PvdA-leiders zullen "groggy' en hulpeloos verder moeten

DEN HAAG, 18 JUNI. Wat kan de Partij van de Arbeid na deze desastreuze weken, waarin ze zichzelf ernstig beschadigde, nog doen om verdere neergang af te wenden? Kok als partijleider vervangen? Minister Maij-Weggen tot aftreden dwingen, opdat het CDA ook wat ellende heeft? Het kabinet laten vallen over de bezuinigingen? Deze gedachten spelen door het hoofd van menig gezaghebbend PvdA'er, zo kan men in het Haagse wereldje vernemen.

Het antwoord is niet makkelijk te geven. Kok als partijleider en lijstrekker vervangen, dat kan, maar wie moet hem opvolgen. Staatssecretaris Wallage geldt als runner up, maar is hij al bekend genoeg, spreekt hij de arbeidersachterban wel aan? Hij is het trouwens ook die als eerste In 't Veld als zijn opvolger op Onderwijs heeft genoemd. Het "politieke dier' Wallage kan dus ook fouten maken.

Er bestaat voor de PvdA-leiding geen enkele zekerheid dat met het wegsturen van Kok de partij het in de peilingen en uiteindelijk bij verkiezingen beter zal doen. In populariteitspolls scoort Kok nog altijd stukken hoger dan zijn partij; in Emmen en Den Bosch heeft men hem aanzienlijk hoger dan menig analist in Den Haag.

Bovendien, als de partij op dit moment ook nog zijn leider vervangt, wekt dat helemaal een indruk van volkomen chaos. Binnen de PvdA-fractie en in de top van de partij bestaat dan ook een brede concensus: Kok moet blijven. Of die opvatting ook zo breed zou worden gedeeld wanneer er een aanwijsbaar alternatief bestond, is niet na te gaan. Zo'n alternatief is er op dit moment in de ogen van de PvdA-leiders niet: geen vadermoord ten behoeve van zoon Wallage. Er is nu geen andere keuze dan vast te houden aan de strategie met Kok de verkiezingen in te gaan, als degelijk minister van financiën, aan wie men de zaken van het land kan toevertrouwen.

Sommige PvdA'er op het Binnenhof lopen rond met de gedachte volgende week CDA-minister Maij-Weggen maar eens flink aan te pakken, eventueel naar huis te sturen, rond de kwestie van de Wijkertunnel. Dat leidt wat af in de media van de PvdA en het laat zien dat niet alleen zij problemen heeft. In het weekeinde wil men daar in de partij nog eens over praten.

Het is een verleidelijk scenario, maar anderzijds, vinden PvdA-fractieleden, heeft het CDA zich zowel in de kwestie-Ter Veld als in de kwestie-In 't Veld fatsoenlijk gedragen tegenover de coalitiepartner en heeft het niet geprobeerd politiek voordeel uit de ellende van de PvdA te behalen. En trouwens, zo luidt een aanvullende overweging: is het beschadigen van Maij-Weggen niet uiteindelijk een "nulsommen-spel', waarbij zowel CDA als PvdA worden beschadigd en waar alleen de oppositie (in de eerste plaats D66) wel bij vaart?

De derde mogelijkheid: een mooi sociaal punt uit de bezuinigingen pakken en daar het kabinet op laten vallen. Dat kan, en wellicht gebeurt het ook wel zonder voorbedachte rade in de komende maanden. Het nadeel is dat als het plannetje niet lukt, dat wil zeggen niet leidt tot een hoger percentage in de peilingen noch tot een acceptabele verkiezingsuitslag - zekerheid hierover bestaat niet - de PvdA waarschijnlijk opnieuw gedoemd is in de oppositie te gaan.

En dat is nu juist wat de huidige PvdA-leiders absoluut willen vermijden. De PvdA moet een partij zijn die niet af en toe, maar die zo veel mogelijk aan de (regerings)macht is. “Die lange oppositie is genadeloos voor ons geweest”, zei voorzitter Rottenberg vorige week in de Volkskrant, doelend op de periode tussen 1981 en 1989.

"Augen zu und durch' luidt een in de Duitse politiek vaak gebruikte uitdrukking: ogen dicht, doorlopen. Wie het gedrag van de PvdA-leiders op dit moment aanschouwt, constateert dat dit fenomeen zich ook in Nederland bij de PvdA voordoet. Enigszins groggy, wat hulpeloos ook, maar niet bijzonder panisch probeert men positief aan de toekomst te denken. Eerst een nieuwe staatssecretaris, dan de begrotingsbesprekingen en dan verder zien.

Het ergste moet immers nog komen: als na de Tweede-Kamerleden in het najaar PvdA-wethouders en -raadsleden straks ontdekken dat hun uur geslagen heeft.

Bij de adviezen van degenen die mij politiek het meest na staan, was er één dat ik buitengewoon zwaar heb laten wegen. Ik moest dat ook zwaar laten wegen, gegeven de staatsrechtelijke verhoudingen in dit land. Ik heb dat ook graag zwaar laten wegen. Dat betrof het oordeel van de eigen minister die op grond van een gelijke feitenbeoordeling - er is niets verkeerd gebeurd, integriteit is niet in het geding, regels zijn gevolgd, de taakvervulling was volwaardig, enzovoort - toch kwam tot een andere inschatting van toekomstige risico's. En dat kan. Op dat punt ben ik een beetje onzeker geraakt, omdat gebleken is dat mijn risico-inschatting in het recente verleden ook niet zo adequaat was.