Beer en tunnel verdelen Aspe-vallei

In de nog vrijwel ongeschonden vallei d'Aspe in de Franse Pyreneeën moeten een nieuwe tweebaansweg en een tunnel komen, die onvermijdelijk tot aantasting van het milieu leiden. De kleine berenkolonie die in het gebied huist is het symbool geworden van de talijke tegenstanders van het project. Maar ook tegen de bescherming van de beren zijn valleibewoners in het geweer gekomen; zij vinden de beer vooral leuk als hij te bezichtigen is. De plaatselijke bevolking leeft "met de beer tussen mythe en realiteit'.

"La Gaffe maakt het leven enorm gecompliceerd'', verzucht Jean-Jacques Camarra. La Gaffe is een van de beren die leven in de vallei d'Aspe, een adembenemend mooi deel van de westelijke Pyreneeën. Jean-Jacques Camarra is de grootste Franse expert op het gebied van beren, vooral van exemplaren die in de Pyreneeën leven. Hij heeft de afgelopen weken de jaarlijkse telling uitgevoerd: er zijn er nog maar zeven of acht, tegen vijftien in 1985. Camarra: ""Als populatie zijn de Pyreneeën-beren tot uitsterven gedoemd. Demografisch zijn ze eigenlijk al dood.''

Er is maar één oplossing om de reproduktie van de soort veilig te stellen, een beslissing die ""zo snel mogelijk zou moeten worden genomen'': de introductie van enkele "mooie Zweedse beren', zoals Camarra met een glimlach zegt, in het dal van de Aspe of in de aangrenzende vallei d'Ossau. Want dat is het probleem van de beren in dit nog maagdelijke berggebied - de voortplanting stokt.

La Gaffe is geen vreedzame planten- en besseneter. Ze valt af en toe schapen aan waarmee de herders uit de Aspe-vallei 's zomers hoog de bergen intrekken. Vorig jaar peuzelde La Gaffe zo'n dertig schapen op en dat leidde tot verhitte discussies bij de plaatselijke bevolking. Vroeger, toen in de Pyreneeën nog honderden beren leefden, werd zo'n probleem eenvoudig opgelost: de beer werd doodgeschoten. Maar sinds 1979 is deze diersoort in Frankrijk officieel beschermd. Camarra beschoot La Gaffe met plastic kogels, maar de beer liet zich niet intimideren, want ze keerde onvervaard terug naar de plek des onheils. En dat geeft problemen, niet zozeer voor Camarra, maar voor de emotionele discussie of en hoe de laatste beren in de Aspe-vallei beschermd moeten worden.

Sommige boeren in het dal, en vooral de jagers, van wie de meesten niet uit de vallei maar uit de stad Pau komen, vinden dat aan de hinder die La Gaffe en mogelijk andere beren veroorzaken, maar een einde gemaakt moet worden. De beren hebben uiteraard de steun van wetenschappers als Camarra en de natuurbeschermers, de lokale en de nationale - de "Parisiens', zoals de laatsten in de vallei vaak smalend genoemd worden.

Lievelingsproject

De gekozen bestuurders - de burgemeesters van de dorpjes langs de smalle weg die door de vallei naar Spanje leidt - vinden al het gedoe om de beren maar lastig. Want het rustig laten overleven van de beren is ook het belangrijkste emotionele argument tegen hun lievelingsproject: verbetering van de Route Nationale 134, die van het stadje Oloron-Ste-Marie (ten zuidwesten van de stad Pau) naar de Spaanse grens leidt, en vooral de aanleg van een verkeerstunnel onder de col de Somport, de berg aan het eind van de vallei d'Aspe, op de grens tussen Frankrijk en Spanje. Op de col de Somport is een pas van 1200 meter hoog, de laagste van de bergketen tussen beide landen. In de winter, als het sneeuwt, is dit de enige pas in de Pyreneeën die met enige moeite open kan worden gehouden voor het verkeer. Maar de aanleg van een tunnel zou de Somport-route, vooral 's winters, pas werkelijk tot een nieuwe belangrijke verkeersas tussen Frankrijk en Spanje maken.

Een bestuurder die van de tunnel droomt, is Jean Lassalle, burgemeester van de minuscule, 171 inwoners tellende, maar bijna paradijselijke gemeente Loudrion-Ichére, in een zijdal van de Aspe-vallei. Lassalle is ook de enige lokale vertegenwoordiger in de Conseil-Général, het "parlement' van Pyrenées-Atlantiques, en daarmee een machtig man. Zijn Peugeot 505 en zijn dure costuum getuigen van een geslaagde politieke carrière. Zijn kantoortje in de "mairie' is niettemin bescheiden en het klaaglijke miauwen van pasgeboren katten is te horen als hij zegt: ""De tunnel moet er komen. Wij, de mensen in de Haute-Béarn (de streek ten zuiden van Pau), willen niet in een slecht onderhouden tuin leven.''

De tunnel onder de Somport is een heftig omstreden project in Frankrijk, en vooral in de Aspe-vallei zelf. Waarom moet er in godsnaam, zo vraag ik Lassalle, in dit berggebied, een van de mooiste in de Pyreneeën en nog vrijwel ongeschonden, een nieuwe (tweebaans)weg en een tunnel komen, die onvermijdelijk tot een aantasting van het milieu zullen leiden? De beren - symbool van alle tegenstanders van het project - laat ik nog buiten beschouwing. Lassalle wijst op een kaart waarop het transport over de weg in Europa in dikke en dunne strepen is weergegeven. In Nederland en de Roergebied zijn alleen dikke strepen te zien, via de Somport loopt een zeer dun lijntje. Iets dikkere lijnen zijn getekend aan de west- en oostkant van de Pyreneeën, de grote doorgaande wegen naar Spanje, langs Biarritz en Perpignan.

De uiteenzetting van de burgemeester is die van alle bestuurders - ontwikkeling, toerisme, economie zijn de woorden die steeds terugkeren. Uiteindelijk heeft Lassalle, zoon van een schaapherder, maar één belangrijk praktisch argument. De aanleg van een nieuwe weg, om de dorpen in de vallei d'Aspe heen, die gepaard zal gaan met een ruilverkaveling, ""krijgen we hier alleen als de tunnel wordt gebouwd'', zegt hij. ""Waarom zouden de mensen hier moeten blijven leven in een slecht onderhouden tuin waar 's zomers wat toeristen komen, maar waar de jeugd vertrekt omdat hier geen toekomst is? Ze hebben mij uitgescholden en vernederd, maar ik blijf hier om te vechten voor een beter bestaan.''

Over de beren - en al die andere dieren in dit aan fauna rijke gebied - behoeft volgens Lassalle overigens niet gediscussieerd te worden. Hij overhandigt me het "Charter voor de bescherming van de Pyreneeën'. In deze verklaring uit april 1988 betuigen vele tientallen lokale natuurbeschermingsorganisaties hun steun aan zowel de aanleg van een verkeerstunnel als een spoortunnel onder de Somport. Lassalle citeert: ""De tunnel is een ecologisch acceptabele oplossing.''

Vrachtauto's

In de smalle dorpsstraat van Bedous, het belangrijkste dorp van de Aspe-vallei, denderen dagelijks dertig zware vrachtauto's voorbij het huis van dokter Gérard Darsonville. Hij zou blij zijn met een weg om het dorp om van de herrie en de stank van doorgaand verkeer verlost te worden. Maar de koppeling die Lassalle maakt met de aanleg van de tunnel noemt hij "onzin'. Darsonville: ""Het tunnelproject is bedacht door bestuurders uit Bordeaux en Pau die van een nieuwe transport-as met Zaragossa en Valencia dromen. En Jean Lassalle is hun profeet. Voor deze streek zijn er geen economische voordelen te verwachten, alleen maar aantasting van het milieu.''

De nieuwe tweebaansweg (geschatte kosten: circa 70 miljoen gulden), waarvan het tracé overigens nog moet worden vastgesteld, voert over enkele tientallen kilometers - waarvan volgens Camarra 32 kilometer "berengebied' - door het dal die steeds nauwer wordt naarmate men de Somport nadert. Op sommige plaatsen delen de huidige weg en het riviertje (de "gave', zoals men hier zegt) de Aspe nog geen twintig meter meter tussen hoge rotswanden, zoals bij het vervallen fort Portalet dat in de Tweede Wereldoorlog nog werd gebruikt om politieke gevangenen op te sluiten. En dan is er nog de voormalige spoorlijn, een historisch monument, éénbaans vanaf Oloron Ste-Marie, een 20.000 inwoners tellend stadje onder Pau. Daar is de vallei breed uitgewaaierd en is ruimte voor een aantal grote supermarkten waar in de toekomst, als de tunnel eenmaal klaar is, wellicht Spaanse klanten kunnen worden verwacht.

Veel tegenstanders van de nieuwe weg en de tunnel zijn, zoals Gerards vrouw Maryse, voorstander van modernisering van de spoorweg die de Franse spoorwegen in de jaren vijftig als onrendabel sloten. De spoortunnel onder de Somport is er nog altijd, vervallen, maar eveneens een historisch monument. De tunnel komt uit in Canfranc, een wintersportplaatsje aan de Spaanse kant van de bergen, waar in de jaren twintig een gigantisch station is gebouwd, een enkele honderden meters lang Kurhaus-achtig gebouw dat bij filmmakers geliefd is als decor. Het lot van de oude aandoenlijke spoorweg die zich via talrijke tunneltjes door de vallei langs de weg en de rivier slingert, is onbekend. De Franse spoorwegen (SNCF) spreken zich niet uit. Duidelijk is alleen dat de kosten van de aanleg van een nieuwe weg aanzienlijk lager zullen uitvallen als de spoorlijn daarvoor gedeeltelijk kan worden gebruikt.

Studie

Europa spreekt in het debat over de Somport-tunnel met meer dan één stem. Behalve de Europese Gemeenschap heeft ook de Raad van Europa van zich laten horen. De Franse ingang van de nieuwe tunnel, aan de voet van de Somport, op een plek die de "smidse van Abel' heet, bevindt zich op de grens van het Nationale Park de Pyreneeën. Maar de hier levende dieren trekken zich van grenzen niets aan. Daarom oordeelde de Raad van Europa dat deze aantasting van hun leefmilieu te ver ging: het Nationale Park werd in 1991 een Europees diploma ontnomen. Tot vreugde uiteraard van de natuurbeschermers, die hun strijd tegen de tunnel "gelegaliseerd' zagen. Het bestuur van het Nationale Park (huidig voorzitter: Jean Lassalle) zweeg. Overigens valt het leefgebied van de beren buiten het park, in de lager gelegen dicht beboste valleien.

De Europese Gemeenschap bleek bovendien uit meer te bestaan dan haar geldgevers, het Regionale Fonds en de Europese Investeringsbank (EIB). Grote projecten zoals tunnel-aanleg moeten vergezeld gaan van een studie over de gevolgen voor economie en milieu. En die was de Franse overheid voor het gemak vergeten. Milieu-actiegroepen maakten dit verzuim aanhangig bij een administratieve rechtbank die vorig jaar - een primeur in Frankrijk - wegens dit verzuim stopzetting gelastte van de voorbereidende werkzaamheden. Bij de "smidse van Abel' staat nu een hek om het terrein dat al was geëgaliseerd om de boormachines in stelling te brengen. Een eenzame gendarme in een vrachtauto bewaakt het terrein tegen eventuele demonstranten.

De vereiste impact-studie kwam de afgelopen maanden ""in een verbazingwekkende recordtijd'' (Darsonville) gereed. Tot eind juni kunnen burgers commentaar leveren in het kader van de in Frankrijk gebruikelijke openbare enquête, waarna in september de regering waarschijnlijk zal besluiten dat aan alle voorwaarden is voldaan om met de bouw van de tunnel te beginnen. Dat tijdschema is vooral conveniënt, omdat na de vakantie ook demonstranten weer aan het werk moeten. Dat laatste geldt echter niet voor Eric Petetin, psycholoog, berggids en de laatste twee jaar de aanvoerder van alle protestacties tegen de tunnel.

Natuurlijke rijkdom

Petetin beschrijft zichzelf als ""overtuigd anti-kapitalist en christen-anarchist'', die strijdt tegen de ""stompzinnige tunnel'' (en voor het behoud van de historische spoorlijn) in ""naam van het heilige leven en de natuurlijke rijkdom van de vallei d'Aspe''. Na negentig dagen gevangenenschap wegens talrijke acties, vooral vorig jaar zomer - demonstraties, opwerpen van barricades, vechtpartijen met de oproerpolitie en de vernietiging van wegenbouwmachines - is hij de lieveling van de Franse media (""mijn beste bondgenoten'') en van milieu-strijders uit andere Europese landen, van organisaties als Greenpeace, Robin Hood, New Forest Action en de Duitse Grünen. Voor de komende maanden staan weer talrijke acties, zoals het oprichten van barricades, op het programma.

Petetin, een dertiger met de tanige gestalte van een ervaren bergwandelaar (hij bezit het zware diploma voor gidsen in "haute montagne') heeft zijn hoofdkwartier in "La Goutte d'Or', een voormalig spoorwegstationnetje in de vallei. Daar stopten de Franse treinen - en de Spaanse, met hun grotere spoorbreedte, vertrokken er. Ooit opgericht als "gite d'étappe' voor randonneurs is de Gouden Druppel geleidelijk veranderd in een hippiekolonie met de versleten symboliek van flower-power en veel honden die van het alternatieve leven genieten. Serieuze tegenstanders van de tunnel als Camarra, het echtpaar Darsonville en de Nederlandse bioloog Johan Timmer, die al zeven jaar in dit gebied woont, betreuren het dat de strijd steeds meer in het teken komt te staan van de "Aspachians', de roodhuiden van de vallei, tegen de boze bleekgezichten als die van Jean Lasalle. Timmer: ""De beweging tegen de tunnel is daardoor bij de plaatselijke bevolking in diskrediet gebracht.''

Aanvoerder te zijn van het verzet tegen de tunnel is in dit deel van "la France profonde' een riskante onderneming. Petetin werd op 1 juni tot een maand gevangenisstraf veroordeeld omdat hij bij een schermutseling de bril van een gendarme en een ruit van een politie-auto had vernield. De rechtbank in Pau die dit vonnis uitsprak, oordeelde tevens dat Petetin de voorwaardelijke straffen moet uitzitten waartoe hij eerder, wegens andere vergrijpen - zoals het planten van bomen voor de ingang van de nieuwe tunnel - was veroordeeld. Petetin werd op 8 juni voor negen maanden opgesloten in een gevangenis in Périgieux (Dordogne) als, zoals Le Monde schreef, "een gevaarlijke delinquent'. Boeren en vissers mogen in Frankrijk gerust en ongestraft de boel kort en klein slaan, actie voeren tegen een tunnel met indianenveren in je haar wordt hier niet getolereerd.

Slijtage

Helaas is de symboliek rond de bruine beren en de Somport-tunnel eveneens aan slijtage onderhevig - zo geven alle betrokkenen toe. En niet alleen omdat er nog zo weinig beren zijn dat alleen de import van "mooie Zweedsen' de ondergang van de soort kan voorkomen. Maar ook omdat er "beren-vriendelijke' verkeerstechnische voorzieningen mogelijk zijn. Camarra: ""De nieuwe weg naar de tunnel zou hier en daar, op plaatsen waar het wild (beren, maar ook wilde zwijnen) oversteekt, over een afstand van enkele honderen meters overkoepeld kunnen worden. De ervaring in andere landen leert dat beren, die tenslotte een enorm aanpassingsvermogen hebben, snel leren daarvan gebruik te maken. Die oplossing is echter duur: 100.000 tot 200.000 francs per meter.''

Lassalle heeft zich, uiteraard, uitgesproken tegen het uitzetten in de Pyreneën van beren die vanuit elders uit Europa zouden moeten worden aangevoerd. De politiek invloedrijke jagers steunen Lassalle en andere promotors van de tunnel - voor hen is de beer een concurrent. En de plaatselijke bevolking leeft, zoals Jean-Jacques Camarra zegt, "met de beer tussen mythe en realiteit'. Een beer is vooral leuk als hij te bezichtigen is, zoals "Jojo', een Pyreneeën-mannetje dat twintig jaar leefde in een kuil in het dorpje Borce, een bekend station voor randonneurs .

Jojo stierf in 1991 en Borce miste het jaar daarop het bezoek van de 20.000 mensen, die jaarlijks kwamen kijken. Borce wilde dus een nieuwe beer, temeer omdat net een mooi hek met schrikdraad en een paviljoentje voor het bezoek gereed was gekomen. Toen de overheid talmde met de benodigde vergunningen, nam een "commando' van plaatselijke middenstanders vorig najaar het heft in eigen handen. Vanuit een dierentuin niet ver van Bordeaux werden twee (Europese) beren in een vrachtauto naar de kuil gebracht - en daar leven ze nu, formeel nog steeds illegaal - zogenaamd als "Pyreneeër beren', maar alleen als symbolen voor de realiteit van middenstand en toerisme.

La Gaffe, de beer die schapen doodt, behoort tot een andere realiteit, die van de eeuwenoude mythes over beren. In de cafés van Bedous en Accous en de andere dorpjes in de vallei is men het erover eens dat La Gaffe "niet een beer van ons is'. Gerard Darsonville: ""Ik heb iemand horen vertellen dat hij gezien had hoe 's nachts in een bos uit een onverlichte vrachtauto een beer werd losgelaten.''