"Ik ga nooit met mijn rug naar de deur zitten'

AMSTERDAM, 19 JUNI. “Geef gevangenen ten minste de rechten van een hond. Honden krijgen te eten, kunnen blaffen en mogen piesen wanneer ze willen. Onze behandeling was oneindig veel slechter.” Dit zou Mauricio Rosencof, leider van de voormalige Uruguayaanse guerillabeweging Tupamaros, tegen de deelnemers aan de Conferentie voor de Rechten van de Mens in Wenen willen zeggen.

Rosencof bracht onder de dictatuur elf jaar door in eenzame opsluiting. Door klopsignalen kon hij communiceren met zijn compañero Eleutorio Fernández Huidobro, die ondanks vele overplaatsingen steeds in de cel naast hem terechtkwam. Na hun bevrijding in 1985 zetten ze de dialoog in het openbaar voort. Hun gesprekken werden uitgezonden op de radio en verschenen in boekvorm. Rosencof (60) is in Nederland voor de presentatie van de vertaling, die dezer dagen is uitgekomen. Zijn toon is licht, zelfs als de inhoud bitter is.

“In het begin leed ik aan wat ze "gevangenisamnesie' noemen. Ik was woorden en handelingen vergeten omdat ik ze zolang niet gebruikt had. De eerste keer dat ik een kamer in wilde gaan, bleef ik voor de deur staan wachten. Ik had afgeleerd om zelf een deur te openen. Nog steeds zijn er ingesleten gewoonten. Ik kies nooit een stoel waarin ik met mijn rug naar de deur zit.”

Huidobro werd deze week veroordeeld tot zes maanden cel.

“We hebben goede hoop dat dat niet door zal gaan. Maar als hij toch moet zitten heeft hij in elk geval genoeg ervaring. Hij heeft president Lacalle, uitgemaakt voor ezel en dronkaard - wat hij is - en gezegd dat hij maatregelen moet nemen tegen de doodseskaders. De afgelopen drie maanden hebben ze twee compañeros vermoord en een aanslag gepleegd op de vorige president. De dictatuur in Uruguay is niet verslagen. Dezelfde hond regeert, maar met een andere halsband. Vorige week nog zijn achttien militairen bevorderd tot kolonel. Vijf van hen waren bekende folteraars tijdens de dictatuur.”

Uw folteraars en bewakers kregen in 1989 amnestie, nadat de bevolking daar in meerderheid daar vóór had gestemd. U zou hen in Montevideo kunnen tegenkomen.

“Ik bén ze tegengekomen, ik heb zelfs koffie met ze gedronken. Het samenleven van militairen en hun voormalige gevangenen is in Latijns Amerika volstrekt normaal. Ook in Chili en Argentinië zijn de militairen ongestraft gebleven. Ik moet het geweld achter me laten. Als ik me laat afleiden door haat en wraakgevoelens, kan ik niet functioneren in de maatschappij. Ik heb begrip voor de amnestie. Het probleem is namelijk de vraag wie de daders had moeten aanpakken. Alle geledingen van leger en politie waren betrokken bij de martelingen. Bovendien is het helemaal niet zeker of de daders berecht zouden zijn als er tegen amnestie gestemd was.”

President Lacalle is een conservatief. Waarom heeft de bevolking bij de verkiezingen van 1989 niet in meerderheid op het Frente Amplio gestemd, de linkse alliantie waarvan de Tupamaros deel uitmaken?

“Tja. Waarom stemt Argentinië op Menem, waarom steunen mensen in Duitsland de rechtsradicalen. De opkomst van rechts is wereldwijd. De toestand is nog nooit zo apocalyptisch geweest als nu.”

Schipbreukelingen, een dialoog uit de kelders van de dictatuur. Door Mauricio Rosencof en Eleutorio Huidobro. Uitg. Ravijn.