Meer straling in de natuur!

Een jaar of wat geleden had ik het twijfelachtige genoegen deel uit te maken van de redactie van een televisieserie over het milieu. Het moesten positieve programma's worden, dus moest de kijker het gevoel krijgen dat hij zelf kon helpen de vervuiling te verminderen. Over autorijden mocht het niet gaan. De kijker zou het niet als positief ervaren als hij voor de zoveelste keer zou vernemen dat minder rijden het meest hielp.

Dus spande de redactie zich in om te komen tot een originele aanpak. Shampoo, stelde iemand voor. Zou er niet verschrikkelijk veel shampoo door 's lands gootstenen worden gespoeld? Ja, inderdaad een hele hoop. Tubes, riep een ander. Hoe zat het met de vervuiling door tubes?

Het is leuk als je je televisieprogramma vol krijgt, het is nog veel leuker als je de eerste bent die een Ernstig Milieuprobleem in de gaten heeft. Wat dacht u van het volgende. Zelf bedacht. Stel dat er voor elke Nederlander per warme maaltijd één eetlepel eten wordt weggegooid. Met wat er aan je bord blijft hangen ben je al een eind op streek. Een eetlepel bevat ongeveer 50 gram materie, dus komen we op 750 ton varkensvoer die per dag in het riool, in de vuilverbranding of in de nationale biobak belandt. En we hebben al zoveel compost.

Het meest schrijnende van dit geval is de onnodigheid ervan. Als u, ja u, uw bordje leegeet en goed schoonkrabt kan er een reusachtige berg viezigheid uit het milieu worden gehouden. Het moet wel gek lopen wil ik met deze analyse Natuur en Milieu niet tot een nationale bewustwordingscampagne krijgen. Ze hebben zich immers ook gestort op de vervuiling door weggegooide credit cards.

Je kostje is pas echt gekocht als je voor een knellende milieukwestie een oplossing weet. Ook in dat opzicht zit ik gebeiteld. Ik heb namelijk de oplossing voor alle milieuproblemen. Die zal ik nu uit de doeken doen.

Het zijn niet de mensen die door de vervuiling in moeilijkheden komen, het is de natuur. Mensen worden steeds gezonder en steeds ouder, althans in ons deel van de wereld, maar soorten sterven overal uit. Nu is uitsterven op zich niets om je druk over te maken. Uitsterven hoort. Als omstandigheden veranderen wordt er uitgestorven, behalve door de soorten die zich kunnen aanpassen aan de nieuwe toestand.

Eerst is het hier kaal geworden, toen werd het zuur, nu wordt het droog en straks wordt het bovendien warm. En dat in weinig meer dan een eeuw. Als het één je niet nekt, als soort, dan het ander wel. Soorten kunnen zich in dit gekkenhuis niet handhaven omdat nieuwtjes in hun genetisch materiaal zich niet vaak genoeg voordoen. Voordat er ergens in Silezië een denneappel hangt met een tegen zure regen bestand zaadje erin, is het hele bos al weg. Je bent afhankelijk van het toeval en het toeval heeft geen haast.

Anders gezegd: de vervuiling als zodanig is niet ernstig, de natuur kan zich aanpassen. Hou de Rijn 50.000 jaar smerig en je hebt een prachtige natuur die niet buiten industriële lozingen kan. Nee, de vervuiling verandert te snel. Toename, afname, weer een nieuwe soort verontreiniging... Het milieu is niet zozeer vuil, het is instabiel. Daar is niets aan te doen, zelfs niet met integraal ketenbeheer en mentaliteitsveranderende televisieprogramma's. Er zullen altijd nieuwe uitvindingen zijn, nieuwe produktieprocessen, nieuwe verontreinigingen. De natuur moet dus het tempo waarin zij zich aanpast aanpassen.

Het is al jaren bekend dat sommige soorten straling en bepaalde chemische stoffen mutaties kunnen veroorzaken: plotseling optredende veranderingen in erfelijk materiaal. Meestal leiden ze tot misvormingen, kanker, steriliteit of zelfs een compleet gebrek aan levensvatbaarheid. Wat dat betreft is er geen essentieel verschil tussen natuurlijke mutaties, voor een deel toe te schrijven aan de achtergrondstraling, en kunstmatige. Desondanks spelen mutaties een rol bij soortvorming in de natuur. Want soms zit er opeens iets bruikbaars tussen. Een betere schutkleur, of juist een opvallender bloem. De mislukkingen zijn de prijs die daarvoor moet worden betaald.

Wij kunnen dus zelf de natuur in staat stellen sneller te reageren. Juist die stoffen waar wij mensen een panische angst voor hebben, omdat we er kanker van krijgen, zijn daartoe de sleutel. Meer radioactief afval en meer mutagene chemische stoffen in het milieu verhogen de mate waarin mutaties optreden en zorgen voor een versnelde adaptatie van flora en fauna aan welke vervuiling dan ook. Zuurbestendigheid, tolerantie voor warmte, weerstand tegen ultraviolet licht. Juist die eigenschappen worden uitgeselecteerd waar het meest behoefte aan is. Desnoods een loodhoudende huid, tegen te veel straling. De evolutie raakt in een hogere versnelling, helemaal vanzelf, zonder genetische manipulatie. We zullen getuige kunnen zijn van talloze millennia aan biologische ontwikkeling, en dat in een mensenleven! Wat nu moet worden onderzocht is, hoeveel de natuurlijke achtergrondstraling moet worden verhoogd om bijvoorbeeld de verwachte klimaatsveranderingen het hoofd te bieden. Ook kunnen we ons gaan afvragen of we misschien trek hebben in wat meer biodiversiteit dan we tot nu toe hadden, want dan doen we gewoon een paar becquerelletjes extra.

Positiever kan toch niet? U kunt op uw dooie gemak blijven vervuilen als er maar zo-en-zoveel radioactiviteit en kankerverwekkende chemie bij zit. De natuur past zich aan. Alleen de mens zal onder een stolpje moeten.

    • Herbert Blankesteijn