Centraal overleg neemt wantrouwen weg; Kabinet en sociale partners bevestigen spilfunctie SER in overlegeconomie

DEN HAAG, 19 JUNI. De eerste resultaten van de beoogde "revitalisering' van de Nederlandse overlegeconomie werden gisteravond tijdens het beraad tussen kabinet en sociale partners zichtbaar: de omvang van de delegaties bleef beperkt en men hield er op een beschaafd tijdstip (23.25 uur) mee op. De rest moet de komende maanden haar beslag krijgen, want veel meer dan het uitspreken van de ambitie om er gezamenlijk het beste van te maken zat er (nog) niet in.

Het ging er gisteravond ook niet om concrete afspraken te maken. Daar was de voorbereiding niet naar geweest en daarvoor waren ook de onderlinge betrekkingen sinds het laatste "centraal overleg' in november vorig jaar te zeer bekoeld. Zo fulmineerden werknemers tegen de WAO-ingreep en vonden werkgevers de Voorjaarsnota van het kabinet ver onder de maat. Het kabinet liet zich evenmin onbetuigd. Het uitte scherpe kritiek op de loonstijging, bereidde afschaffing van de adviesplicht van de door beide sociale partners gekoesterde Sociaal-Economische Raad (SER) voor en zinspeelde op beperking van de reikwijdte van CAO's. Bovendien kwamen sociale partners er in de Parlementaire Enquête niet best af. Getergd beschuldigde voorzitter J. Stekelenburg van de vakcentrale FNV de politiek er vorige week nog van “een ramkoers” te varen, waarop voorzitter drs. J.C. Blankert van de christelijke werkgeversorganisatie NCW desgevraagd liet weten “er ook behoorlijk de pest in te hebben”.

Kortom, het was eerst en vooral zaak een goed gesprek te hebben en de getroebleerde verhoudingen enigszins te herstellen. Begin deze week leverde het kabinet de eerste bijdrage met de mededeling dat (voorlopig) niet zal worden getornd aan bedrijfstak-CAO's. En gisteravond kwam tot opluchting van de sociale partners de toezegging dat de uitzonderingspositie van de SER in adviesland gewaarborgd blijft. Formeel mag het kabinet dan vasthouden aan het schrappen van de adviesplicht van de SER, materieel blijft diens positie intact, aldus minister De Vries (sociale zaken). Volgens NCW'er Blankert heeft het kabinet daarmee gekozen tégen SER-critici als VVD-leider mr. F. Bolkestein.

Het kabinet had een zware delegatie - naast De Vries, ook premier Lubbers, vice-premier Kok (financiën), Hirsch Ballin (justitie) en staatssecretaris Wallage (sociale zaken); Andriessen (economische zaken) was verhinderd - afgevaardigd naar het SER-gebouw om ten overstaan van tien sociale partners (vier namens de vakcentrales, zes namens de werkgeversorganisaties) zijn vertrouwen in de overlegeconomie en de bijbehorende coördinatie-mechanismen uit te spreken.

Dat deed de sociale partners goed. Beleefd complimenteerden ze het kabinet met de lang verwachte (concept-)reactie op het SER-advies van november vorig jaar over de "mogelijkheden en grenzen van de Nederlandse overlegeconomie'. En tegen middernacht blikten ze tevreden terug. “Het is een buitengewoon nuttige avond geweest en het is bemoedigend dat het mogelijk is gebleken het over een paar belangrijke zaken eens te worden”, concludeerde voorzitter dr. A.H.G. Rinnooy Kan van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen (VNO) na afloop. Op hem en FNV'er Stekelenburg rust nu de zware verantwoordelijkheid het voortouw te nemen bij het invullen van de gemaakte "procedure-afspraak' voor het komende najaarsoverleg met het kabinet.

Daarin is een spilfunctie toebedacht aan het nog op te stellen SER-advies over het sociaal-economisch beleid op de middellange termijn. Overeenstemming daarover is nog ver te zoeken. Werkgevers geven voorrang aan verlaging van de lastendruk en versterking van de economische (infra-)structuur. Werknemers dringen ook aan op conjuncturele maatregelen om de snel oplopende werkloosheid te beteugelen. Bovendien zal het inkomensbeleid dat het kabinet voor volgend jaar in petto heeft het bereiken van consensus niet vergemakkelijken. Nochtans is de VNO-voornam hoopvol gestemd. “We zullen proberen in de SER onder het disciplinerende toezicht van Kroonleden tot een gezamenlijke analyse te komen”, aldus Rinnooy Kan. Die moet dan dienen als basis voor concrete aanbevelingen. “Ik beschouw deze bijeenkomst als startpunt voor najaarsafspraken”, besloot minister De Vries.