aangepast Oostduits sportsysteem nog verre te verkiezen boven een op blind toeval gebaseerd beleid als in de Bondsrepubliek, vindt Hildebrandt. “Wat is daar het concept? Ik zie het niet.” Hij ziet alleen maar allerlei instanties die elkaar voor de voeten lopen: Deutsche Sport Bund, Duits Olympisch Comité, Deutsche Sport Hilfe, sportbonden, ministeries. Waarom niet één centrale instantie die zich bezighoudt met topsport? Waarom ook niet andere succesvolle elementen overgenomen van het Oostduitse sportsysteem? “Overal in de wereld hebben ze geprobeerd het DDR-systeem te kopiëren. Alleen niet in de Bondsrepubliek.”