KINDERMACHT

Ouderleed & kindervreugd. De macht van het kind door Bert Bukman e.a. 140 blz., SUA 1993, f 24,50 ISBN 90 6222 247 1

Een wonderlijk gevolg van de omwenteling der zeden in de jaren zestig is, dat de hedendaagse tiener niet meer popelt om het ouderlijk huis uit te gaan. De opstandige generatie van toen, inmiddels vijfenveertig, vijftig, die net hoopte zonder kinderen weer eens heerlijk aan zichzelf toe te komen, wordt gestraft voor haar eigen tolerantie. Geen enkele achttienjarige hoeft immers nog om middernacht thuis te zijn, of te verbergen wat hij en zijn vriendin samen uitspoken. Volwassen is volwassen, dat vindt nu iedereen en bij je ouders wonen is heel wat comfortabeler dan op zo'n vieze studentenflat, laat staan bij een lastige hospita.

Dit alles speelt zich wel af in een beperkt deel van de samenleving. Waar niet gestudeerd wordt, is vanouds het thuis wonen tot je trouwt gewoon geweest; in die sferen is de trend, dank zij welvaart en bevrijding, juist omgekeerd.

Iets dergelijks geldt voor wat allemaal wordt beschreven in het boekje Ouderleed & kindervreugd. De macht van het kind, waarin acht auteurs - journalisten - schrijven over evenzovele kanten van het leven met (kleine) kinderen in de jaren negentig. Er zijn nog steeds veel uiteenlopende stijlen van leven in Nederland; en wat in het ene segment van de samenleving bijzonder is, is elders doodgewoon.

Dit boekje doet het een beetje voorkomen alsof de verbluffing waarmee een trendy groep moderne dertigers naar haar jonge kinderen kijkt, een algemeen maatschappelijk verschijnsel is. Dat is het niet. Het zijn de hoog opgeleide, lang jong gebleven, aan de vrijheid verslaafde types die nu vaststellen dat kinderen niet zomaar weer iets leuks zijn, maar dat zij aandacht vragen, en offers, en eindeloze zorgen. De meeste aardbewoners hebben daar nooit aan getwijfeld.

Daarom is in dit boek het artikel van Willem Oosterbeek over de ”klant-jes” van de Jeugd- en zedenpolitie van Rotterdam een eigenaardig buitenbeentje. De Abdels en Sads die messen dragen en auto's kraken, zijn niet zo beroerd terechtgekomen omdat hun moeders met hulp van au-pairs en crêches een advocatenpraktijk hebben weten te combineren met het moederschap. Dit zijn niet de kinderen die in het trendpanel van een marktonderzoeksbureau decreteren dat Adidas-schoenen werkelijk niet meer kunnen. Het zijn kinderen uit een wereld waar échte problemen bestaan. Ik zou zelf niet graag willen beslissen dat gestudeerde moeders recht hebben op gesubsidieerde kinderopvang, zolang er met geld nog iets gedaan zou kunnen worden aan de problemen van Abdel, Sad, en vooral hun moeders.

Natuurlijk hebben mensen wier leven heel comfortabel is ook problemen. Eenzaamheid en ziekte, ongelukkig getrouwd zijn en kinderen willen, maar niet kunnen krijgen: geen van alle zijn het zaken die de sociaal-economische afbakeningen respecteren. De gebrekkige remedies (gezondheidszorg, scheiden, fertiliteitsbehandelingen) zijn wel zo'n beetje voor iedereen bereikbaar.

In Ouderleed & kindervreugd is ook een stuk (van Annejet van der Zijl) opgenomen over de spermabank van het Leids Academisch Ziekenhuis. Er wordt ingegaan op de vraag of het mogelijk moet worden gemaakt dat kinderen die met zaad van een anonieme donor zijn verwekt, hun biologische vader traceren. Voorwaar een eigentijds dilemma: privacybescherming enerzijds, en het recht op inzage in medische dossiers anderzijds staan recht tegenover elkaar, en daarachter hangt dreigend de vraag of dat wat medisch-technologisch kan, ook moet mogen.

Luchtiger is het thema van ”De ouders van Trompie” (geschreven door Karin Wester). Trompie is een kinderdagverblijf in een keurige Amsterdamse buurt. De genoemde ouders werken bij banken of in de public relations, of exploiteren apotheken. Zij hebben het allemaal razend druk met alles te doen waar ze zin in hebben. Je hoort ze nog hijgen als ze geamuseerd aan de interviewster vertellen dat hun hummel bij Trompie voor het potje in de rij moet staan, en op een stoeltje moet zitten wachten op het eten: ””Hij leert daar veel dingen die wij hem niet leren.''

Kinderen hebben is geen vak, zelfs geen erkende liefhebberij, en misschien zijn daarom de meeste boeken die erover gaan voor de gemiddelde lezer weinig aantrekkelijk. Natuurlijk zijn er tientallen onderwerpen te verzinnen die in een vrolijk, trendgevoelig boekje als dit óók hadden kunnen worden besproken - van het hedendaagse baren tot de pogingen van sportverenigingen om de nieuwe spelertjes zo jong mogelijk te plukken - maar dat neemt niet weg dat Ouderleed & kindervreugd een onderhoudende, soms onthullende blik op het verschijnsel biedt.