Aarts-gaullist wil einde aan sociaal "München'; Philippe Séguin gooit de knuppel in het hoenderhok

PARIJS, 19 JUNI. Tien weken na het aantreden van de regering-Balladur is in Frankrijk een emotioneel en dus enigszins verward debat over de economische politiek losgebrand dat verstrekkende politieke gevolgen kan hebben, in Frankrijk zelf, maar ook in Europa. De knuppel is in het hoenderhok gegooid door Philippe Séguin, de voorzitter van de Nationale Vergadering, een aarts-gaullist die vorig jaar de campagne leidde tegen ratificatie van het Verdrag van Maastricht over de Europese politieke en monetaire unie.

In een zorgvuldig voorbereide redevoering veroordeelde Séguin de economische en sociale politiek van de achtereenvolgende regeringen die ertoe heeft geleid “dat we sinds lang in een werkelijk sociaal München leven”. De bestrijding van de werkloosheid is niet de prioriteit van het beleid, zoals alle ontwikkelde landen zeggen, maar komt in werkelijkheid op de tweede plaats, aldus Séguin, die vervolgens scherpe kritiek oefende op de "internationale technostructuren', zoals het GATT en het Internationale Monetaire Fonds, en het Europa van Maastricht, “een economische en historische absurditeit” die “genspireerd is op een monetairistisch concept” en “weigert de problemen van de werkgelegenheid onder ogen te zien”.

De huidige economische en sociale politiek die gebaseerd is op een “simplistische catechismus” en al tot een “koude burgeroorlog” heeft geleid, voert het land naar een sociale ramp, aldus Séguin, die een "revolutie voor werk' bepleitte. In andere woorden: Keynes is dood, maar we kunnen - zoals Godot in het bekende toneelstuk - niet op een nieuwe Keynes blijven wachten terwijl het land de rand van de afgrond nadert.

Séguin riep eveneens op tot een heroriëntatie van de Europese Gemeenschap. De politieke architectuur van Europa moet volgens Séguin steunen op vier pijlers: de communautaire preferentie, handhaving van een hoog peil van sociale bescherming, de herontwikkeling van Centraal- en Oost-Europa en werkelijke solidariteit met de Derde wereld, en wat Frankrijk betreft vooral met het Midellandse-Zeegebied en Afrika.

Séguins kritiek en visies staan in vele opzichten diametraal tegenover het economische en Europese beleid van de regering van Edouard Balladur. Twee ministers dienden de parlementsvoorzitter dan ook onmiddellijk van repliek. Gérard Longuet, minister van industrie en buitenlandse handel, zei dat Frankrijk “zich zeker niet op zichzelf moet terugtrekken”. Minister Hervé de Charette (volkshuisvesting), die als de belangrijkste luitenant van oud-president Valéry Giscard d'Estaing geldt, noemde de standpunten van Séguin “extreem gevaarlijk”. En: “Het zeer excessieve en zeer gevaarlijke taalgebruik van Philippe Séguin schept een politiek probleem.” Balladur zelf volstond met een korte opmerking: het is politiek.

In de boezem van de twee regeringspartijen - de neo-gaullistische RPR (waartoe Séguin behoort) en de liberale UDF van Giscard - bestaat verdeeldheid over "Maastricht'. De liberalen zijn pro-Europa, afgezien van een zeer kleine rechtervleugel geleid door de onderkoning van de Vendée, Philippe de Villiers. De RPR is verdeeld, zoals vorig jaar in de campagne voorafgaand aan het referendum over Maastricht bleek. De partijtop is voor "Maastricht', maar veel partijleden en RPR-kiezers volgden Philippe Séguin, die als erfgenaam van het politieke gedachtengoed van De Gaulle de Europese Unie afwees als een aantasting van de Franse soevereiniteit.

Séguin heeft zich met zijn oproep tot een culturele revolutie opnieuw aangediend als potentieel leider van een populistische beweging die de regering kan dwarszitten en de RPR kan splijten. Dat is van belang met het oog op de verkiezingen voor het Europees Parlement die volgend jaar worden gehouden. Minister van binnenlandse zaken Charles Pasqua heeft voorgesteld dat RPR en UDF met één kandidatenlijst komen, onder leiding van premier Balladur, om de eenheid in het regeringskamp te bewaren. Maar die eenheid staat steeds meer onder druk zolang de economische crisis voortduurt en Balladur er niet in slaagt het "sociale München' af te wenden.

Een populistische lijst-Séguin zou zeker veel kiezers aantrekken, want de Europese Unie à la "Maastricht' verliest aan aantrekkingskracht naarmate de Gemeenschap onmachtig blijft het economisch tij te keren. Met een lijst-Séguin zou wellicht voorkomen worden dat het extreem-rechtse Front National van Le Pen profiteert van de sociale crisis in de Franse samenleving die het gevolg is van de recessie. Voor RPR-leider Jacques Chirac, die het oog gericht heeft op de presidentsverkiezingen van 1995, is een electorale manifestatie van Séguin-gaullisme te verkiezen boven winst van Le Pen, die in 1995 eveneens aantreedt als presidentskandidaat.

Deze partijpolitieke overwegingen zullen ook van invloed zijn op de Europese politiek van Frankrijk, waar de roep om protectionisme in naam van behoud van werkgelegenheid steeds krachtiger wordt. De afwijzing van het ontwerp-landbouwakkoord tussen de EG en de Verenigde Staten, waarin Balladur volhardt, is een bewijs dat electorale (naast economische) overwegingen het buitenlands beleid van Parijs in sterke mate kunnen benvloeden. Binnen de regering en de regeringspartijen is door Séguins spectaculaire optreden een fundamenteel debat geopend dat nog lang zal voortduren en medebepalend zal zijn voor de Franse opstelling in de EG.