Een sjofel kantoor en een bureau vol enveloppen

Tentoonstelling: Paul Acket. Gemeentemuseum, Den Haag, t/m 18/7.

Paul Acket, de oprichter van het North Sea Jazz Festival, heeft sinds donderdag een eik - nu nog een sprieterig boompje - en een gedenksteen waarop hij wordt geëerd wegens zijn "wereldwijde promotie' voor Den Haag. Boom en steen zijn geplaatst in het Rooseveltplantsoen, een grasperkje in de nabijheid van het Nederlands Congresgebouw waar begin juli het festival weer losbarst, voor de achttiende keer, maar voor het eerst zonder Acket. Even verderop, in het Gemeentemuseum, is bovendien een tentoonstelling gewijd aan de vorig jaar gestorven muziek-ondernemer. En volgend jaar verschijnt er een boek over hem.

In twee museumzalen is een beknopt maar met veel fantasie ingericht overzicht te zien van 's mans leven en werken. Het nu befaamde jazz-festival dat hij naliet, vormt daarvan de onmiskenbare apotheose. Er was veel meer. Acket organiseerde al in het begin van de oorlog, als scholier, zijn eerste concerten en reed daartoe op een bakfiets met reclameborden door het Gooi. In de jaren vijftig gaf hij opnieuw blijk van een goed promotioneel inzicht door zelf de basis te ontwerpen van de vaak gemiteerde affiches voor zijn concerten: de krachtige witte kapitalen op zwarte blokken, die min of meer de standaardbelettering voor jazz- en pop-concerten zijn geworden. Hoeveel hij met al die optredende musici te stellen had, blijkt uit de anecdotische teksten op een aantal kubussen die aan draadjes aan het plafond zijn gehangen: over een concert van de Rolling Stones in Den Bosch bijvoorbeeld, toen de manager te elfder ure meer geld eiste en Acket het been succesvol stijf hield door te dreigen dat hij aan de volle zaal bekend zou maken wáár de kleedkamers van de weigerachtige Stones te vinden waren.

Elders hangen de tijdschriften waarmee hij bemoeienis had. Eerst het blad Tuney Tunes dat zijn eerste stukjes plaatste (helaas zijn de geëxposeerde exemplaren niet op die plekken opengeslagen), dan het mede door hem geredigeerde jazz-blad Rhythme en vervolgens de bladen die hij zelf oprichtte: Muziek Express, Popfoto en het uit 1967 daterende Tiq, gewijd aan "mode, sex, beat en politiek' dat waarschijnlijk zijn tijd te ver vooruit was en al na dertien maanden werd opgeheven. Toen hij zijn succesvolle uitgeverij in 1974 aan de VNU verkocht, leverde de opbrengst het startkapitaal voor het North Sea Jazz Festival op. In de eerste zaal is het sjofele kantoortje nagebouwd waar Acket sindsdien zijn festival organiseerde - een bureau vol enveloppen, een paar plankjes met videobanden, woordenboeken Engels en Frans, nummers van het vakblad Billboard en veel eigen affiches aan de muur. Op een tv-scherm draait de documentaire die de NOS ooit over hem maakte.