Geen gezeur meer over kookluchtjes

“We kwamen de kinderen brengen maar wilden zelf eigenlijk weer terug”, vertelt meneer Gayadhassing. Hij is één van de bewoners van de Surinaamse woongroep Shanti Bhawan in Den Haag. Met een groot deel van zijn familie kwam hij in 1975 naar Nederland, vlak voor de Surinaamse onafhankelijkheid. Alles deden zij toen nog samen met de kinderen, totdat die begonnen te “verwestersen”. Sindsdien zijn de ouderen meer naar elkaar gaan toetrekken.

De eerste generatie allochtonen in Nederland is nu bejaard: er zijn 68.000 allochtonen van 50 jaar en ouder, in 1995 zal dat aantal verdubbeld zijn. Deze ouderen dreigen gesoleerd te raken. Met Nederlandse leeftijdsgenoten hebben zij niet veel gemeen. “Die praten over de hongerwinter en de wereldoorlogen, terwijl wij met elkaar terugkijken op de koloniale tijd, de immigratie, plantage-arbeid en zelfs de slavernij”, zucht een verlegen Surinaamse. Ze had best Nederlands willen leren koken maar dan hadden haar toenmalige Nederlandse buren niet zo moeten zeuren over haar “luchtjes”. Nu ruikt het weer lekker Surinaams om haar heen en bij de buren komen soortgelijke geurtjes uit de keuken.

Vorig jaar werd in Den Haag begonnen met het eerste "groepswonen-project' voor Surinaamse ouderen. In Shanti Bhawan (Huis van Vrede) zijn dertig appartementen in een gerestaureerd Haags hoekpand voor 37 Surinaamse 55-plussers met een gemiddelde leeftijd van 64 jaar. Achter de voordeur met dertig bordjes met Surinaamse namen wonen de ouderen op zichzelf in een kleine twee- of driekamer-flat. Op de galerij groet men elkaar vriendelijk en als de deur gesloten is woont men weer alleen. Er zijn veel gezamenlijke activiteiten: ouderen-gym op oerhollandse hoempapa-muziek, muziekles op traditionele instrumenten, verhalen vertellen en de drukstbezochte bezigheid is de Nederlandse les. Surinaams spreken ze allemaal maar het Nederlands beheersen ze nauwelijks.

Mevrouw Mohammedamin (72) is verslaafd aan deze les en doet verder weinig. Ze wil niet terug naar Suriname omdat niemand haar daar kan verzorgen. “Nu ben ik "eigen baas' en dat is nieuw voor mij.” Ze voelt zich aan de ene kant beschermd door de Surinaamse gemeenschap maar soms heeft ze het gevoel dat men haar niet aardig vindt omdat ze moslim is. Maar daar zwijgt ze liever over. Ze is allang blij om zò te kunnen wonen dat ze Suriname niet hoeft te vergeten. Het echtpaar Gayadhassing wil Suriname ook niet vergeten maar voelt zich te oud om daar eventueel weer te gaan wonen. “De politiek laat dat niet toe en we kunnen niet blijven wachten op hulp van de Verenigde Staten”, zegt hij stellig. De man en vrouw kijken elkaar iedere minuut even aan ter bevestiging en misschien ook uit onzekerheid. Ze zijn het in elk geval met elkaar eens: “We zullen oud worden in Nederland en met wat hulp van de vijf kinderen hier en wat telefonisch contact met de drie dochters daar zal dat vast wel lukken.”