Schuld en boete op de Biennale in Venetie; Kijk eens hoe slecht wij zijn

Nergens wordt men zich zo duidelijk bewust van de verschillen tussen nationaliteiten als op de Biennale van Venetië. Dat is opvallend, want de thema's van de 45ste Biennale zijn internationalisme en interdisciplinariteit. Volgens artistiek directeur Oliva zijn kunstenaars nomaden, onvermoeibaar op zoek naar het Elders. Maar wie rondloopt op de tentoonstellingen ontmoet in de eerste plaats boetepredikers.

Het sleutelwoord voor de 45ste Biennale van Venetië is "Transnationalisme'. De term, die zoveel betekent als: aan het nationalisme voorbij, is afkomstig van artistiek directeur van de Biennale, Achille Bonito Oliva (54). Oliva, kunstcriticus en tentoonstellingsmaker, wil landen nader bij elkaar brengen door de aandacht te richten op hun wederzijdse culturele benvloeding. In 1980 kreeg Oliva internationale bekendheid met een soortgelijke term, Transavantgarde. Hiermee duidde hij een brede stroming kunstenaars aan die de vooruitgangsideologie van het Modernisme de rug toekeerden.

De Biennale van Venetië is van oudsher juist de plaats waar landen uit de hele wereld zich afzonderlijk als naties presenteren. Dit jaar doen er meer dan vijftig landen mee. Ieder land kiest zelf zijn kunstenaars, en heeft, wanneer het zich dat tenminste kan veroorloven, op het Biennale-terrein een eigen paviljoen. De op de Biennale gepresenteerde kunst is zo de Officiële Kunst van een land. Er is een competitie-element verbonden aan de hele manifestatie in de vorm van een prijs voor de beste landen-presentatie, toe te kennen door de Biennale-jury.

Maar volgens Oliva moet Transnationalisme het concept van nationalisme vervangen. "In een tijd als deze, die gekenmerkt wordt door diepe politieke en economische crises, moet een internationale tentoonstelling zijn raison d'être vinden in duidelijke thema's. De thema's van de 45ste Biennale zijn internationalisme en interdisciplinariteit. Gegeven het huidige historische moment van fragmentatie en verdeeldheid, ja zelfs stammenoorlog, is dit de enige politieke respons die de cultuur kan bieden: het benadrukken van het belang van de coëxistentie van verschillende culturen en talen,' zo schrijft hij.

Beeldende kunstenaars bevorderen de internationale uitwisseling - "contaminatie', in het jargon van Oliva - doordat zij "nomaden' zijn. Sinds de negentiende eeuw en de veranderde kunstopvatting van de Romantiek trekken zij rond, ongebonden aan één land, onvermoeibaar op zoek naar het Elders. Dit idee van het artistieke nomadendom heeft in het afgelopen decennium overal in Europa opgang gemaakt. Kounellis heeft het als een van de eersten verwoord (in een Gespräch, uitgegeven als boek, in Bazel, met Beuys, Kiefer en Cucchi). En enkele jaren geleden was in Parijs een mondiale tentoonstelling aan dit nomadendom gewijd, getiteld "Magiciens de la Terre'. Oliva geeft nu aan het thema een expliciet politieke betekenis. Daarbij legt hij speciale nadruk op kunst waarin verschillende disciplines met elkaar zijn vermengd, als uitdrukking van verwevenheid en het doorbreken van grenzen.

De onder zijn verantwoordelijkheid georganiseerde exposities op de Biennale, zoals "Punti dell'arte', "Aperto', "Trans-acties' en "Een passage naar het Oosten', moeten zijn opvattingen illustreren. Bovendien verzocht Oliva de paviljoen-commissarissen (zij zijn per land direct verantwoordelijk voor de exposities) om "een ander, meer dynamisch en open idee van internationalisme uit te dragen, met de nadruk op coëxistentie.' Lang niet alle commissarissen zijn op deze uitnodiging ingegaan. Ook Nederland niet; het besluit tot samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen dateert al van jaren terug en kan nauwelijks internationaal genoemd worden. Alleen Duitsland, Oostenrijk en Israël hebben expliciet gehoor gegeven aan de oproep van Oliva.

Germania

Oliva treft het, want het Duitse paviljoen van Hans Haacke is zonder meer het indrukwekkendste paviljoen op deze Biennale. In een ruimte aan de achterkant van het gebouw toont Nam June Paik (Korea, 1932, woont in Düsseldorf en New York) video-installaties. Het is trouwens voor het eerst dat Groot-Duitsland zich hier weer presenteert. Op de vorige Biennale exposeerde Oost-Duitsland nog apart.

Haacke (Keulen, 1936, woont in New York) droeg zijn werk op aan de ondergang van "Germania'. In de ingang prijkt op rode ondergrond een metersgrote zwartwit foto van Hitler op bezoek bij de Biennale in 1934. Je loopt als tentoonstellingsbezoeker min of meer tegen de man op. Binnen staat op de halfronde muur die de ruimte aan gene zijde begrenst met grote letters GERMANIA. De geelbeige marmeren vloer is stukgeslagen, brokken marmer liggen schots en scheef door elkaar. Wanneer iemand er overheen loopt weerklinkt het geluid van op elkaar stotende stukken steen, veelvoudig versterkt via luidsprekers door de lege zaal. Het beeld is zó letterlijk en radicaal dat niemand de boodschap kan ontgaan. Haacke exposeert de rune van het Germaanse Grossreich dat letterlijk uit zijn voegen is gebarsten. Hij verwijst hiermee tegelijkertijd naar de agressie tegen gastarbeiders. Zelfs de vereerde Deutsch Mark, sterk uitvergroot als een icoon bevestigd aan de gevel van het paviljoen, heeft dit alles niet kunnen voorkomen. Ook maakt de foto van de kunstminnaar Hitler de Biennale verdacht, ontmaskert haar politieke karakter, en maakt iedere bezoeker medeplichtig.

De bijdrage van Oostenrijk is minder overtuigend. Gerwald Rockenschaub (40) bouwde een nergens toe leidend ijzeren trappenstelsel in de smalle hoge ruimte van het paviljoen. Rockenschaub beschouwt kunst als "sociale zelf-observatie'. Zijn trappen moeten de "identiteitsproblemen, crisis en de desoriëntatie van Oostenrijk' verbeelden. De Amerikaanse Andrea Fraser completeerde dit op verzoek van Rockenschaub - met het oog op de internationale contaminatie - met een akoestische installatie die "imaginaire dialogen' ten gehore brengt. Dit nietszeggende geheel is een onderdeel van een breder project van Oostenrijk in Venetië, dat gewijd is aan de exodus tussen 1933 en 1945 van joodse intellectuelen en kunstenaars uit Oostenrijk.

Een tentoonstelling in de Fondaco Marcello, bestaande uit lange lijsten met namen van geëmigreerde en verdwenen geleerden en kunstenaars, is de eerste stap naar een monument voor deze "nomadische intellectuelen'. Voor hen is immers nooit een gedenkteken opgericht. De tekst in het begeleidende vouwblad staat vol met zelfverwijten. Zo heeft "de Oostenrijker Hitler de strijd tegen de moderne cultuur op Oostenrijkse bodem voorbereid'. En "Oostenrijk zèlf produceerde een holocaust van de geest van ongehoorde omvang', aldus dit vouwblad. Wie zichzelf zó nadrukkelijk weggooit, wekt achterdocht op. Kijk toch eens hoe inslecht wij zijn! wordt keer op geroepen. Het kan bijna niet anders, of de overal in Venetië aangebrachte anonieme plakkaten moeten ook van Oostenrijk zijn. In vette zwarte letters en onderstreept staat er op te lezen HINAUS MIT UNS.

Boetekleed

Dit koketteren met een kwaad geweten is uiteindelijk ook een probleem bij Haacke, ondanks het feit dat zijn installatie geslaagd is. Leent hij zich hier niet tot een politiek spel waarbij Duitsland de Biennale gebruikt om, middels een fraaie show, het boetekleed aan te trekken? Ironisch genoeg heeft Duitsland ook nog de landenprijs voor het beste paviljoen gewonnen. Had Haacke, die al jarenlang al zijn energie wijdt aan het aan de kaak stellen van politiek machtsmisbruik, die niet moeten weigeren?

Israël tenslotte stond zijn paviljoen af om onderdak te bieden aan een deel van "De Passage naar het Oosten'. De Israëlische inzending heeft eigenlijk te maken met milieutechnolgie, niet met kunst. Zij bestaat uit een lommerrijke plantenkas, van een oppervlakte van 17 vierkante meter, gebouwd door Kibboetsbewoner Avital Geva. Geva streeft ernaar een kas te maken waarbinnen een compleet, gesloten eco-systeem kan functioneren.

"Punti dell'Arte', Hoofdzaken in de Kunst, heet de hoofdtentoonstelling van Oliva. Deze tentoonstelling moet de zoektocht naar Elders illustreren. Inderdaad woont (of woonde) een aantal van de exposanten buiten het geboorteland, zoals Clemente, Kounellis, Kapoor, en Fontana. Maar anderen vinden hun inspiratie juist in eigen land, zoals De Dominicis, Baselitz, Cucchi en Solano. Zij zijn kennelijk nomaden in meer overdrachtelijke zin, zoals alle schilders en dichters. Maar dan is het thema zo ruim opgevat dat het nauwelijks inhoud heeft.

Een inhoud heb ik in deze tentoonstelling ook niet ontdekt. De vier richtingen van het kompas moeten het geheel structureren. Maar waarom is Buren ingedeeld bij Araldico, het Oosten, en niet bij Fermo, het Westen? En Kounellis en Cucchi bij het Westen in plaats van Aureo, het Zuiden, en Morris bij het Noorden (Grave) en niet bij het Westen?

Dit zou er natuurlijk niet veel toe doen, wanneer het een mooie expositie was. Maar de presentatie is rommelig, onoverzichtelijk en ongenspireerd. En van bijna alle exposanten, van Fontana, van Polke, Clemente, Vedova enzovoort, zag ik op andere plaatsen veel beter werk. Alleen Kounellis is een uitzondering. Hij reeg een aantal grote bruine en okergele zeilen aaneen tot een soort schip, met een afbeelding van de Man van Smarten als boegbeeld. Dit beeld heeft in meer dan in één opzicht te maken met de stad Venetië en zijn geschiedenis. In geen werk op de expositie is het tweespaltige verlangen naar Elders duidelijker verbeeld.

Oliva's nomadisme en interdisciplinariteit komen op de tentoonstellingen in de Antichi Granai, op het eiland Giudecca, beter tot uitdrukking. Hier, in die oude monumentale loodsen, aan de kade van waar je Venetië ziet liggen, wordt het feest van de kunst gevierd. Het is het feest van de kunst als decor, als amusement, als spel, het doet er niet toe als wat, zolang het maar lichtvoetig is. De opgewekte geest van John Cage (in 1992 overleden) heeft hier alles aangeraakt. Aan hem is de expositie "Het snelle geluid der dingen' opgedragen. Naast objecten van onder anderen Rauschenberg, Manzoni en Pistoletto, zijn van Cage zelf talrijke werken opgenomen. Ze variëren van "Wild Edible Drawings' - rustieke, ambachtelijke, eetbare vellen "papier' vervaardigd uit "wilde' ingrediënten, bijvoorbeeld kattestaart, kamperfoelie en bosbessen - tot een orkest van ouderwetse platenspelers die dwarrelende geluiden produceren. "I have nothing to say, and I am saying it, and that is poetry as I need it', schreef Cage.

Vlekkerig groen

Als je nu tóch verschillende disciplines met elkaar wil combineren, dan maar op de manier van de Amerikaan Christian Leigh (als onderdeel van de expositie "Slittamenti', Verschuivingen). Leigh beschilderde een zaaltje van onder tot boven in lichtgevend, vlekkerig groen, paars, roze en oranje en vulde het met kunstobjecten van onder anderen Jeff Koons, Cindy Sherman, Louise Bourgeois en Roy Lichtenstein. In de Antichi Granai heerst een vrolijke chaos.

Chaos, maar minder vrolijk, heerst ook op Aperto 93. Op de internationale Aperto wordt traditiegetrouw werk van jonge kunstenaars getoond. Dit keer zijn het er ruim 100. Oliva hecht hier speciaal belang aan en daarom, zo stelt hij nadrukkelijk in het persbericht, valt Aperto onder zijn persoonlijke verantwoordelijkheid. Dit keer zijn er ruim 100 exposanten. Aperto 93 staat in het teken van een noodtoestand "Emergency', en kent vijf onderwerpen, te weten "entropie, geweld, verschil, overleven en marginaliseren.'

De tentoonstelling is gesitueerd in het smalle langgerekte gebouw van een voormalige touwslagerij, de Corderie. In zijbeuken links en rechts van een middenpad zijn de kunstwerken, objecten van allerlei aard, ondergebracht. De genoemde onderwerpen blijken vooral betrekking te hebben op het menselijk lichaam. In feite is de Aperto een hysterische versie van de Documenta van Jan Hoet. Hoet signaleerde in de kunst, na jaren van conceptkunst en abstractie, een hernieuwde belangstelling voor het menselijk lichaam en wist dit op overtuigende, genuanceerde wijze te brengen. Maar Oliva is wars van nuances. Het is hem te doen om uitputting, misbruik, afwijkingen, om het lichaam in zijn meest banale verschijningsvorm, en dit alles zo onsubtiel mogelijk. Met enthousiasme creëerde Oliva een sfeer van totale ontreddering.

In een aparte ruimte aan het begin wordt de toon gezet met onafzienbare rijen, de wanden vullende kleurenfoto's van penissen en venusheuvels, uit de nieuwe reclamecampagne van "United Colors of Benetton'. Sylvie Fleury maakte een video-installatie over fanatieke aerobic-dames, getiteld "Égoste'. Carter Kusteria nodigt de bezoeker uit om transparante ballen gevuld met lichaamsdelen voort te bewegen over een soort achtbaan. Damien Hirst toont een koe en en kalf in twee helften op sterk water in glazen vitrines. Ze zijn over de lengte doorgesneden zodat de ingewanden zichtbaar zijn. "Mother and child divided' heet dit werk. Kiki Smith's "Mother Child' zuigt aan haar eigen borst of aan zijn eigen penis. Andres Serrano verwerkt vooral bloed en verminkingen in zijn videowerk. Ene Sheng pleegde naar het zich laat aanzien harakiri op een rol papier ter grootte van een molensteen. Oude matrassen en dekens zijn ook niet van de lucht op deze tentoonstelling. En over dit alles waakt, hoog op een kunststof boomstam, een poepbruine Mickey Mouse ("Chocolate Blood Boy' van Paul Mc Carthey.)

Het is vrijwel onbegonnen werk om de werken als afzonderlijke kunstobjecten te benaderen in dit geheel. De roze ruimtecapsules van Kohdai Nakahara, "A module for floating to be used in pair with my wife or our future child' behoort tot de meer interessante werken. Maar het gaat Oliva niet om de kunst. Hij wil een sfeer van verdoemenis scheppen en aantonen dat het eind der tijden nabij is. Als een twintigste-eeuwse Savonarola roept hij op tot inkeer en boetedoening. Oliva's verdoemenis is kitsch van de slechtste soort.

Tegenpool

Hoe langer je op de Biennale rondloopt, hoe unieker het karakter van de Nederlandse en Belgische inzending wordt. De exposities van Niek Kemps en Jan Vercruysse (over hen verschenen twee weken geleden in het CS beschouwingen) zijn zó rustig en helder, zo geserreerd, zo helemaal aangepast aan de architectuur van de twee paviljoens, dat ze onbedoeld de volmaakte tegenpool van de Aperto zijn geworden. Met name de expositie van Vercruysse, met ijle triangels van blauw glas, witte gipsen vleugelpiano's met balkjes in primaire kleuren, en een schildpad die een bal voortrolt, neigt naar een nogal vlakke esthetiek.

De expositie van vier Vlamingen en vier Nederlanders in de Scuola van S. Francesco della Vigna is eveneens met grote zorgvuldigheid ingericht. Hier valt vooral het werk op van Carlo Mistiaen, zoals de papieren bruid, "La Bien-Aimée de Guido Gezelle'. De ingrepen die Franky D.C. doet in bestaande schilderijen van anderen - vaak negentiende-eeuwse taferelen van onbekende schilders - zijn bijzonder intrigerend. En zeer overtuigend geschilderd zijn de gevilde konijnen van Marc Mulders.

Wat de andere landenpaviljoens betreft, in weerwil van Oliva's Transnationalisme worden hier de bestaande verhoudingen en de hegemonie van het Westen nog eens duidelijk bevestigd. Nergens wordt men zich zo duidelijk bewust van de verschillen tussen nationaliteiten als op de Biennale van Venetië. Landen als Peru, Zuid-Afrika, Korea, Bulgarije enzovoort moet men zoeken onderin de krochten van het centale Italiaanse paviljoen. Deze landen hebben niet meer dan een muur tot hun beschikking. Het kapotslaan van een vloer is er voor hen al helemaal niet bij. De prijzen zijn allemaal gegaan naar de grote landen: Amerika (Louise Bourgeois), Engeland (Richard Hamilton), Duitsland (Haacke), Rusland (Kabakov), Frankrijk (Jean Pierre Raynaud). De Spanjaard Tapiès kreeg een oeuvreprijs. Het is bevreemdend dat aan Yayoi Kusama geen oeuvreprijs is toegekend. In het Japanse paviljoen is een prachtig overzicht aan deze nu 68-jarige kunstenares gewijd.

De mooiste tentoonstelling van de 45ste Biennale is niet te vinden in de Giardini, maar in het oude Casino Municipale elders in de stad. "De reis naar Cythera' (naar het beroemde schilderij van Watteau) omvat werk van onder anderen Franz West, Thomas Schütte, Bertrand Lavier (wiens reis naar het paradijselijke eiland eindigde met een platgereden scooter) en Haim Steinbach. In dit prachtige, half vervallen pand waar Wagner zijn laatste dagen doorbracht, zag ik ook het mooiste kunstwerk van de Biennale: variaties op Venetiaanse, gekleurde vensters van Isa Genzken. De avondzon doet ze goud en turkoois oplichten. Deze vensters bieden uitzicht op een omsloten tuin, en daar, temidden van de bloeiende oleanders aan het Canal Grande, begint de reis naar Cythera.

DE 45STE BIENNALE VAN VENETIË

Tot 10 oktober. Tweedelige catalogus, totaal 1000 bladzijden, 1000 illustraties, 120.000 lire.

De belangrijkste tentoonstellingen zijn:

PUNTI DELL "ARTE , in het Italiaanse paviljoen in de Giardini.

APERTO 93 , internationale presentatie van ca. 100 jonge beeldende kunstenaars, in de Corderie aan het Arsenale.

HET SNELLE GELUID DER DINGEN , een hommage aan John Cage, in de Antichi Granai, Zitelle, op Giudecca.

TRANSACTIES , expositie van multidisciplinaire kunst, in de Antichi Granai, Zitelle, op Giudecca.

EEN REIS NAAR CITHERA (kunst en poëzie), in het Casino Municipale, Cannareggio 2040.

REFIGURATIE, EEN HOMMAGE AAN FRANCIS BACON (ca. 50 schilderijen, waaronder enkele van de laatste), in de Ala Napoleonica van het Correr Museum, Piazza San Marco.

MUREN VAN PAPIER , ruim 500 foto's van 1900 tot heden, in het italiaanse Paviljoen in de Giardini.

EEN PASSAGE NAAR HET OOSTEN , een tentoonstelling over oosterse culturele tendensen die van invloed zijn op de westeuropese kunst, in de Giardini en in het Israëlische paviljoen aldaar.

TRÉSORS DE VOYAGE , in het Monastero dei Padri Mechitaristi, op het Isola di San Lazzaro degli Armeni, bereikbaar met vaporetto lijn 20. Dagelijks geopend 15-17 uur.

Naast hun paviljoen-presentaties heeft een aantal landen verspreid over de stad eigen exposities georganiseerd. Een expositie van vier Nederlanders en vier Vlamingen, onder auspiciën van WVC, is te zien in de Scuola San Pasquale van S.Francesco della Vigna (lijn 5, halte Celestia).

Alle tentoonstellingen, m.u.v. Trésors de Voyage, zijn dagelijks geopend 11-18 uur. Gesloten op dinsdag.