FERDINAND DOMELA NIEUWENHUIS; De Jezus van het Nederlandse proletariaat

Domela, een hemel op aarde. Leven en streven van Ferdinand Domela Nieuwenhuis door Jan Meyers 438 blz., gell., De Arbeiderspers 1993, f 55,- ISBN 90 295 3114 2

In 1898 werd Wilhelmina ingehuldigd als koningin. Om aan die gelegenheid luister bij te zetten, publiceerde Het Nieuws van de dag het tweedelig boekwerk Een halve eeuw 1848-1898. Diverse schrijvers bezongen in verschillende hoofdstukken de zegeningen die de vooruitgang Nederland had gebracht. De socialistische dominee Ferdinand Domela Nieuwenhuis, die met zijn eenenvijftig jaar ongeveer even oud was als de zo bejubelde halve eeuw, reageerde met een stunt: hij schreef een supplement met als titel "Een vergeten hoofdstuk'. Het was bedoeld om hare majesteit in te lichten over de honger, het gebrek en de rechteloosheid die de zogenaamde vooruitgang met zich meebracht voor de arbeiders in de aardewerk- en gasfabrieken, de luciferindustrie, de loodwitfabricage en de tabaksindustrie. De anonieme publikatie kreeg een positief onthaal, totdat uitlekte dat de auteur niemand anders was dan de schrik van de regenten en de nachtmerrie van de burgerij.

Deze aanpak van Domela Nieuwenhuis was echter alles behalve "ludiek' bedoeld. Voor hem was de opwekking van de massa's uit hun ""doodse slaafsheid' om de door hem vervloekte, kapitalistische klassenmaatschappij omver te werpen, een heilige levenstaak. En het was met bloedige ernst en volledige overgave dat hij zijn ideaal tot zijn laatste snik nastreefde.

Ferdinand Domela Nieuwenhuis leefde van 1846 tot 1919 en is zonder twijfel de meest tot de verbeelding sprekende figuur uit de Nederlandse arbeidersbeweging. Uit de grote hoeveelheid literatuur over hem en uit zijn eigen Gedenkschriften zijn er zoveel heldhaftige anekdotes dat linkse splintergroepen en sektes zich bij herhaling tot zijn erfgenamen hebben uitgeroepen. Tegenover de mateloze verering van "de koning der armen', die in Friesland "us Verlosser' werd genoemd, staan de haatdragende karikaturen die de verschrikte autoriteiten en de "Oranjeklanten', maar niet minder de volgelingen van SDAP-voorman Troelstra na diens breuk met de oude profeet, van hem hebben gemaakt. Ook in zijn geval is de heiligverklaring noch de verguizing in historisch perspectief houdbaar, zoals blijkt nu er - beter laat dan nooit - een omvattende biografie over Domela Nieuwenhuis is verschenen.

bpMENSELIJKE TREKKEN

Jan Meyers, die eerder bekendheid verwierf als biograaf van NSB-leider Anton Mussert, heeft dit monnikenwerk op zich genomen. En zonder dat hij in Domela, een hemel op aarde de voorman der anarcho-socialisten van zijn sokkel op het monument aan het Amsterdamse Nassauplein stoot, is hij er in geslaagd hem van menselijke trekken te voorzien.

In contrast met zijn reputatie van recalcitrantie en opstandigheid, staat Domela's braafheid jegens zijn vereerde vader, de rechtzinnige dominee en hoogleraar aan het Luthers Seminarium te Amsterdam. Ferdinand speelde al van jongs af aan "kerkje' met zijn blokkendoos, en hij wilde maar één ding: worden als zijn vader. Deze godgeleerde hing de zogenaamde Groningse school aan die grote bewondering koesterde voor Thomas a Kempis' Navolging van Christus en zijn zoon werd al vroeg een imitator Christi. ""Tussen zijn jeugd en volwassenheid bestond dan ook een grotere continuteit dan veelal is aangenomen', constateert Meyers.

xpIn de loop van zijn studie theologie begon Ferdinand zich meer en meer open te stellen voor het modernisme van mensen als Busken Huet en Allard Pierson die het domineesambt vaarwel hadden gezegd. Was Domela consequent en iets minder gezagsgetrouw geweest, dan had hij als zijn oudere broer Francis gedaan die zijn studie theologie afbrak omdat hij niet meer geloofde. Daarmee bracht hij zijn vader ""onnoemelijk leed' toe en Ferdinand durfde pas na diens dood af te studeren op een onorthodox werkstuk met als strekking dat een mens dient te leven als Jezus en dat het er daarbij niet toe doet of hij in God gelooft of niet.

Leven als Jezus zou voor Domela, die achtereenvolgens beroepen werd in Harlingen, Beverwijk en Den Haag, meer en meer neerkomen op het zoeken van de waarheid. Tot die waarheid behoorde dat hij, die niet in de Bijbelse wonderen zoals Christus' hemelvaart geloofde, consequent weigerde op Hemelvaartsdag te preken en zich daarmee grote moeilijkheden op de hals haalde. Was dat nu consequent of irritant fanatiek? Een typerend trekje van Domela Nieuwenhuis was in ieder geval dat hij "de waarheid' voortdurend modelleerde naar wat hij zelf als zodanig erkende.

Toen hij rond zijn tweeëndertigste jaar sympathie kreeg voor het uit Duitsland overwaaiende socialisme, zag hij in zijn grote voorbeeld Jezus Christus voornamelijk nog een sociale figuur. De messias streefde gelijkheid en vrijheid na meende hij, en was au fond naar zijn, Domela's, beeld geschapen.

Zijn absolute waarheidsopvatting heeft hem zowel privé als politiek vele vrienden gekost en zijn onverzoenlijkheid heeft op de geschiedenis van de tot sektarisme geneigde linkse beweging in Nederland een blijvend stempel gedrukt. Wie niet voor Domela was, was niet alleen tegen hem, hij was tevens een waarheidsverkrachter en een verrader.

DE VIJF K'S

Het beroemdst is Domela Nieuwenhuis geworden door zijn blad Recht voor Allen dat voor het eerst verscheen op 1 maart 1879 en in de herfst van datzelfde jaar het officiële orgaan werd van de Sociaal-Demokratische Partij, voorloper van de latere Sociaal Democratische Bond, die uiteindelijk na de afscheiding van de sociaal-democraten die in 1894 de SDAP stichtten, transformeerde in Socialistenbond. Met zijn partij en het blad poogde hij daadwerkelijk de arme, uitgebuite en volgens Domela veelal ""dierlijk primitieve' Nederlandse arbeidersklasse te bevrijden. In de eerste jaren verwierf zijn beweging vooral aanhang door de campagnes voor het algemeen kiesrecht en door de strijd tegen de vijf K's (Koning, Kerk, Kapitaal, Kroeg, Kazerne).

Als gevolg van zijn voortdurende agitatie tegen Willem III, bijgenaamd Koning Gorilla, kon Domela uitgroeien tot de martelaar van het Nederlandse proletariaat dat hem beloonde met een ongekende aanhankelijkheid. De eerste keer dat hij wegens majesteitsschennis voor de rechter verscheen, was in 1884 toen Recht voor Allen een zin uit De Silezische Wevers van Heinrich Heine in het Nederlands had gepubliceerd: ""Gevloekt zij de koning, de koning der rijken.' Wat was het adres van de heer Heine, wilde de rechter weten. En die koning, werd daarmee Willem III bedoeld?

Twee jaar later maakte Recht voor Allen zich volgens de justitie opnieuw schuldig aan het ""boosaardig en openbaar smaden, honen en lasteren van de persoon des konings'. Ondanks bezwaren van onder anderen de liberale jurist Sam van Houten eiste de officier van justitie Van der Kemp twee jaar eenzame opsluiting. De rechter veroordeelde hem uiteindelijk tot een jaar celstraf aan het Wolvenplein te Utrecht. Pikant detail is dat een overleden oom van Domela, bij leven raadsheer in het Hof van Utrecht, ertoe had bijgedragen dat deze stad kon bogen op de eerste cellulaire gevangenis van Nederland. Ook Domela's broer, hoogleraar strafrecht in Groningen, was een propagandist voor eenzame opsluiting. Hij leerde zijn studenten, onder wie Pieter Jelles Troelstra, ""dat de cel zulk een verbeterende invloed uitoefende op de zondaar'.

Domela's veroordeling viel in het jaar van het Palingoproer in de Amsterdamse Jordaan en dat van de felle twisten tussen de "Rooien' en de "Oranjeklanten' met hun treiterige liedje: "'Domela moet zakkies plakken, hihaho.' In werkelijkheid plakte Domela, kaalgeschoren, sterk vermagerd en in boevenpak, geen zakjes, maar doosjes van de firma Duyvis in elkaar. Ondertussen werd de sociale strijd feller en groeide zijn aanhang met sprongen.

Biograaf Meyers beschrijft Domela's ontwikkeling van afvallige dominee tot messiaanse arbeidersheld met inlevingsvermogen en gevoel voor details. Zo wordt in het hoofdstuk "De wederkomst' beeldend beschreven hoe Domela uit gevangenschap terugkeerde in Amsterdam waar hij onder de tonen van de Marseillaise (had hij niet in "de Bastille' gezeten?) door meer dan tienduizend mensen werd ingehaald. Over een door meisjes gestrooid pad van bloemen schreed hij naar een podium waar hij een bloemstuk kreeg in de vorm van een kruis dat zijn lijden symboliseerde. Mensen grepen zijn handen, huilden en klemden zich aan hem vast.

Nog emotionelere taferelen deden zich ruim dertig jaar later voor bij Domela's uitvaart toen elfduizend mensen langs de route stonden te huilen, met dit verschil dat Amsterdamse politieagenten er voor zorgden dat de man die ooit hun grootste vijand was, waardig zijn laatste gang kon maken. Zij salueerden zelfs toen de kist passeerde.

bpMISLUKTE REVOLUTIE

Tussen Domela's vrijlating in 1887 en zijn dood in 1919 liggen belangrijke politieke gebeurtenissen als zijn Kamerlidmaatschap, het uiteenvallen van de Socialistenbond, de ruzies met de oprichters van de SDAP als Vliegen, Schaper, Van der Goes en vooral Troelstra, het drama van de Spoorwegstaking van 1903, de Eerste Wereldoorlog en Troelstra's mislukte revolutie van 1918. Meyers' beschrijving van deze episoden voegt weliswaar weinig nieuws toe aan de bekende feiten, maar hij plaatst ze nauwgezet in de biografische context.

xpEen overmatige belangstelling voor de ins en outs van de meningsverschillen die de diverse stromingen en substromingen in de Nederlandse en Internationale socialistische beweging tot hartstochtelijke ruzies opzweepten, toont hij daarbij echter niet. Misschien is dat maar goed ook, want dan had Domela een heel wat saaiere biografie gekregen. Toch is het misschien tegelijkertijd de reden dat Meyers geen afdoende verklaring presenteert voor Domela's bekering tot het - aanvankelijk door hem zo bekritiseerde - anarchisme. Op dit punt blijft de lezer met grote vragen zitten. Waarom keerde juist Domela Nieuwenhuis zich af van het streven naar parlementaire macht en hervormingen? Hij was toch zeker niet de enige socialistische leider die in absolute termen dacht en een onbuigzaam karakter had? Hij was toch niet de enige die zichzelf beschouwde als de verlosser en meende dat alleen hij de waarheid in pacht had?

Veel van zijn Nederlandse en Europese medesocialisten leken in velerlei opzicht op hem, en niet in de laatste plaats geldt dat voor zijn latere tegenstrever Troelstra. Beiden, Domela en Troelstra, vergeleken zichzelf onomwonden met Mozes, de gids naar het beloofde land. Op de vraag waarom de een voor de "parlementaire' richting koos en de ander zich als anarchist steeds verder van "de beweging' isoleerde, blijft Meyers een antwoord schuldig.

Maar daar staat veel tegenover. Grote bewondering verdient de manier waarop de auteur - alle positieve en negatieve beeldvorming over Domela negerend - uit de enorme hoeveelheid veelsoortige bronnen een mens heeft neergezet die op het pathologische af consistent wilde zijn, maar net als ieder ander aan elkaar hing van tegenstrijdigheden. Uitgerekend de man die jarenlang ijverde voor het algemeen kiesrecht, keerde zich tegen het parlement toen dat doel in zicht kwam. Als overtuigd vegetariër liet hij zich in de gevangenis het vlees goed smaken. Als een van de eersten ontmaskerde hij het huwelijk als een onzedelijke instelling ter onderwerping van vrouwen, maar hij trouwde zelf vier keer.

bpTRAGISCH

Over Domela's verhouding tot zijn vier echtgenotes en die ene met wie hij een ""vrij huwelijk had', heeft Meyers alle beschikbare gegevens uitgeplozen. Duidelijk wordt dat de politieke voorman een tragisch privéleven heeft gehad: drie echtgenotes en zes van zijn kinderen stierven. Misschien dat de brieven van Domela aan zijn dochter Johanna (die sedert de dood van zijn zoon, de kunstschilder Cesar Domela, nu eindelijk beschikbaar zijn, maar die Meyers niet meer heeft kunnen gebruiken) meer informatie zullen verschaffen over zijn rol als echtgenoot en vader.

Meyers boek wordt opgeluisterd door een enorme hoeveelheid getuigenissen van tijdgenoten die op hun beurt ook aardig te kijk worden gezet. Er wordt rijkelijk geciteerd uit brieven van Domela's kameraden Engels en Marx en vooral diens dochters die, naarmate de tijd vorderde steeds minder fiducie hadden in ""die afschuwelijke ex-dominee'. Onthullend zijn ook de brieven die getuigen van de band tussen Domela Nieuwenhuis en Multatuli. De laatste stak, ondanks herhaald aandringen, geen poot uit toen Domela gevangen zat, terwijl deze toch al diep teleurgesteld was dat hij zijn vriend niet kon bekeren tot het socialisme. Niettemin zag Domela in Multatuli zijn wegbereider: ""Als het mij gelukt is binnen zo korte tijd het socialisme te doen ingang vinden in een land welks bevolking niet gemakkelijk is in beweging te brengen, dan komt dit mede door Multatuli.'

Zonder alomvattende uitspraken te doen over het belang van Domela voor Nederland en in het bijzonder voor de sociale geschiedenis, kent Meyers hem de betekenis toe die Domela zelf aan Multatuli toeschreef: ""Een zaaier, die uitging om te zaaien.' Meyers doet geen poging de socialistische aartsvader achteraf te verdedigen tegen de kritiek van zijn tijdgenoten en afvallige geestverwanten. Hij laat echter wel op overtuigende wijze zien welke historische schatplichtigheid de parlementaire sociaaldemocraten met hun politiek van kleine stappen en concessies hebben gehad aan de compromisloze anarchist.

xpOverigens waren de oprichters van de SDAP, die de geschiedenis zijn ingegaan als verantwoordelijke hervormers, aanvankelijk niet minder romantisch en bereid tot geweld dan Domela. Toen deze in 1893 in Recht voor Allen aankondigde dat de Revolutie (met een hoofdletter) niet lang meer kon uitblijven, ging de mede-oprichter van de SDAP en latere reformist Schaper onmiddellijk de stad Groningen rond om te onderzoeken waar de socialisten het best hun barricades konden opwerpen als de grote dag daar was. Vliegen, later gerespecteerd voorzitter van de SDAP, noemde zijn zoon Ferdinand en adverteerde aanvankelijk onder de naam Libertas met revolvers. Troelstra experimenteerde in zijn jonge jaren op de landweg tussen Leeuwarden en Hardegarijp op zo'n stomme manier met dynamiet dat hij bijna zichzelf opblies.

Heeft Domela Nieuwenhuis, over wie wij het tot dusver in feite moesten stellen met de schets van de Romeins in Erflaters van onze beschaving, nu de biografie die hij verdient? Ja, Meyers heeft een samenhangend beeld van de man en de politicus weten te geven. Compleet is het niet en kon het niet zijn; de stijl is wisselvallig, soms meeslepend, soms echter ontsierd door populaire uitdrukkingen, anachronismen en te veel uitroeptekens. Een enkele keer valt ook op dat de auteur te snel en zonder voldoende grond conclusies trekt, bijvoorbeeld als hij veronderstelt dat de Amsterdamse arbeidersbeweging in de tijd van Domela per definitie antisemitisch was. Maar het zijn schoonheidsfouten. Meyers geeft Domela Nieuwenhuis de plaats in de Nederlandse sociale en politieke geschiedenis die hem toekomt.