Adolph Bentinck-prijs voor president Havel

PRAAG, 19 JUNI. De Tsjechische president, Václav Havel, heeft gisteren in Praag de Adolph Bentinck-prijs in ontvangst genomen. De prijs, waaraan een geldbedrag is verbonden van 15.000 dollar, werd in 1972 ingesteld ter nagedachtenis van baron Adolph Bentinck, de toenmalige Nederlandse ambassadeur in Parijs. Prinses Irene was bij de uitreiking aanwezig.

De prijs wordt jaarlijks toegekend aan personen die zich hetzij door literair werk of door hun politieke activiteit hebben ingezet voor de opbouw van Europa. Onder de vroegere winnaars van de prijs bevinden zich Henry Brugmans, de vroegere rector van het Europa-College in Brugge, Jean Monnet, een der grondleggers van de Europese Gemeenschap en de eerste voorzitter van de Europese Commissie, de Franse politicoloog en essayist Raymond Aron alsmede de voormalige Duitse bondskanselier Helmut Schmidt.

De prijs werd Havel in het bijzonder toegekend voor zijn boek Zomeroverpeinzingen, waarin de toen nog Tsjechoslowaakse president zijn gedachten liet gaan over de politieke ontwikkelingen na de Fluwelen revolutie van 1989 en over de moeilijkheden waarmee de federatie te maken had gekregen.

Volgens het juryrapport is Havel één van die figuren die Victor Hugo de “vuurtorens” heeft genoemd: mensen die “temidden van stormen het licht verschaffen dat zeelieden behoedt voor onheil”.

In zijn dankwoord zei de Tsjechische president dat wanneer landen zich in Europa thuis willen voelen zij zich “attente en goede buren” moeten betonen. Het streven van de Midden-en Oosteuropese landen om lid te worden van de Europese Gemeenschap moest volgens de president niet gezien worden als een proces van “aanpassing aan iets vreemds”, maar als de “terugkeer tot iets vertrouwds.”