CNV-voorzitter geeft fouten toe; Westerlaken: enquêteurs hebben steken laten vallen

DEN HAAG, 19 JUNI. Het gebouw van de Sociaal-economische raad stroomt vrijdagmiddag half zes geleidelijk vol. De stemming is onwennig: het is al weer bijna drie jaar geleden dat overheid, werknemers en werkgevers "echt samen in één kamer' met elkaar overlegden. Toen, in het najaar van 1990, ging het centraal overleg over WAO en Ziektewet, nu richt de aandacht zich op het voortbestaan van de overlegeconomie en op de zorgelijke economische situatie.

Voorzitter Anton Westerlaken van het Christelijk Nationaal Vakverbond is een uur voor de aanvang van het 'voor-overleg' met de werkgevers present voor een vraaggesprek. Vorige week waarschuwde collega Johan Stekelenburg van de Federatie Nederlandse Vakbeweging dat de overlegeconomie gevaar liep. Hij haalde fors uit naar de politiek, en de enqueêtecommissie sociale zekerheid in het bijzonder. Die had de vakbeweging een loer willen draaien en zoiets moesten ze de FNV niet flikken.

Westerlaken beschuldigt niemand, maar hij is net als Stekelenburg teleurgsteld in de enquête. “Er is een beeld opgekomen van: wat hebben werkgevers en werknemers er toch een zooitje van gemaakt. Men wilde een grondig onderzoek. Goed, maar dan moet je ook het hele bed afhalen. Men zou er flink tegenaan gaan, mensen tot op het bot ondervragen. Dat is niet gebeurd.” Waar de nog geen 40 jaar oude ex-politieman fijntjes aan toevoegt: “Als dit een examen was om rechercheur te worden dan moeten ze nog een paar tentamens overdoen.”

Maar er is ook een belangrijk verschil tussen FNV (1,1 miljoen leden) en CNV (0,3 miljoen). Waar Stekelenburg de houding van de vakbeweging van de afgelopen twintig jaar door dik en dun verdedigde - je doet voor je mensen al wat mogelijk is - zet Westerlaken wel degelijk vraagtekens.

Westerlaken: “Wij hebben jarenlang prioriteit gegeven aan inkomenszekerheid boven rentegratie. Dat was fout. Al stond de vakbeweging daarin niet alleen, de cultuur in de maatschappij was nu eenmaal zo. Rechtszekerheid kreeg meer aandacht dan doelmatigheid.”

Het CNV streeft al sinds 1985 naar een duidelijke splitsing van verantwoordelijkheden. Westerlaken: “Draag de WAO, de Ziektewet en de Werkloosheidswet over aan de sociale partners. Die kunnen dan zelf de premies vaststellen, dan wordt in de bedrijven en sectoren zichtbaar wat er gebeurt en worden de gevolgen niet uitgesmeerd over het hele land. Alleen de WW moet nationaal geregeld blijven, dat kan niet per sector, dat zie je met DAF.”

Wat het CNV betreft krijgen de sociale partners niet minder maar meer macht, waarbij de overheid echter moet zorgen voor de nodige ordening. Westerlaken: “Er moet bijvoorbeeld een aansluitingsplicht komen om te voorkomen dat de goede risico's weglopen en je alleen de kwade risico's overhoudt. En we vinden nu ook dat een volledig onafhankelijk toezicht wenselijk.”

Maar heeft de enquête Westerlaken niet aan het twijfelen gebracht? Kunnen sociale partners die verantwoordelijkheid wel aan?

Westerlaken: “Leg de verantwoordelijkheid bij de mensen zelf, dat is ons uitgangspunt. Nu ligt de eindverantwoordelijkheid bij de overheid.”

Maar ambtenaren van Sociale Zaken getuigden dat ze nauwelijks enig inzicht in de uitvoering hadden, laat staan dat ze die konden sturen.

Westerlaken: “Maar als ze denken dat het mis gaat, dan moeten ze toch naar hun minister gaan? Dan zeg je: we roken de zaak uit.”

In een mini- of tweetrajectenstelsel - waarbij de overheid een basisuitkering verstrekt en de sociale partners alles wat daar bovenop komt - heeft Westerlaken geen vertrouwen. “Als het kabinet vindt dat de pensioenen te hoog worden, omdat de sociale partners hun werk zo goed doen, dan loop je het risico dat ze de AOW verlagen. Laten we wel wezen: de afgelopen tien jaar is de rechtszekerheid in de sociale zekerheid niet gekomen van de wetgever. En er ligt een politieke blokade op wat we willen, zoals de gentegreerde gevalsbehandeling voor zieke werknemers.”

Pag 16: Verenigingen van bedrijven schuldig aan wao-explosie

De overheid deed in 1983 iets bijzonders: de uitkeringen gingen omlaag. De sociale partners, die het toch in de bedrijfsverenigingen voor het zeggen hadden, deden niets. Die plannen voor een betere begeleiding van zieke werknemers ('synthesemodel', 'geintegreerde gevalsbehandeling'), ontstonden pas in 1987.

Westerlaken: “Er is te lang afgewenteld. We moeten af van het beeld dat iemand 's morgens wakker wordt, met platvoeten op het zeil stapt en zegt: vandaag ben ik arbeidsongeschikt. Er is altijd wel een boompje waar iemand zich achter kan verschuilen. Daar heeft het CNV aan meegewerkt.”

Is dat ook kritiek op de bedrijfsverenigingen?

Westerlaken: “Ja, ze hebben te lang het oude spoor gevolgd. Men had onvoldoende duidelijke beleidslijnen. Daarom zijn we als CNV in 1991 begonnen met het aansturen van bestuurders van bedrijfsverenigingen en van cao-onderhandelaars. In de cao's die vorig jaar werden afgesloten bedroeg de loonstijging 4,7 procent, in de cao's die na de "adempauze' dit jaar werden afgesloten nog maar 1,7 procent.”

Dinsdag spreekt de algemene vergadering van het CNV over het CNV-beleid voor de komende jaren. In het kader van de "economie van het genoeg' (het beroemde plan-Westerlaken) wil het CNV-bestuur “de eis voor contractloonstijging verrekenen met hetgeen ten aanzien van participatie, duurzaamheid en solidariteit wordt afgesproken”.

Daarbij moet bovendien nadrukkelijk rekening worden gehouden “met de (financiële) mogelijkheden van arbeidsorganisaties”. Dus er kan en mag en moet zelfs worden ingeleverd terwille van de werkgelegenheid, het milieu en de Derde Wereld. Houdt Westerlaken de groei-economie voor gezien?

Westerlaken, gedecideerd: “Het CNV zegt geen nee tegen groei. Het gaat erom waar je de groei voor gebruikt. Als je die alleen inzet voor korte termijn consumptie in plaats van te kiezen voor duurzaamheid, dan ga je de mist in. Je moet de groei gebruiken voor de gezondheidszorg, voor een breder draagvlak voor de sociale zekerheid, voor een verbetering van de kwaliteit van het werk.”

De concept-resolutie bevat verder een waslijst van verlangens. Een greep:

. het minimumloon mag achterblijven bij de algemene loonontwikkeling, zodat er meer banen komen aan de onderkant van de arbeidsmarkt;

. verdere ruimte voor lastenverlichting is er echter niet: er kan nog maar weinig worden bezuinigd omdat er meer nodig is voor onderwijs;

. allochtonen en gedeeltelijk arbeidsongeschikten moeten op de arbeidsmarkt worden voorgetrokken;

. het produktiegproces moet worden “heringericht” om de milieubelasting te minimaliseren;

. de werkdruk moet omlaag door de inzet van meer mensen;

. arbeidsbureaus moeten meer ruimte krijgen.

Niet iedereen binnen het CNV vindt het verstandig om nu al looneisen te matigen terwille van de "duurzaamheid, de participatie en de solidariteit'. Volgens de Bouw- en Houtbond CNV staat zo'n visie "ver af van de werkelijkheid'. Deze bond vindt dat mensen niet lid worden van een vakbond om jarenlang de lonen te matigen.

Westerlaken: “Maar als ik het visieprogramma van de Bouw- en Houtbond zie, dan ligt dat redelijk in het verlengde van het visieprogramma van het CNV als centrale. Wij zeggen: als je een energieheffing invoert moet je die niet compenseren via de automatische prijscompensatie. Sommigen zeggen dan: jullie vragen teveel van jezelf en te weinig van werkgevers en overheid. Maar dat staat bij ons dan ook centraal: de eigen verantwoordelijkheid. Wat betreft het milieu, maar ook bij de sociale zekerheid.”

Is de "economie van het genoeg' een economie van de nullijn?

“Nee.”

    • Joop Meijnen
    • Kees Calje