Recordverlies NedCar laat optimisme intact

HELMOND, 18 JUNI. Van een gebrek aan optimisme kan de Nederlandse autofabriek NedCar in ieder geval niet worden beticht. Ondanks het gisteren gepubliceerde verlies van 243,6 gulden over 1992 heeft de onderneming met vestigingen in Helmond en het Limburgse Born de hoop behouden op een beter leven. Dat moet aanbreken als de Japanners in 1995 ècht komen. In dat jaar moeten er in het produktiebedrijf in Born naast 90 à 100 duizend Volvo's even zoveel Mitsubishi's van de band rollen.

"NedCar werkt na herstructurering voortvarend aan zijn toekomst', stond boven de gisteren door het bedrijf uitgegeven samenvatting van het jaarverslag. Pas helemaal achteraan kwam de harde werkelijkheid - het ten opzichte van 1991 met 169,5 miljoen gulden opgelopen verlies - aan het licht. De excuses zijn legio: de algemene malaise in de branche, een verlies door de koersval van belangrijke valuta en de in 1992 op gang gebrachte herstructurering van het produktieproces, die met 117 miljoen gulden extra drukte op de resultaten.

Weliswaar spreekt bestuurder H. van Rees van de Industriebond FNV van “een fenomenaal verlies, dat je geen enkel bedrijf gunt”, maar ook hij is ervan overtuigd dat de toekomst er rooskleuriger uitziet. De drie aandeelhouders, de Nederlandse Investeringsbank namens de Nederlandse staat, de Zweedse Volvo Car Corporation en Mitsubishi hebben namelijk met een kapitaalinjectie van 2,1 miljard gulden “een stevige bodem” gelegd onder het bedrijf. “Een geweldige borgstelling”, meent ook de woordvoerder van NedCar. Over de rest van de 3 miljard gulden die nodig is om de herstructurering te kunnen afronden, zo meldt de onderneming, bestaat “goede hoop” dat men die van de banken kan lospraten.

Juist omdat de Japanners komen speelt zich binnen de onderneming een ingrijpend transformatieproces af om tot, wat wordt genoemd, “structurele kostenbesparingen te komen: de produktietijd per auto wordt daarmee teruggebracht van eens 38 uur tot 17 uur. In 1994 moet NedCar daardoor het zogenoemde nul-resultaat bereiken om daarna, zoals de onderneming zegt, te komen tot “een stabiele winstsituatie”. Dat een en ander 1200 banen kostte - een deel kreeg een zeer behoorlijk sociaal plan, maar er waren ook 800 gedwongen ontslagen nodig - wordt op de koop toegenomen; behalve natuurlijk door de direct betrokkenen zelf.

NedCar (voorheen Volvo Car BV, nog meer voorheen DAF) had in 1990 "de vette jaren' achter de rug. In dat jaar veranderde de sinds 1983 gestaag opgelopen winst in een verlies van 76,1 miljoen. In de jaren tachtig was het ook dat de fabriek in Born ruim 100.000 auto's per jaar produceerde; daarna zakte de produktie tot 84.500 in 1991. In het afgelopen verslagjaar lukte het evenmin boven de 100.000 uit te komen. Toch werden er toen 10.000 auto's (94.019) meer gemaakt dan in 1991, wat ook niet zonder trots in het jaarverslag wordt vermeld. “Ofschoon de doelstelling voor 1992, zijnde minimaal 100.000 te produceren eenheden, niet kon worden gerealiseerd, geldt het bereikte produktieaantaal toch als een nieuw record in de historie van de Volvo 400-serie”, zo houdt het jaarverslag de moed erin.

Feit is dat NedCar er in de algemene treurigheid in de autoindustrie niet negatiever uitspringt dan de concurrenten. In Groot-Brittannië - naast Zweden de belangrijkste afzetmarkt - steeg het marktaandeel van de Volvo 400-serie zelfs, zo memoreert het jaarverslag. Naar verwachting zal de vraag naar middenklasseauto's de komende jaren toenemen.

NedCar heeft als additioneel probleem dat het zich vorig jaar moest waarmaken als nieuwe onderneming. “We hebben het bij de start niet gemakkelijk gehad”, aldus het jaarverslag. “De turbulente omstandigheden binnen en buiten de onderneming noopten tot snel en diepgaand ingrijpen.”

Helaas kan het voor het lopende boekjaar niet veel beter nieuws worden gemeld, maar de toekomst, zo belooft NedCar, zal zijn verzekerd. Zoals de directeur van het produktiebedrijf in Born, de voormalige jachtvlieger J. Huberts, het uitdrukte in een vraaggesprek in een Limburgse krant: “Als er geen (politieke) spelletjes worden gespeeld, dan krijgt Limburg, na 26 jaar knokken, een mooie brok werkgelegenheid. (...) We zullen deze oorlog winnen en er gelouterd uitkomen.”