Vrijdag 18; Hollands drama

In financieel opzicht verkeert het Holland Festival sinds enige jaren in opmerkelijk rustig vaarwater. Dat is verheugend, want dat is weleens anders geweest.

Voor het overige is het gesternte ook gunstig. Zo is de concurrentie minder moordend dan gedurende de jaren tachtig, toen veel Nederlandse kapers op buitenlandse kusten lagen. De delegatie Nederlanders op buitenlandse festivals was altijd opmerkelijk groot en dientengevolge was de kans klein, dat wij hier belangwekkende cultuuruitingen van elders niet te zien kregen. Wat dat betreft viste vooral het enkele jaren geleden opgeheven Mickery in dezelfde vijver als het Holland Festival, een omstandigheid waaraan we toen menige "co-produktie' dankten.

Die ratrace is wat getemperd. Het Holland Festival heeft het rijk min of meer alleen en van alle festivals hier te lande heeft het in elk geval de ruimste middelen. Succes verzekerd, zou je dus zeggen.

Toch is de theaterprogrammering van dit jaar tot nu toe, halverwege het festival, ronduit rampzalig. De tweede helft moet wel erg veel goeds brengen om de ergernis te verdrijven.

Bij het aantreden als directeur van de componist en vroegere opera-intendant Jan van Vlijmen, verdween de speciale toneelprogrammeur van het Holland Festival. Arthur Sonnen had een zwak voor Oosteuropese somberte en voor het Duitse warhoofd Georg Tabori; van het Angelsaksische en met name Newyorkse theater had hij niet gehoord dan wel geen hoge pet op.

Van Vlijmen, die nu eigenhandig het toneel programmeert, heeft dus een heel continent te ontsluiten, maar kennelijk is ook hij zich daarvan niet bewust of, erger nog, heeft hij een bar slechte smaak. Vorig jaar toonde hij fossiele voorstellingen van de Tsjech Jan Grossman, en dit jaar ternauwernood levendiger toneel uit Roemenië en Italië. Het laatste, een Goldoni-enscenering van Giorgio Strehler, is even esthetisch als traditioneel als oubollig en het eerste, een cabareteske Ubu Roi, bleek niet minder dan een belediging voor iedereen die weleens van Beckett heeft gehoord.

Het is om wanhopig van te worden: het Holland Festival verkeert in vrijwel ideale omstandigheden, maar het heeft helaas een directeur met laten we het maar houden op: geen zin voor avontuur. Open doelen, maar hij schiet mis. In Felix Meritis is dezer dagen Roy Cohn/Jack Smith te zien, een belangrijke voorstelling van de Amerikaanse acteur Ron Vawter. Niet dank zij het Holland Festival. En de Amerikaanse avantgarde theatergroep The Woostergroup doorkruist op dit moment Europa met Fishstory. Maar Amsterdam, in de loop der jaren na New York zo ongeveer de tweede thuishaven van de groep, krijgt de voorstelling niet te zien. Dank zij het Holland Festival.

    • Pieter Kottman