Tolhoek.

De wond wil niet dicht.

Nog een geluk dat het verstand bij sommige wielrenners in het zitvlak zit. Gert-Jan Theunisse is geen adequaat beheerder van zijn eigen werkelijkheid. De renner is gevoelloos voor decreten - zijn denkwijze kan alleen worden opgeheven door slijtage. Ieder verschroeid plekje aan het zitvlak is daarom welkom; een gekke knobbel op de pees mag ook. Als Gert-Jan maar tijdig inziet dat er een tijd is van komen en van gaan. Catenaccio op de fiets bestaat niet.

De Tour kent geen medelijden. En dus kan Theunisse er beterwegblijven. De TVM-kopman heeft zichzelf voorbij gefietst. Na de wilde sprongen van zijn testosteronspiegel is de litanie van verval niet meer geëindigd. De karakterwoede is gebleven maar het was gênant om te zien hoe vergeefs de gewezen winnaar in de dunne lucht van Alpe d'Huez zat te bijten. Alsof hij op ruwe wijn reed. Theunisse in zijn gloriedagen was een schreeuw om een citaat van Homerus. Een renner voor de EO: "Ik heb de gesel Gods zien klimmen'. In alle omstandigheden ein Kunststück von aussergewöhnlicher Qualität. Die herinnering moet intakt blijven. Nog een Tour zou Gert-Jan in de ontluistering verzegelen. Hem wacht dan het lot van abrupte vergetelheid. Zachtjes weggehoond zoals de decadente bourgeoisie altijd de dood van een familielid aankondigt. Op die surrealistische toon van: "Madame is gestorven'.

Hij weet het nog niet maar er is voor de renner ook leven zonder voetriempjes. Theunisse heeft noch de schouder noch de oksel van Jeltje van Nieuwenhoven nodig voor een soepele overgang. Ik zie straks voor de Indiaan uit Brabant best een figurantenrolletje weggelegd in bijvoorbeeld Oeroeg II. En, zoals dat in het Zuiden wel vaker gebeurt, hij kan genieten van het relationele privilege. Dees, Van der Linden en Van Agt hebben te vaak voor de ingehuurde camera's om de hals van deze renner gehangen om hem straks stocijns te kunnen negeren als een kristallen paard op een wazige horizon.

Niet alleen Theunisse, ook Rooks, Nijdam, Van Poppel en zelfs Maassen horen niet meer thuis in de zwaarste sportwedstrijd ter wereld. Het Nederlandse profpeloton doet niet meer mee. Breukink? Te vroeg terecht gekomen in een Proustiaanse villa. Dan fiets je niet meer dwars door de brand van het lijf heen. En: Breukink heeft last van de eindtijd. Bij het minste teken van zure rotzooi in de benen gaat hij vijf seconden twijfelen over de zin van het bestaan. Chiappucci, Zülle en Indurain hebben dat meteen in de gaten en schieten als kleiduiven weg. Breukink mist ook het charisma en het gevoel voor drama van de kampioen; het verlangen naar triomf wordt door dit zondagskind op ijs bewaard.

De tijd van Joop Zoetemelk is ver weg. Aan mercantiele levenslust van veredelde kermiscoureurs geen gebrek. In verdachte experimenten met bedorven intralipid zijn we de buitenlandse concurrentie ver vooruit. Maar een etappe van enig niveau winnen, ho maar. Morgen zal het niet beter zijn. Zonder de belofte dat er muziek schalt uit de in de voorbumper van de volgwagen gemonteerde speakers komen jonge amateurs niet meer hun nest uit voor een trainingsrit. En dan nog denken ze na een paar rondjes alleen aan het midddageten.

De laatste die de harten van deze wielernatie nog even heeft beroerd was ene Patrick Tolhoek uit Yerseke. In de Tour '89 lag de frêle Zeeuw dag na dag voor het peloton uit te hengsten. Winnen was er niet bij maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door zijn weergaloze polderrethoriek na iedere etappe. Tolhoek strooide zinnen als: "Ik zeg altijd, eerst moet de kop ronddraaien en dan pas de benen'. De jonge God vol pittoreske onschuld liet het journaille iedere avond een blik werpen op zijn dagboek. "13 juli. Wat mist, ging lekker, harkte Mottet uit het wiel, 's avonds bloed geprikt'. Van een aërodynamische zit had de renner van Jan Raas nog nooit gehoord maar hij kon mooi spreken over de stand van het weer. Patrick Tolhoek: het dorp blijft duren. Na een paar jaar is hij gestopt met fietsen. Gedwongen door te veel scherven in de rug.

Heimwee naar Tolhoek: het zegt alles over de armetierigheid van het profwielrennen in Nederland. En over de arrogantie van de generatie Theunisse, Rooks en andere Nijdammen die het liefst op een carbonfiets van Georgio Armani zouden rijden. In gewatteerde jacks van lichtgevend nylon waarop geen pluisje laat staan een gloeiende zweetdruppel mag neerdalen.

    • Hugo Camps