De verkeerde taxaties van Van Liemt; DSM-concern gezakt voor beursexamen

HEERLEN, 19 JUNI. Een gevoel van déja vu kan DSM-topman mr. H.B. (Hans) van Liemt niet vreemd zijn. Bij zijn aantreden als bestuursvoorzitter van het Limburgse chemiebedrijf DSM, in 1984, werd hij geconfronteerd met zware verliezen door de economische recessie. Nu hij vertrekt, bijna tien jaar later, bevindt het chemieconcern zich opnieuw in problemen als gevolg van de conjuncturele ontwikkelingen. Alsof er niets veranderd is.

“In de afgelopen jaren is heel veel veranderd. Dat geldt voor de buitenwereld, maar ook voor DSM zelf”, zegt Van Liemt (59), gezeten in zijn sober ingerichte werkkamer op het Heerlense hoofdkantoor. Zijn bureau is nagenoeg leeg, alsof de voorzitter zijn werkzaamheden al heeft afgerond. “Ik stop altijd alles weg in de laden. Dat geeft me het gevoel dat ik overzicht heb.”

Dat zulk overzicht schijn kan zijn, weet Van Liemt maar al te goed. De toenemende onzekerheid noemt de topman van DSM als eén van de belangrijkste fenomen waarmee hij te maken heeft gekregen. Niet alleen gaan ontwikkelingen in de wereld veel sneller dan in vorige decennia, ook waren de gebeurtenissen van de laatste jaren nauwelijks te voorzien. “Niemand zou vier jaar geleden hebben voorspeld dat de Muur in Berlijn zou omgaan”, aldus Van Liemt.

DSM ondergaat nu de gevolgen van ontwikkelingen als de eenwording van Duitsland en de omwenteling in de Oosteuropese landen. De kosten van de Duitse samensmelting leggen een zware druk op het Westduitse bedrijfsleven, waardoor DSM aanzienlijk minder kan afzetten op een van zijn belangrijkste markten. Die teruglopende vraag valt samen met groei van het aanbod van concurrerende produkten uit Oost-Europa; DSM lijdt bij voorbeeld sterk onder de Poolse export van de nylongrondstof caprolactam. Mede hierdoor heeft DSM in 1992 de winst met 57 procent zien dalen tot 224 miljoen gulden. De omzet liep in deze periode met vijf procent terug tot 8,9 miljard gulden.

Van Liemt geeft toe dat de oorzaken voor de winstdaling ook binnenshuis moeten worden gezocht. In de hoogtijdagen voor de Westeuropese chemie - de tweede helft van de jaren tachtig - besloot DSM fors te investeren in nieuwe produkten. Daardoor zou het minder afhankelijk worden van de petrochemie. Nu de economie terugloopt en een aanzienlijke overcapaciteit is ontstaan, blijkt die afhankelijkheid nog groot. Dat heeft een desastreus effect op de winstmarges van DSM en andere chemieproducenten. “We zijn ingehaald door de ontwikkelingen.”

In times of calm, beware of the storm is een motto dat volgens Van Liemt voor DSM zeker opgaat. “Maar dat de conjunctuur zo snel zou verslechteren, heb ik niet voorzien”, zegt de DSM-topman. Hij noemt deze verkeerde taxatie één van de grootste fouten die hij als bestuursvoorzitter heeft gemaakt.

Aandeelhouders rekenen hem die fout ook zwaar aan, getuige de koersval van het aandeel DSM op de Amsterdamse beurs. In 1989 gentroduceerd op een koers van 108 gulden, snel gestegen naar 140 gulden, en nu al geruime tijd zo'n zestig gulden minder waard. Het is een extra kwelling voor Van Liemt, die de beursgang van zijn bedrijf nu beschouwt als “een examen, waarvoor we in absolute termen niet geslaagd zijn”.

Decennia lang kon DSM in de luwte opereren, omdat de staat - enig eigenaar - zich als een sober aandeelhouder gedroeg en weinig dividend opeiste. Daarmee liet de overheid het bedrijf alle ruimte voor de overgang van mijnexploitant tot chemieconcern. Maar inmiddels is haar belang gereduceerd tot ongeveer een derde en bevindt de rest van de aandelen zich in handen van ongeduldige beleggers.

Toch is de topman achteraf gezien niet ontevreden over de transformatie van hetwat provinciaal ingestelde staatsbedrijf tot beursfonds. “We zijn er in geslaagd een toonaangevend bedrijf te worden”, vindt hij.

Volgens Van Liemt was de verzelfstandiging voor het voortbestaan van DSM niet noodzakelijk: “Met of zonder beursgang; essentieel is dat het bedrijf kan worden voortgezet.” De privatisering paste volgens hem echter in het tijdsbeeld, “en de staat kon het geld goed gebruiken”. Spijt van de beursgang heeft de bestuursvoorzitter niet: “Op eigen benen staan is een principieel goede zaak.”

Of het concern op eigen kracht kan overleven is bij DSM-watchers al jaren onderwerp van discussie. Het concern tracht zijn conjunctuurgevoeligheid de laatste jaren te beperken door zich te richten op een beperkt aantal "sterke' produkten en ontwikkeling van geavanceerde chemicaliën met hogere toegevoegde waarde, maar de resultaten daarvan zijn nog niet al te duidelijk. Defensieve acties, zoals kostenverlaging door personeelsreductie, hebben in ieder geval effect. Volgend jaar heeft DSM in Limburg 3000 man minder aan het werk dan de 12.000 uit 1991. Voor een bedrijf dat zo diep in die provincie is geworteld een drastische ingreep. En pijnlijk, erkent Van Liemt, “maar je bent er wel voor ingehuurd”.

Rationalisatie, noemt hij dat, en niet alleen DSM heeft dat nodig. “De hele Westeuropese chemie zal zich moeten hergroeperen”, zegt Van Liemt. Hij voorziet dat slechts een paar zeer grote mondiale ondernemingen de industrie in de toekomst zullen beheersen, geflankeerd door gespecialiseerde aanbieders. Wil DSM hiertussen een plaats behouden, “dan ben ik wel zo reëel om in te zien dat samenwerking zinvol kan zijn”, aldus Van Liemt. Concrete plannen hiertoe ontbreken overigens, zegt hij, hoewel hij niet durft te voorspellen of DSM altijd onder eigen naam kan blijven opereren.

Van Liemt bestrijdt kritiek als zou DSM te weinig hebben gedaan om de onderneming "conjunctuurbestendig' te maken. Hij rondde eind jaren tachtig de afslanking af van de agro-divisie, die kunstmest ooit tot een van DSM's grootste produkten maakte. Tegelijk werd grootschalig genvesteerd in de ontwikkeling van nieuwe, hoogwaardiger chemicaliën. “Op het gebied van het produktenpakket hebben we heel veel veranderd”, aldus Van Liemt. Was dat niet gebeurd, zegt hij, “dan waren we nu zeker al in de rode cijfers beland”.

Ook de mentaliteit in en de opzet van de organisatie zijn volgens Van Liemt sterk gewijzigd. De leiding van het concern delegeerde meer bevoegdheden en gaf afdelingen meer verantwoordelijkheid zodat ze zich nadrukkelijker op klanten en markten kunnen richten. Een paar jaar geleden was 65 procent van het werknemersbestand in Limburg nog ingezet op staf- of ondersteunende taken.

DSM ademde lange tijd de geur van Limburgs provincialisme en gemoedelijkheid, een sfeer die de onderneming volgens analisten niet hielp in de harde concurrentiestrijd. “De regionale ligging heeft in het verleden zeker een stempel gedrukt op DSM”, geeft Van Liemt toe. De zuidelijke invloed uitte zich volgens hem in een grote mate van informaliteit binnen de organisatie en een besluitvorming op grond van het consensusmodel, “bijna Japans”. Van Liemt waardeert dat, maar erkent het nadeel: “De zakelijke houding dreigde in het gedrang te komen”.

Over zijn eigen rol bij de veranderingen is Van Liemt terughoudend. “Ik heb wel eens een duw gegeven om het bedrijf wat in een andere richting te krijgen”, glimlacht hij. Opgeleid als jurist heeft hij naar eigen zeggen in zijn 35-jarige loopbaan bij DSM vaak advocaat van de duivel gespeeld. Technici zijn volgens Van Liemt heel rechtlijnig en gaan er meestal vanuit dat er maar één juist antwoord is, “terwijl ik altijd door blijf vragen”. Elk bedrijf moet leren met onzekerheden te leven, zegt hij.

Nog terughoudender is Van Liemt wanneer het gaat om zijn persoonlijke prestaties en mening over industriebeleid: “Ik doe belangwekkende uitspraken liever op de vierkante meter”. Ondanks tien jaar als “vlaggedrager” van één van Nederlands grootste bedrijven voelt hij zich niet geroepen om algemene boodschappen over de Nederlandse economie uit te dragen. Collega's uit andere takken van industrie die dat wel doen, roepen bij Van Liemt meestal “een milde vorm van irritatie” op.

Die ergernis klinkt door als hij praat over Nederlands industriebeleid dat zich, volgens menig rapport, meer zou moeten richten op branches als automatisering en hoogwaardige elektronica. “Laten we eerst eens kijken naar de sterkten en zwakten van onze belangrijkste sectoren, te weten landbouw en chemie”, zegt Van Liemt. “Waarom altijd zo ingewikkeld doen?”

Die gedachte kan hij blijven uitdragen als lid van de adviescommissie van Economische Zaken voor buitenlandse investeringen in Nederland. In het bedrijfsleven zal Van Liemt alleen nog actief blijven als commissaris. Die functie zal hij niet vervullen bij DSM: “Tien jaar voorzitterschap is voldoende, voor de organisatie en voor jezelf. Ik wil mijn opvolger niet voor de voeten lopen.”