Het amateurvoetbal en de geur van geld

Het Utrechtse Holland en Katwijk spelen vandaag het beslissende duel om het algehele amateurkampioenschap van Nederland. Amateurs, bestaan ze nog wel? Een voorzitter: “Er wordt op grote schaal betaald, van de hoogste klasse tot aan de onderafdeling. Amateurvoetbal is een illusie.”

UTRECHT, 19 JUNI. Elinkwijk, dat was Utrecht. Een volksclub, met beperkte pretenties en een stadion op menselijke maat. Met een aanhang die z'n brood verdiende in de zware industrie van Utrecht-Noord: Demka, Werkspoor.

Jarenlang laveerde Elinkwijk tussen het professionalisme van de eredivisie en de destijds nog met amateurisme doortrokken divisie daaronder. Het eerste team was in meerdere opzichten kleurrijk: met spelers als Sparendam en Mijnals was Elinkwijk een van de eerste clubs met Surinamers. Radio-reporters deden er onder het lekke dak van de hoofdtribune verslag van.

Elinkwijk verdween uit het betaalde voetbal; de sanering van de drie plaatselijke profclubs - de twee andere waren DOS en Velox - baarde in 1970 FC Utrecht. De herstructurering van de industrie liet van Werkspoor en Demka niets over.

Bij de amateurs speelde de club uit Zuilen altijd mee op het allerhoogste niveau. Het succes kon niet op: kampioenschappen bij de zondagamateurs en eclatante resultaten van de jeugd. De sociologie van de grote stad had de sportieve en sociale structuur van Elinkwijk niet echt aangetast.

Twee jaar geleden kwam er de klad in: het eerste team degradeerde uit de hoofdklasse, tuimelde vervolgens uit de eerste klasse en is dit seizoen naar de tweede klasse afgegleden.

De neergang van Elinkwijk liep synchroon met de wonderbaarlijke opmars van Holland, een andere volksclub in Utrecht-Noord die in het midden van de jaren tachtig kraakte onder schulden en sportieve degradatie. Holland klom op van de derde klasse tot - vorig seizoen - de hoofdklasse van de zondagamateurs. Het eerste elftal werd vorig jaar nog getraind door Willem van Hanegem. Vandaag vecht het met de zaterdagamateurs van Katwijk uit wie zich algeheel amateurkampioen van Nederland mag noemen.

Het verband tussen de Werdegang van de één en het succes van de ander valt moeilijk aan te tonen. Maar volgens ingewijden in het Utrechtse amateurvoetbal is het verschil tussen Elinkwijk en Holland vooral geld. Holland-voorzitter N. van Slegtenhorst, die al jarenlang pleit voor een overgangsklasse waarin de marges voor betaling ruimer zijn dan in de huidige amateurbepalingen, wil in het belang van de club voorlopig niets meer zeggen over de beweerde honorering van voetballers. “Wij maken het de spelers aantrekkelijk om bij ons te voetballen. Het is één grote vriendenclub, dat is onze kracht.”

Tot die vriendenclub behoren acht, negen prominente spelers van Elinkwijk en vroegere spelers van FC Utrecht, onder wie: Gert van Hanegem (zoon van Willem), Hennie Lettinck, Gert Kruys, Etienne Kelders. Deze laatste gaat weer terug naar Utrecht. Ook de spelers onderstrepen het vriendenkarakter van hun team. En, zo verweert Holland zich, Elinkwijk heeft de afgelopen jaren zes eerste elftalspelers van haar afgesnoept.

Holland, zo laat Slegtenhorst blijken, wil af van de geur van geld. De clubleiding heeft in de nationale discussie daarover z'n nek al voldoende uitgestoken. In de regionale krant citeerde de voorzitter onlangs een sponsor van het eerste uur: “Goeie spelers nemen geen genoegen meer met een potje pindakaas.” Bij Holland wordt ontkend dat sponsors de spelers tussen de tien- en twintigduizend gulden per jaar zouden betalen, zoals in de amateurwereld wordt beweerd. “Dan zouden hier wel vijftig elftallen rondlopen.” Bij een tv-reportage over Holland zoemen cameralieden voor de sfeer graag in op de parkeerplaatsen bij de club, waar het hoge BMW en Mercedes-gehalte weinig amateuristisch aandoet.

Elinkwijk-voorzitter mr. P. Vogelzang, in het dagelijks leven politiecommissaris in Utrecht, wil de vrije val van zijn eerste team “niet op Holland afwentelen”, hoewel hij een eventuele kampioensreceptie van de stadgenoot zal mijden. In het amateurvoetbal is nu eenmaal een hevige concurrentieslag gaande om de beste voetballers. Vogelzang: “In het hele amateurvoetbal, tot en met de onderafdeling, doet het fenomeen betaling zich voor. Of het nu om gratis voetbalschoenen voor eerste elftalspelers gaat of om geldbedragen, bij de meeste clubs is er sprake van sfeerbevorderende gestes van sponsors.”

Holland heeft misschien de reputatie, maar ook in het westen en zuiden van het land krijgen amateurvoetballers op grote schaal geld toegeschoven. Het zijn waarschijnlijk altijd sponsors en sympatisanten die - zonder directe betrokkenheid van het bestuur - voor de financiering zorgen. Ambitie en clubliefde zijn de belangrijkste drijfveren.

Ook verenigingen die principieel niet op zondag willen spelen zijn niet vrij van smetten. Katwijks hoofdsponsor en BMW-dealer C. van der Plas stelt met nadruk dat zijn club binnen de KNVB-normen handelt. “Ik weet niet waar al die indianenverhalen over betalingen in het amateurvoetbal vandaan komen. Maar het zou wel goed zijn als er wat méér mogelijk was. Je moet de kwaliteit van het elftal nu eenmaal op peil zien te houden.”

De omvang van de jaarlijkse overschrijvingen van spelers laat zich in elk geval niet uit veranderde clubsentimenten verklaren, zo geeft KNVB-woordvoerder G. Stolk toe. In de "boeken' is van betalingen niets terug te vinden. De publiciteit verraadt wel de symptomen: besturen van amateurclubs die zich laten ontvallen "in onderhandeling' te zijn over nieuwe spelers en spetterende ruzies tussen sponsors en trainers over de opstelling van "gehaalde' voetballers.

Vogelzang zegt dat zijn vereniging binnen de marges van fiscus en KNVB blijft. Een speler van Elinkwijk kan, als de clubkas dat toelaat, jaarlijks een vergoeding voor maaltijden en onkosten tegemoet zien van maximaal 3.000 gulden. De hele goede speler krijgen een baan als trainer.

Volgens de KNVB-vergoedingsnormen voor amateurs hebben voetballers bij eigen vervoer recht op een kilometervergoeding van 41 cent. Voor maaltijden na uitwedstrijden mag maximaal 20 gulden per persoon worden gedeclareerd. Voor consumpties gelden limieten van zes gulden na wedstrijden en van drie gulden na trainingen. En artikel 7 van het Reglement Amateurbepalingen biedt ruimte voor een jaarlijkse huldeblijk “bij een bijzondere gelegenheid” van maximaal 800 gulden.

Het lijken wat al te nette bedragen, zeker voor clubs in grensstreken. Zij moeten zich wapenen tegen concurrentie van vooral Duitse amateurverenigingen die jaarlijks ruim twintig mille belastingvrij aan de spelers mogen uitkeren. De plaatselijke suikeroom mag het verschil bijpassen.

“Die geluiden over betaling doen al jaren de ronde”, zegt Elinkwijks-voorzitter Vogelzang. “Het zou me niet verbazen als er in het verleden ook bij Elinkwijk dingen in de onkostensfeer zijn gebeurd.” Zeker zolang hij voorzitter is, wil Vogelzang dat de amateurbepalingen bij zijn vereniging worden nageleefd. Het fatsoen zit Elinkwijk in de weg? “Er zijn mensen binnen de vereniging, die zich afvragen of het wel zo verstandig is dat de voorzitter politiecommissaris is.”

De commissaris worstelt toch al met het fenomeen dat amateurclubs - ook de zijne - mede gefinancierd moeten worden uit de opbrengst van drie maatschappelijke kwaden: alcohol (het paviljoen), gokken (automaten) en zwart geld (sponsoring: een buitenstaander "doet iets'). “De kosten per lid liggen altijd hoger dan het contributieniveau. Zonder dergelijke inkomsten houdt een volkssport als voetbal op te bestaan. De pleidooien om dergelijke activiteiten bj clubs terug te dringen zijn hypocriet. De grenzen van de sponsoring zijn bereikt; van de gemeente krijgen we mondjesmaat subsidie, 8.000 gulden op een totale begroting van 3,5 ton.”

Elinkwijk probeert de opgelopen sportieve averij te repareren door spelers van andere amateurverenigingen aan te trekken. Volgelzang: “Ik kan me voorstellen dat besturen die puur amateuristisch bezig willen blijven, zich weer aan ons gedrag ergeren.” Intussen heeft de vereniging een reclamebureau ingeschakeld om sponsors te werven. Zo professioneel ging het er in de betaalde verleden niet aan toe.

De amateursectie van de KNVB wil het "betaalde voetbal' nader onderzoeken. Nog dit jaar zal een commissie worden opgericht die mogelijkheden voor regulering zal bekijken. Eerdere pogingen om met de onbezoldigde bestuurders van eerste klasse zaterdagamateurs en hoofdklasse zondagamateurs tot zaken te komen, mislukten omdat niemand de betalingen plenair wilde toegeven. Stolk: “Het is hypocriet een stelsel in stand te houden waarvan je op grond van publicaties mag aannemen dat er massaal de hand mee wordt gelicht.”

Het afgelopen seizoen werd een vereniging aangepakt: Zwarte Schapen uit Amsterdam, voorheen FC Sloterplas. De club werd aanvankelijk geroyeerd op grond van onvolledige boekhouding. De commissie van beroep van de KNVB draaide de beslissing terug, omdat het royement voor een dergelijk vergrijp een te hoge straf zou zijn.

Vogelzang wil af van de illusie van amateurvoetbal: “De regels met betrekking tot de amateurbepalingen zijn aan herijking toe. Net zoals in de muziekwereld zouden de goeden wat betaald moeten krijgen en de slechten niet. Dat geeft prijsopdrijving, maar het marktprincipe is toch niet tegen te houden. Laat alles maar vrij.”