Column

Briefpapier

Ooit zat ik drie blauwe maandagen op Laar en Berg bij het Larense St. Janskerkhof. Ik bewaar veel zoete herinneringen aan die school. Meneer Ongering was de baas en hij zal zich nog regelmatig in zijn graf omdraaien als hij aan onze klas denkt. Die school had een zogenaamd rode-kaartensysteem. Als je iets had uitgevroten kreeg je een rode kaart (de kleur was rose) mee naar huis en daar stond op wat je geflikt had. Die kaart moest je de volgende dag, ondertekend door een der ouders en/of verzorgers, terugbrengen.

Mijn ouders reageerden nooit mals. Er kwam ook geen gewenning, terwijl ik er in dat jaar toch heel veel mee naar huis heb genomen.

De martelgang van de rode kaart. Hij brandde in je tas en je liet hem daar zo lang mogelijk. Fietsend naar huis dacht je aan niets anders, onder het voetballen op straat danste hij door je hoofd, onder het eten was je misselijk omdat je die kaart moest laten zien, het huiswerk lukte niet en uiteindelijk vlak voor dat je ging slapen mompelde je tegen je ouders iets over "klootzakken' en "dat jij er ook niks aan kon doen'. Mijn vader zuchtte diep, tekende en zei dat hij er nog wel op terug zou komen.

“Ga nou eerst maar slapen.”

De straf was altijd stevig. Pick up inleveren, een maand niet naar Ajax, het hele weekend binnen en het ergste was als je niet naar een bepaald feest mocht. Zeker als het een feest betrof waar "iedereen' kwam.

Al gauw had ik door dat het voor alle partijen beter was als ik de kaarten zelf ondertekende en ik heb een keer een hele nacht op mijn vaders handtekening zitten oefenen. Ik maakte lange series en in het ritme moest er een zo echt mogelijk op de rode kaart terecht komen. Dit mislukte verschrikkelijk en de eerste de beste blinde kon zien dat iedereen die handtekening gezet kon hebben, behalve de oude Van 't Hek.

Meneer Ongering geloofde mij dan ook niet, werd er zelfs een beetje lacherig van en vroeg wie hem wel gezet had.

“Mijn vader”, hield ik vol.

“Laat je vader mij dan even een briefje schrijven dat hij die kaart inderdaad getekend heeft.” Voor ik het wist stond ik buiten en overwoog serieus om mijzelf op dramatische wijze van het leven te beroven.

's Avonds jatte ik een paar velletjes briefpapier, schreef met de machine een regel of drie en zat weer een hele nacht op dezelfde handtekening te oefenen.

De volgende dag besloot meneer Ongering om toch maar even met mijn vader te bellen. Diezelfde avond kon ik èn mijn pick-up inleveren, èn mocht ik de rest van het jaar niet meer naar Ajax en feesten was er sowieso niet meer bij. Het gebruiken van mijn vaders briefpapier werd mij het meest aangerekend. Ik had alleen lagere school en wist dat wat ik deed niet deugde.

Als ik dat toen al wist dan wist professor doctor Roel in 't Veld het zeker.

Wat een gladjakker zag ik donderdagavond op het journaal, wat een politicus en toen hij vertelde blij te zijn met de steun van de Minister President wist ik helemaal zeker dat hij niet deugde. Later kwam ene Gevers van de Universiteit van Amsterdam ook nog vertellen dat alle schnabbelkonterij heel gewoon was, maar ook hij repte niet over het gebruik van andermans briefpapier. Het papier van de Erasmus Universiteit maakt op de gemeente Eindhoven inderdaad veel meer indruk dan het papier van een ranzig BV-tje waarvan de administratie door mevrouw In 't Veld aan de keukentafel gevoerd wordt.

En als je als PvdA-er blij bent dat Lubbers je snapt dan is het heel erg met je. Maar als iemand iets over briefpapier weet dan is het Ruud. Die schreef jaren geleden al op het papier van zijn ministerie van Economische Zaken naar de regering van Koeweit of ze het bedrijf van zijn broers wilden betalen. En dat ging om veel meer dan honderdtwintigduizend gulden.

Dus als iemand hem snapt...

De zoveelste slag voor de PvdA, maar ze moeten daar maar denken: Feyenoord is er ook weer bovenop gekomen. Alleen met een ander bestuur, een andere trainer, een andere manager en zestien andere spelers.

Meer niet.