Somber economisch perspectief bemoeilijkt centraal overleg; Sociale partners en overheid staan voor vuurproef

ROTTERDAM, 18 JUNI. Het gesternte waaronder kabinet en sociale partners elkaar vanavond ontmoeten staat bol van de tegenstrijdige signalen. De "grondhouding' is positief, zo beklemtonen alle partijen. Maar tegelijkertijd zit de twijfel diep of de "overlegeconomie' de actuele vuurproef wel aan kan. Het besef dat de situatie tamelijk urgent is, wordt vrijwel alom gedeeld. Maar consensus over de manier waarop de bestaande impasse moet worden doorbroken ontbreekt.

Ten aanzien van de urgentie leverde het Centraal Planbureau gisteren nog een nieuwe bijdrage. De economische vooruitzichten zijn, ten opzichte van maart, verder verslechterd. Dat betekent dat meer werkloosheid en meer bezuinigingen in het verschiet liggen. Over dat laatste moet het aangeslagen kabinet de komende weken eerst zelf in de slag. Vooruitlopend daarop bestaat noch bij werkgevers, noch bij werknemers veel animo in dit stadium het achterste van hun tong te laten zien.

In feite draait het vanavond om twee vragen: hoe gaan kabinet en sociale partners de rest van de jaren negentig met elkaar om? En kunnen ze het eens worden over een gezamenlijke marsroute voor het arbeidsvoorwaardenbeleid op kortere termijn? De antwoorden raken de kern van de overlegeconomie en zijn bepalend voor het sociaal-economisch klimaat in het beoogde verkiezingsjaar 1994.

Over de overlegeconomie heeft de Sociaal-Economische Raad - het belangrijkste adviesorgaan over sociaal en economisch beleid waarin werkgevers en werknemers prominent zijn vertegenwoordigd - eind vorig jaar een unaniem advies afgescheiden. Daarin wordt de noodzaakt van "revitalisering' onderkend en worden aanbevelingen gedaan om het "collectieve reactievermogen' van de Nederlandse economie op zich wijzigende omstandigheden te vergroten.

In de (voorlopige) kabinetsreactie, die vanavond aan de orde komt, wordt het SER-advies in grote lijnen onderschreven. Naast het marktmechanisme en de overheidsregulering moet de "constructieve dialoog' met sociale partners volgens het kabinet als derde "coördinatiemechanisme' worden gehandhaafd. Maar het moet wel sneller en slagvaardiger werken, waarbij ook een realistisch antwoord hoort op de vraag wat nog wèl en wat uitdrukkelijk nèt meer kan op centraal niveau.

Wat dat betreft is het kabinet teleurgesteld over de jongste ervaringen. Afspraken op "centraal niveau' over de aanpak van arbeidsongeschiktheid en de werkloosheid onder allochtonen (1990), terugdringing van het ziekteverzuim (1991) en loonmatiging (1992) sorteerden in de ogen van het kabinet onvoldoende effect.

Zo komt volgens de jongste berekeningen de gemiddelde loonstijging in dit jaar uit op 3,3 procent. In de CAO's die na de loonpauze in begin dit jaar zijn afgesloten ligt de loonsverhoging weliswaar gemiddeld lager (2,2 procent), maar dat niveau acht het kabinet nog altijd onverantwoord hoog, te meer daar ook de jongste prognoses voor volgend jaar boven de nullijn liggen. Die remweg vindt het kabinet te lang. “De dreigende stijging van de reële arbeidskosten per eenheid produkt in 1994 zou dan ook omgezet moeten worden in een daling”, aldus het kabinet.

Om werkgevers en werknemers daarin mee te krijgen, doet het kabinet in zijn toelichting op de agenda voor het overleg van vanavond drie concessies. In de eerste plaats kondigt het aan te zullen komen met een "werkgelegenheids-initiatief', gericht op uitbreiding van scholing, bevordering van deeltijdarbeid en versterking van de arbeidsmarktpositie van kwetsbare groepen. In de tweede plaats nuanceert het kabinet zijn aanvankelijke voornemen om de adviesplicht van de SER af te schaffen. En tenslotte ziet het voorlopig af van plannen om de reikwijdte van CAO's te beperken (door afspraken over bovenwettelijke uitkeringen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid niet algemeen verbindend te verklaren voor hele bedrijfstakken).

Of dit voldoende is om de sociale partners mee te krijgen en het collectieve onvermogen te doorbreken, moet blijken. Werkgevers tonen zich nogal sceptisch, ook al omdat het er naar uitziet dat hun stokpaardje (verlaging van de collectieve lastendruk) volgend jaar op stal wordt gezet. Werknemers daarentegen vinden dat het kabinet wel erg eenzijdig tamboereert op loonmatiging als het "aangewezen ontstekingsmechanisme' om de neerwaartse spiraal om te buigen. Als extra complicatie komt daar nog bij dat ze gezamenlijk de afgelopen weken behoorlijk gerriteerd zijn geraakt over de wijze waarop hun rol in de uitvoering van sociale verzekeringen vanuit de politiek onder vuur is genomen.

Kabinet en sociale partners zijn van elkaar vervreemd geraakt, zei oud-minister van sociale zaken en deskundige op het gebied van de arbeidsverhoudingen, dr. W. Albeda eerder deze week. Als dat zo is, dan zou het al heel wat zijn wanneer ze vanavond weer on speaking terms geraken.