Basisscholen vinden oplossing om dreigende opheffing te voorkomen

DEN HAAG, 19 JUNI. Basisscholen hebben een manier gevonden om dreigende opheffing te voorkomen.

Scholen in grotere plaatsen, waarvoor binnenkort een hogere opheffingsnorm zal gelden, sluiten samenwerkingsverdragen met scholen in kleinere plaatsen waar een lagere norm gaat gelden.

Voor de scholen samen geldt dan een gemiddelde norm, die lager ligt dan de norm in grotere steden.

Het PvdA-Kamerlid De Cloe heeft hierover inmiddels vragen gesteld aan minister Ritzen (onderwijs). Hij vindt dat de minister in de wet waarin de normen worden vastgelegd, een bepaling moet opnemen die de sluiproute onmogelijk maakt. De wet, die opheffing van ruim 1.000 van de 8.500 basisscholen beoogt, wordt waarschijnlijk dit najaar in de Kamer behandeld.

“De constructie waarvan de scholen gebruik maken is zorgelijk, want het ondermijnt de intentie van de wet”, aldus De Cloe. “De bedoeling was grotere en daarom slagvaardiger basisscholen te creëren. Daarbij werd wel onderscheid gemaakt naar de soort gemeente: groot waar het groot kan en klein waar het moet. Maar nu blijkt dat ook kleinere scholen in grote gemeenten kans zien om voort te bestaan.”

De Cloe werd gealarmeerd door de wethouder van onderwijs in Hengelo. Volgens de wethouder zijn 29 katholieke basisscholen in Hengelo en omgeving van plan samen te werken. Dit komt de kleinere basisscholen in Hengelo ten goede.

“De scholen doen op zich niets verkeerd, maar het is niet in de intentie van de wet”, aldus De Cloe die vermoedt dat meer scholen gebruik maken van de mogelijkheid die het wetsvoorstel biedt.

De Cloe stelt voor dat het recht om samenwerkingsovereenkomsten te sluiten wordt beperkt tot twee scholen. “In theorie kun je het aantal scholen dat samenwerkt nu uitbreiden over het hele land. Dan zou geen enkele school dicht hoeven.”