Pessimistische roman van Giorgio Bassani; Te droevig om te jagen

Giorgio Bassani: De reiger. Vertaald door Joke Traats. Uitg. Meulenhoff, 165 blz. Prijs ƒ 32,50.

Ruim dertig jaar geleden werd voor het eerst een boek van de joods-Italiaanse schrijver Giorgio Bassani in het Nederlands vertaald. In de decennia daarna verschenen nog twee vertalingen van zijn meesterwerk Il giardino dei Finzi-Contini, maar daar bleef het bij. In feite is Bassani, ofschoon hij als verteller op één lijn kan worden gesteld met Natalia Ginzburg en Primo Levi, in Nederland nooit echt doorgebroken. Misschien dat zijn onbekendheid hier moet worden toegeschreven aan het feit dat zijn werk werd uitgebracht door drie verschillende uitgeverijen. Hopelijk is het geen slecht voorteken dat nu ook een vierde uitgever het oog op deze auteur heeft laten vallen.

Bassani's roman De reiger, die nu is verschenen, vertoont alle kenmerken van een novelle: hij is met zijn honderdvijftig pagina's relatief kort en concentreert zich op één gebeurtenis en één persoon. Zoals alles wat Bassani heeft geschreven, is ook dit boek triest van toon en tragisch van inhoud. Herinneringen aan het fascisme en nazisme met hun rassenwetten en jodenvervolgingen gaan hand in hand met sombere gedachten over het huwelijk en het leven in het algemeen. Daardoor is De reiger, hoe subtiel en gevoelig ook geschreven, een pessimistisch boek. Maar bestaan er eigenlijk wel schrijvers van formaat die niét pessimistisch zijn?

Het verhaal, dat direct na de oorlog speelt, beschrijft een dag (de laatste) uit het leven van de vijfenveertigjarige Edgardo Limentani, een joodse advocaat en grootgrondbezitter uit Ferrara. Hij besluit in de dagen tussen Kerstmis en Nieuwjaar op de eendejacht te gaan in een van de Valli (moerassige lagunemeren) langs de Adriatische Zee. Hij staat 's morgens voor dag en dauw op en rijdt door het druilerige landschap naar zijn jachtdomein. Maar wanneer hij zich daar in zijn schuilplaats (de zogenaamde "ton') heeft geposteerd, overvalt hem een zodanige treurnis en droefgeestigheid dat hij geen schot gelost krijgt. Dit in tegenstelling tot zijn helper Gavino, die met instemming van zijn jachtheer de een na de andere vogel naar beneden haalt, waaronder een enorme reiger.

Deze reiger groeit gaandeweg uit tot een metafoor van de hoofdpersoon: zoals de vogel, nadat hij door een schot is geraakt, onherroepelijk ten dode is opgeschreven, zo gaat ook Edgardo, door psychische trauma's verscheurd, rechtstreeks zijn ondergang tegemoet. Deze symboliek, die tot in de kleinste details wordt vastgehouden en uitgewerkt, vormt de poëtische kern van het verhaal. Zelden heb ik beeld en werkelijkheid zo effectief, en toch zo onnadrukkelijk, in elkaar zien overvloeien als hier. Het verbaast mij dan ook niet dat Bassani voor deze fijnzinnige mini-roman de belangrijke Premio Campiello heeft gekregen.

Overigens valt er in dit boek, behalve van dit schitterend uitgewerkte beeld, nog van heel wat meer te genieten. Het verhaal vertoont niet alleen een evenwichtige opbouw (vier delen van elk zes hoofdstukjes), maar het is ook wat zijn dramatische ontwikkeling betreft bijzonder knap en bijna volgens klassiek recept gecomponeerd: de passage met de reiger, die exact in het midden van de roman staat, wordt voorafgegaan door een mistroostige proloog vol donkere dreiging en gevolgd door een onheilszwanger naspel waarin de fatale afloop met toenemende evidentie wordt gesuggereerd.

Ook het (bijna Hollandse) landschap van de Po-delta is functioneel. De eenzame watervlakten met hun rietkragen en wilgenbosjes, de vele meeuwen, waterhoentjes, meerkoeten en eenden, de regen, de mist en de wind - dit alles vormt een melancholisch decor voor de gedachten en daden van de protagonist, wiens noodlot de lezer van bladzijde tot bladzijde duidelijker voor ogen komt te staan.

Opvallend is het geografisch realisme dat Bassani tentoonspreidt. Edgardo's autorit van Ferrara naar zijn jachtgebied en zijn terugkeer vandaar weer naar Ferrara worden zo gedetailleerd beschreven dat je de tocht aan de hand van de beschrijving zonder moeite zou kunnen narijden: niet alleen grotere landschapselementen als dorpen, rivieren en wegen, maar ook kleinere oriëntatiepunten als pleinen, huizen en bruggen worden met grote precisie aangeduid. Als lezer voel je, door de natuurlijke versmelting van ficta en facta, hoe levensecht (en misschien ook wel autobiografisch) Bassani's roman in feite is.

    • Frans van Dooren